*

 
dossier

Archief

Inspectie slecht door bezuiniging

Ruud van Haastrecht − 20/01/01, 00:00

De defensie-inspecteurs die vuurwerkopslagen moeten controleren, konden sinds '98 hun werk niet goed meer doen door onderbezetting en het ontbreken van leiding. Dat staat in een intern rapport in opdracht van minister De Grave van defensie naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede. Volgens het rapport was bij het bewuste Bureau Adviseur Milieuvergunningen (BAM) een onwerkbare situatie ontstaan. ,,Onvermijdelijk heeft dit geleid tot fouten.''

Minister De Grave gelastte het onderzoek nadat BAM, beter bekend als het Bureau Milan, na de vuurwerkramp zware kritiek kreeg. Bij de geëxplodeerde vuurwerkopslag SE Fireworks werden sinds jaar en dag veiligheidsvoorschriften overtreden, zonder dat de defensie-inspectie ingreep.

De medewerkers van BAM leggen de schuld bij hun superieuren. In augustus '98 werd bij een reorganisatie bij de Koninklijke Landmacht het bureau ingekrompen van 5,5 naar 3 formatieplaatsen. Gevolg: een administratieve chaos, irritatie bij gemeenten door te late reacties van BAM op ontwerp-vergunningen, en een snel oplopende werkachterstand. Opslagen met meer dan honderd ton vuurwerk, zoals SE Fireworks, moeten volgens de wet eens per jaar gecontroleerd worden. Maar tussen oktober '98 en augustus '99 wordt geen enkele vuurwerkopslag in Nederland gecontroleerd.

Een van de twee overgebleven inspecteurs wordt een klein jaar uitgezonden naar Bosnië. De ander wordt opgeslokt door de millenniumwisseling.

Toch kan niet alles worden afgeschoven op de bezuinigingsmaatregel. Voor het onderzoek werden de keuringsdossiers van drie willekeurige vuurwerkopslagen doorgelicht. Slechts één van die drie kreeg jaarlijks bezoek van defensie. De tweede werd voor het laatst in 1992 gecontroleerd. De derde is zelfs nooit bezocht.

Sinds de reorganisatie waarschuwde BAM de verantwoordelijke directie Verwerving een paar keer mondeling en schriftelijk over de 'risico's' die de onderbezetting met zich meebrengt. Ten einde raad stuurt een van de twee inspecteurs in november '99 een brandbrief aan de plaatsvervangend sous-chef, de onderdirecteur materiële zaken bij de landmacht. Daarin wijst de inspecteur op de 'knelpunten'.

De notitie raakt echter zoek bij een wisseling van de wacht tussen de gaande en komende plaatsvervangend sous-chef. BAM verneemt er niets meer over. Dat past in een oud patroon. De BAM-medewerkers karakteriseren de aansturing door de plaatsvervangend sous-chef verwerving in de loop der jaren als 'nihil'. Het bureau werd zelf niet gecontroleerd of geleid en 'zwom'. ,,Daar de (vuurwerk)regelgeving als vaag wordt ervaren, heeft het bureau daaraan een eigen invulling gegeven.''

Drie dagen ná de vuurwerkramp stuurt dezelfde inspecteur de notitie nogmaals, dit keer aan de Directie Materieel. Na lezing van het onderzoek naar het functioneren van BAM, ondernam minister De Grave wel actie. Het bureau is sindsdien uitgebreid met twee adviseurs en heeft weer een eigen administratieve kracht.

Dat het toezicht op de vuurwerkbranche er bij de overheid bij hing, blijkt in de eerste dagen na de ramp ook nog op andere wijze. In Den Haag ontstaat dan verwarring over het aantal vuurwerkopslagen in Nederland. Het ministerie van Vrom komt met een lijst van 71 opslagplaatsen. Het blijken er uiteindelijk 288. Een woordvoerster schrijft dat toe aan de al jaren heersende onduidelijkheid waar vuurwerk nou eigenlijk onder valt. Vrom wist daardoor slechts af van een deel van alle vuurwerkbedrijven. In het defensierapport staat daarentegen dat de vrom-schatting gebaseerd was op een inventarisatie van Verkeer en Waterstaat uit 1971, die sinsdien nooit meer was bijgewerkt.

De Enschedese gemeenteraad trok deze week al haar eigen conclusies uit het defensie-onderzoek. Als het gaat om de veiligheidsaspecten van vuurwerk, kan een gemeente niet vertrouwen op de 'externe expertise' van defensie. Het wil in regionaal verband zelf de kennis in huis halen. Zelfs als defensie haar inspectie-apparaat weer op kracht brengt, bevestigt loco-burgemeester Helder. ,,Op dat soort adviezen willen we voortaan contra-expertise plegen. Dat is beslist noodzakelijk om het geschonden gevoel van veiligheid bij de Enschedese bevolking de komende jaren te herstellen.''

mailIcon print |