*

 
dossier

Archief

Tsjerk met middeleeuwse strip

Madelon Kielich − 10/05/01, 00:00

'Hadden we die muurschilderingen maar nooit gezien'', verzuchtte een van de kerkvoogden. In de hervormde kerk van het Friese terpdorpje Britsum werden in 1989 unieke middeleeuwse fresco's ontdekt. Hierdoor duurde de restauratie van het gebouw anderhalf jaar langer dan voorzien. Sinds 1994 kon er niet gekerkt worden, volgende maand kunnen de hervormden er weer terecht.

De ontdekking van de fresco's was geen echte verrassing. De huidige koster heeft als jongen nog meegemaakt dat er delen van een schildering naar beneden kwamen. In de jaren vijftig begon het stucwerk in het schip los te laten. Volgens de koster was er een 'gekroond hoofd' onder de brokstukken, maar dat verpulverde tot stof toen het van de grond werd opgeraapt. Omdat de kerkvoogdij geen geld had voor een grootschalige restauratie, besloot men alleen daar waar de kalk los zat de muren af te bikken en opnieuw te stuken. Hoeveel schilderingen daarbij verloren zijn gegaan, is niet bekend.

Tegenwoordig is de kerk van Britsum eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken, die het gebouw voor een gulden van de kerkvoogdij kocht. K. Sytsma, bouwkundig medewerker van de stichting, was bij de herontdekking van de fresco's in de uitbouw. ,,We verwachtten wel dat er in die apsis nog schilderingen zaten. Om zekerheid te krijgen moest er gepeild worden. Het eerste wat tevoorschijn kwam toen er een stukje kalk werd weggehaald was de opgeheven vinger van Mozes. Het was alsof die vinger ons waarschuwde: 'Kijk uit!'. De specialist heeft toen op meer plekken gekeken. Overal kwamen kleuren tevoorschijn.''

Het uiterlijk van de kerk doet niet vermoeden dat er binnen iets bijzonders te zien valt. In 1875 lieten de kerkvoogden hun kerk ommantelen met een nieuwe muur. Binnenin zit de bakstenen zaalkerk met gewelven van tufsteen, die volgens deskundigen dateert uit de eerste helft van de dertiende eeuw.

Het was niet de eerste kerk op deze terp. Sytsma: ,,Oorspronkelijk waren de raamoppervlakten slechts vijftig bij honderd centimeter. Die waren ook nog gedicht met perkament van heel dun geschaafd lamsvel, want men had nog geen glas. Het was dus donker in de kerk. En met dat schaarse licht is die hele ruimte beschilderd. Het kan niet anders of die schilders hadden een kaarsje op de klep van hun pet staan.''

,,Tijdens de Reformatie zijn de muren overgekalkt. In zekere zin is het witsel het behoud geweest van de schilderingen. Op sommige plekken zijn wel 130 lagen kalk aangetroffen. Door de verlichting met kaarsjes en oliepitjes onstond er beroeting, zodat er zeker eens in de vier jaar opnieuw werd gewit. Bij de restauratie zijn de schilderingen alleen maar schoongemaakt. De grootste bedreiging voor de schilderingen vormt het zout dat uit de bakstenen van zeeklei en uit de mortel komt. Het zout kristalliseert achter de schilderingen en drukt de stuclaag eraf.''

De schilderingen van Britsum zijn uniek voor Noord-Nederland. Het is voor het eerst dat uit zo'n vroege periode zoveel fragmenten zijn overgebleven dat onderzoekers het hele 'beeldprogramma' van de apsis hebben kunnen reconstrueren. Oorspronkelijk waren er vijf verhalende scènes op de muur geschilderd die ieder werden omlijst door twee portretten van oudtestamentische figuren.

Een van de best bewaarde portretten is dat van Mozes: gehuld in een rode mantel zetelt de wetgever op een troon. Verder waren Abraham, Isaak, Jakob, Aüron, Salomo, David, Jonathan, Absalom en Saul afgebeeld. Van sommigen is alleen nog een hoofd zichtbaar, al dan niet met baard. Bij een aantal is nog een muts, een kroon of een petje te zien. Op de schoot van Salomo ligt een viool. Absalom draait aan een draailier en de man met een harp is geïdentificeerd als David. Van de meesten is de naam nog leesbaar in het woordlint dat ze vasthouden.

Op de wand van de apsis staat het passieverhaal afgebeeld. Van twee scènes zijn restanten aangetroffen die geïnterpreteerd konden worden: de 'Gevangenneming van Christus op de Olijfberg' en 'Christus voor Pilatus'. Op beide voorstellingen is Christus herkenbaar, omringd door met knotsen bewapende Joden.

Dolf van Weezel Errens, als kunsthistoricus werkzaam bij de Stichting Alde Fryske Tsjerken, heeft de schilderingen onderzocht. ,,Het bijzondere van Britsum is dat er een soort stripverhaal is afgebeeld. In het Noorden is een passie-cyclus in de apsis onbekend. De oudtestamentische figuren kunnen typologisch bedoeld zijn, als vooruitwijzingen naar het verhaal uit het Nieuwe Testament waarbij ze zijn geplaatst. Dat is een intrigerende vraag die verder onderzocht moet worden.''

,,Bij onze poging de voorstellingen te duiden moeten we ons wel realiseren dat wij ten opzichte van de middeleeuwer 'materieel' en 'mentaal' gehandicapt zijn. De schilderingen bevinden zich niet meer in de oorspronkelijke ruimtelijke context met de bijbehorende kerkelijke inrichting: in de Middeleeuwen was het kostbaarste nog niet mooi genoeg voor de decoratie van de kerk. We hebben geen idee van de gevoelens van ontzag en bewondering die het gebouw, de schilderingen en het mysterie van de eredienst opriepen.''

,,Voor mij is de kerk 'de briljant van Britsum'. In de eindafwerking zijn de schilderingen nog veel prachtiger geweest. Het oker en het rood dat wij nu zien, zijn de kleuren van de eerste laag die in half-fresco techniek is aangebracht. Daarna werden de details geschilderd. Die pigmenten zijn door het vergaan van de bindmiddelen grotendeels verdwenen, maar het moet een zeer kleurrijk geheel zijn geweest.''

Volgens Van Weezel Errens dateren de schilderingen uit de tweede helft van de dertiende eeuw. De kleding van de Joden in de resterende scènes van het passieverhaal wijst daarop: lange gewaden en trechtervormige hoeden, een dracht die in 1215 door het Vierde Lateraans Concilie voor Joden verplicht werd gesteld. Maar ook musicologisch onderzoek van de afgebeelde instrumenten kan interessant zijn voor de datering.

De leider van de kunstenaars van Britsum was een bekwaam meester, dat bewijzen details als Davids handen aan de harp en de verfijnde gelaatsuitdrukkingen. Gevoel voor humor had hij ook, ontdekte men bij de restauratie. In de letter 'O' van het woord Salomon kwam een klein lachend gezichtje tevoorschijn. Voor de middeleeuwse kerkgangers kan dit grapje niet bedoeld zijn geweest: beneden in het schip is de 'smiley' onzichtbaar.

mailIcon print |