In de Belgische krant Het Laatste Nieuws mag de Vlaamse minister-president De Wael (what's in a name) rond iedere wielerklassieker zijn mening geven over de koers. Dat doet hij omdat hij een geweldige fietsfan is en de koers zelf volgt. Uitgenodigd dus in een ploegleiderswagen.
Na de winst van Servais Knaven kwam hij met een opmerkelijk zinnetje: ,,Museeuw was oppermachtig en had moeten winnen. Dat een Hollander over de streep reed, was mijn enige donkere wolk van de dag. Grapje, ik heb niets tegen Knaven.''
Meneer de president. Museeuw was de sterkste. Zeker en vast, om het maar eens in uw taal te stellen. Maar in het wielrennen winnen vaak niet de sterksten. En u mag dan een grapje maken, er schuilt hoogstwaarschijnlijk heel veel waarheid in uw gezegde. In uw diepste diepten houdt u niet van Hollanders. U noemt ze waarschijnlijk ook kaaskoppen en Kezen, maar zult dat niet doen als u Wim Kok ontvangt. Misschien wel weer als Kok op weg naar huis is.
Afgelopen zondag liep ik verkleumd het stadion van Roubaix uit. Twee Duitse collega's probeerden het met een grap: ,,Dieser verdammte Hollünder gewinnt'', riepen ze en voegden er direct aan toe: ,,Grapje, neem het niet persoonlijk op''.
Natuurlijk nemen we die verbale uitglijders niet persoonlijk op. Waarom ook? Domheid valt niet te bestrijden met reden. Ze komen namelijk net zo uit het hart als alle andere dingen die de bewuste mensen zeggen.
De teneur bij heel veel Belgen was afgelopen zondag: eigenlijk heel vervelend dat die Hollander gewonnen heeft, nu ónze Leeuw van Vlaanderen hier zichtbaar de beste van allen was.
Ik heb de Vlaamse kranten van maandag bestudeerd. Knaven en zijn zege waren klein bier geworden: onze landgenoot haalde in het geheel niet de openingspagina van Het Laatste Nieuws en een klein hoekje van de eerste sportpagina. Ik proefde iets van azijn, misschien ook wel iets bitters.
Later hoorde ik dat de collega's van de Belgische televisie ook niet erg opgetogen waren over Knaven als winnaar. Ook hun regels na afloop waren in het zuur gelegd.
Ik vind dat vreemd.
Na Gent-Wevelgem hoorde ik een zuiderbuur over de winnaar, de Amerikaan George Hincapie. Oké, hij had gewonnen, maar was hij nou wel een groot coureur? Ja, hij had een Hollander verslagen in de sprint. Dat was wel weer leuk.
En na de Ronde van Vlaanderen werd het erepodium Bortolami-Dekker-Zanette door de Belgen bestempeld als niet groots: waar waren de favorieten?
Ik heb niets met deze vorm van chauvinisme. Ik hou niet van gekte en dus ook niet van die knotsgekke, doorslaande Oranje-idioterie die je ziet bij het voetbal, tijdens Olympische Spelen (lekker in het Holland Huis geweest, lekker vol laten lopen, lekker oranje staan kotsen, lekker lol gehad) en (waarom in hemelsnaam?) tegenwoordig zelfs bij tennis.
Ik durf te zeggen dat ik niet gekleurd naar sport kijk, dat ik zelfs niet meer chauvinistisch van mezelf mag en kan worden. Neen, dat is niet moeilijk, het is een kwestie van opvoeding -twee grootmeesters in de journalistiek, Ruud van den Ende en Bob Spaak, en mijn vader leerden me dat- om zo te kijken, te redeneren en te praten of te schrijven.
Verslaggeving hoort onpartijdig te zijn en ook los van nationale gevoelens.
Ik ben bang dat ik een van de weinigen ben die dat zo geleerd heeft en het ook zo kan uitdragen.
Ik heb zeer genoten van het fietsen van Rik Verbrugghe in de Waalse Pijl en zie in hem niet primair een Belg, maar gewoon de winnaar van een wielerkoers.
In België zag men in hem een Waal en de Vlamingen hoopten dat aanstaande zondag er 'een van hen' zou gaan winnen. Kijk, dat is nou gek. Verbrugghe heeft twee Vlaamse ouders, maar woont in Wallonië en is tweetalig. Dat laatste weten de meeste Vlamingen niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.