Kleinzerigheid zou best eens een neurale basis kunnen hebben, bewijzen Amerikaanse onderzoekers in Science (13 juli). Zij bezorgden proefpersonen een zere kaak, die niet door iedereen als even pijnlijk werd ervaren. Met metingen in de hersenen konden zij de variatie in pijngevoeligheid aantonen.
Het brein reageert op pijn met de aanmaak van opiaatachtige, verdovende stoffen, die zich in verschillende hersengebieden vastgrijpen aan specifiek daarvoor bedoelde ankerplaatsen, de opiaatreceptoren. Werkt dat systeem goed, dan zakt de pijn. Zijn er te weinig opiaatreceptoren actief, dan blijft de pijn zeuren. Dat lieten de onderzoekers zien bij proefpersonen die door middel van een injectie een gemeen stofje in hun kaakspieren kregen toegediend. Ter controle werd bij sommigen een nepmiddel ingespoten.
De deelnemers moesten vragen beantwoorden over de hevigheid van de pijn. Daarbij bleek uit hersenscans dat de klagers recht van klagen hadden: in verscheidene gebieden in de hersenen gaven bij hen veel opiaatreceptoren niet thuis.
Variatie in pijngevoeligheid heeft een duidelijk fysieke achtergrond, concluderen de onderzoekers. En het zou medici welkom zijn als zij bij de behandeling van patiënten met langdurig aanhoudende pijnen beter inzicht hebben in wie meer en wie minder lijdt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.