Amerikaanse vliegtuigen hebben gisteren doelen aangevallen in de no-fly-zone in Noord-Irak. Eerder op de dag had de Amerikaanse president Bush nog zijn tevredenheid uitgesproken over de aanvallen van vrijdag. Maar de meeste bommen die Amerikaanse en Britse vliegtuigen toen lieten vallen op Iraakse radarstations misten hun doel.
De aanvallen van gisteren waren volgens een Amerikaanse defensie-woordvoerder een reactie op Iraakse pogingen geallieerde vliegtuigen neer te schieten.
Ondanks Bush' tevreden uitspraken over de aanval van vrijdag vernietigden volgens bronnen bij het Pentagon maar 8 van de 25 precisie-bommen delen van installaties. Daarnaast staat van acht doelen vast dat ze onbeschadigd bleven, terwijl men dat aan de hand van de satellietbeelden van andere doelen niet met zekerheid kon vaststellen. Omdat alle bommen dezelfde afwijking naar links vertoonden, gaat men uit van software-problemen.
De marine is zeer ontevreden over de bommen, die per stuk tussen de 250000 en 700000 dollar kosten. Ze werden van een afstand van 45 tot 60 kilometer afgevuurd door vliegtuigen die waren opgestegen vanaf een Amerikaans vliegdekschip in de Golf. Onthullingen kwamen er gisteren ook van Britse defensiemedewerkers. Die vertelden de Daily Telegraph dat ze hun informatie over de locatie van de doelen van vrijdag te danken hebben aan Servië. Serviërs blijken onder Milosovic samen met Chinese experts in Irak aan de herbouw van de Iraakse luchtafweersystemen te hebben gewerkt. De nieuwe Servische president Kostunica maakte daar snel na zijn aantreden een einde aan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.