De wortel, zoals wij die nu kennen, is niet altijd beschouwd als eetbare groente. In de oudheid werd de plant gezien als aromatisch kruid. De Grieken en Romeinen verbouwden de wortel dus niet voor consumptie, maar vanwege de aangename geur die de zaadjes en blaadjes verspreidden.
De 'moderne', eetbare wortel bereikte de Arabische landen van het Midden-Oosten tegen het einde van het eerste millennium, vanuit Afghanistan. Er bestonden toen twee varianten: de paarsrode en de geelgroene. Via Spanje -onder Arabisch gezag- deed de wortel zijn intrede in de rest van Europa.
Nederland maakte in de 14de eeuw kennis met de groente en werd al gauw voortrekker in het cultiveren ervan. Een schilderij uit 1559 van Pieter Aertsen ('Christus en de overspeligen') laat zien dat de wortels in die tijd nog lichtgeel en paars waren.
Nederland mag zich 'uitvinder' noemen van de karakteristieke oranje wortel, die ontstond door een proces van selectie en cultivatie van de lichtgele soort (de paarse wortel raakte uit de gratie). De oranje kleur -te danken aan caroteen, de kleurstof waaraan het Engelse carrot zijn naam ontleent- is dan ook voor het eerst te zien op Nederlandse schilderijen uit de 17de eeuw. Ook de eerste beschrijvingen van deze soort stammen uit Nederland, uit de 18de eeuw.
Benodigdheden:
700 gram wortels
2 grote aardappelen
1 ui
1 liter kippenbouillon
60 gram boter
1 tl suiker, peper en zout
peterselie en zure room
Hak de wortels, ui en aardappelen in grove stukken. Doe ze in een stevige pan waarin de boter al gesmolten is. Voeg suiker, zout en peper toe, en laat met deksel op de pan ongeveer een kwartier op laag vuur staan. Giet vervolgens de bouillon erover en laat wederom een kwartier sudderen. Haal ten slotte door een zeef (in de keukenmachine kan ook) om het geheel glad te krijgen.
Warm opnieuw op en voeg per portie de room en (fijngehakte) peterselie toe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.