Als je sommige deskundigen mag geloven, was het Midden-Oostenconflict bijna opgelost. Israël biedt volgens de Israëlische schrijver Amoz Oz (Podium, 11 januari) nu het volgende aan: ,,een vredesakkoord op basis van de grenzen van '67, met enkele kleine wijzigingen aan beide kanten. Het stelt voor de Israëlische nederzettingen te verwijderen. Het is bereid te aanvaarden dat Oost-Jeruzalem de hoofdstad van Palestina wordt en het wil de betwiste heilige plaatsen onder moslimbeheer plaatsen.''
Dit is het meest verstrekkende aanbod dat Israël kan doen, volgens Oz. Het recht op terugkeer van de 4 à 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen hoort daar zijns inziens niet bij. Hooguit zou de terugkeer van de vluchtelingen uit 1948 bespreekbaar zijn, mits eveneens de honderdduizenden Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen uit 1948 in de onderhandelingen worden betrokken. Ook Tamarah Benima (Podium, 2 januari en 16 januari) laat zich in vergelijkbare bewoordingen uit, zij het dat ze de eis van het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen opvat als een poging tot vernietiging van de Joodse staat. Daarmee suggererend dat alle 3,5 miljoen vluchtelingen willen terugkeren naar Israël.
Allereerst moet opgemerkt worden dat het door Oz geschetste 'vredesaanbod' van Israël op belangrijke punten onjuist is. De grenzen van 1967 vormen in het Amerikaanse en door Israël gesteunde plan niet de werkelijke contouren van de toekomstige Palestijnse staat. Het Amerikaanse plan kent het geannexeerde Palestijnse gebied rond Jeruzalem, de Dode Zee en het Latroengebied aan Israël toe, zodat er slechts 77 procent van de Westoever overblijft. Maar ook hier gaat nog weer ongeveer 7 à 8 procent voor nederzettingen en landverhuur aan Israël af.
Maar het niet honoreren van het onvervreemdbare recht op terugkeer van de vluchtelingen vormt voor de Palestijnen natuurlijk het grootste obstakel om ja tegen het Amerikaans-Israëlische plan te zeggen. En op dit punt vervuilen Benima en Oz de discussie door de problematiek van de Joodse vluchtelingen uit 1948 erbij te betrekken. Immers, de reden dat het conflict zo lang heeft geduurd en zo dramatisch van aard is, heeft vooral te maken met de gewelddadige vestiging van de Israëlische staat op Palestijns gebied in 1948. Hierbij werden honderdduizenden Palestijnen verdreven en hun dorpen en huizen met de grond gelijkgemaakt.
Voorts gaat het argument van Benima dat de toenmalige Arabische regimes de Palestijnse vluchtelingen hadden moeten opnemen, voorbij aan het feit dat de VN met resolutie 194 in 1948 hebben uitgesproken dat de Palestijnse vluchtelingen 'het recht hebben naar hun huizen terug te keren en recht hebben op compensatie van verlies of schade aan eigendommen'.
Erkenning van dat recht door Israël lijkt voorwaardelijk voor elke vredesvariant. Pas daarná ontstaat er ruimte voor praktische oplossingen, minder bedreigend voor Israël. Immers, het is zeer de vraag of alle vluchtelingen willen terugkeren. Sterker: uit wetenschappelijk onderzoek uit 1994 en 1995 is gebleken dat een belangrijk deel van de vluchtelingen bij de mogelijkheid van keuze, remigratie zal afwijzen en genoegen zal nemen met schadevergoeding voor verloren bezittingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.