,,Een goede bankier vindt dit een akkoord waar hij niet van heeft durven dromen'', sprak Bill McDonough, baas van de centrale bank van de staat New York. Eerst maar eens de 700 pagina's lezen, is het nuchtere commentaar van de Nederlandse vereniging van banken (NVB).
Dat lezen van het tweede zogeheten Bazelse Akkoord is voor elke bankier ter wereld verplichte kost. Het is al weer 13 jaar geleden dat de centrale bankpresidenten van de grootste industrielanden ter wereld een akkoord sloten dat in principe elke bank in de wereld raakt. In 1988 werd het eerste akkoord van Bazel gesloten. In die stad zetelt de Bank for International Settlements (BIB) oftewel de 'bank voor de centrale banken'. Het eerste akkoord behelsde afspraken over de gelden die banken minimaal achter de hand moeten houden bij het afsluiten van leningen. Grofweg 8 procent van het eigen vermogen werd sinds dat akkoord ter dekking aangehouden tegenover iedere mark, gulden, yen of dollar die risicodragend werd uitgeleend. Aanvankelijk werden ongeveer 100 landen aan het eerste Baselse akkoord gebonden, inmiddels zijn dat er 150. En de verwachting is dat deze 150 landen zich ook achter het tweede Bazelse akkoord zullen scharen. Al was het maar om zichzelf niet buiten de internationale gemeenschap te plaatsen.
Het nu voorgestelde tweede akkoord van Bazel is feitelijk een verfijning van de afspraken van 1988. Het handhaven van een minimum aan risicodekking is erin gebleven. Die afspraak moet voorkomen dat banken bij het uitzetten van hun leningen -om de concurrentie een slag voor te zijn- zo onbezonnen te werk gaan dat zij hun voortbestaan én het geld van hun rekeninghouders riskeren. Om maar niet te spreken over banken, zoals in Indonesië, die hele landen naar de economische afgrond brengen.
Alleen is in de praktijk gebleken dat de minimumnorm banken niet echt prikkelt om systemen te bouwen waardoor risico's vroegtijdig worden gesignaleerd. Frauderende bankemployees (zie de val van Barings) kunnen zo'n risico zijn. Banken die veel doen aan risicobeheersing worden daarvoor beloond in het nieuwe akkoord. Zij mogen minder geld ter dekking aanhouden en krijgen dus de kans om meer geld uit te lenen en zo meer te verdienen. Goed nieuws dus voor de goede bankier.
Het tweede goede nieuws voor de bankier is dat tot op heden weinig profijtvolle leningen meer kunnen gaan opbrengen. In de huidige regels wordt nauwelijks onderscheid gemaakt tussen de geldleners. Coca-Cola of Shell worden als zeer betrouwbare betalers beoordeeld. Geld uitlenen aan deze bedrijven geschiedt dus tegen een lagere rente dan aan bedrijven met een hoog risicoprofiel. Als banken veel van dit soort zeer kredietwaardige bedrijven als klant hebben, moet een relatief groot bedrag achter worden gehouden ter dekking. En dat betekent dat minder geld uitstaat waar geld mee verdiend kan worden. Het nieuwe Bazelse akkoord -met oog voor goede en minder goede betalers- zal als effect hebben dat de slechte betaler duurder uit zal zijn bij de banken.
Maar wie bepaalt nu hoe groot het risico is? Banken mogen zelf op basis van door de centrale banken op te stellen standaarden meetinstrumenten maken. De ratings van de grote kredietbeoordelaars zoals Moody's blijven ook bruikbaar. De bankier die zelf aan de slag gaat doet aan risicobeheersing en wordt daarvoor beloond met een verlaging van het bedrag dat hij voor risico's moet reserveren.
Veel bankiers zullen het misschien onprettig vinden meer gegevens te moeten inleveren bij de centrale banken. Daar staat tegenover dat het geld, meer dan in het verleden het geval was, mag gaan rollen.
Het nieuwe raamwerk dat dinsdag in Washington werd gepresenteerd, wordt in 2004 pas echt ingevoerd. De komende maanden wordt de kritiek in Bazel verzameld. Eind dit jaar moet het nieuwe akkoord worden gepubliceerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.