*

 
dossier

Archief

Dichtbij

T. van Deel − 04/10/01, 00:00

Afgelopen zaterdag en zondag hingen er naast de deuren van vele tientallen Haagse huizen oranje vlaggetjes waarop stond te lezen dat zich hier een 'Dichter aan huis' bevond. Duizend mensen waren van heinde en ver naar de hofstad gekomen, gewapend met een kaart die aangaf waar de dichters precies gehuisvest waren. Vanaf twaalf uur zouden ze op elk heel uur beginnen met het voorlezen uit eigen werk, om vijf uur voor de zesde en laatste keer. Tussen de lezingen door spoedde het publiek zich naar een volgende locatie en zo kon men op één dag dus zes dichters beluisteren en van bijzonder dichtbij meemaken.

Het gebrek aan afstand tussen dichter en publiek is wel het meest opmerkelijke en ook aantrekkelijke van deze manier van optreden. Ik mag erover meepraten want ik was er bij, niet als toehoorder maar als dichter. Zo'n huiskamerlezing is het tegendeel van, laat ik zeggen, voorlezen op de Nacht van de Poëzie in het Utrechtse Vredenburg voor tweeduizend vrijwel onzichtbare mensen in de zaal. Dat is ook heel plezierig om te doen en de aandacht daar is altijd groot, maar de afstand ook. Dichter aan huis betekent in feite dat de dichter dichtbij komt en dat geldt ook voor de gedichten die hij uitspreekt.

Er behoeft in een betrekkelijk kleine ruimte geen microfoon aan te pas te komen en alleen al daardoor lijkt het gedicht, onversterkt, beter over te dragen en directer tot het publiek door te dringen. Bovendien zijn ook kleine reacties, onwillekeurig geuit, zoals een zucht van bewondering of een blik van niet geheel begrijpen, dadelijk op te merken. Bij het lezen voor grote, volle zalen blijft het publiek iets abstracts, in de huiskamer bestaat het uit individuen die, zichtbaar, persoonlijk aangesproken worden. Ik merkte dat ik in de gegeven situatie mijn gedichten zelf ook veel meer opvatte als persoonlijke uitspraken, weliswaar bestemd voor iedereen die ze wil lezen of beluisteren, maar toch dicht bij mijzelf behorend.

Als de mensen eenmaal zo dichtbij zijn, komen ook de vragen en opmerkingen en kan de dichter zich niet meer verbergen achter het masker van zijn gedicht. Hij heeft het gedicht geschreven, maar nu hij het zelf ook nog eens voorleest in de intimiteit van een huiskamer ten overstaan van mensen die naar hem toe zijn gekomen, moet hij wel meer van zichzelf prijsgeven dan alleen zijn gedicht.

mailIcon print |