Het beroepsonderwijs kreeg zeven jaar geleden een hele reeks nieuwe diploma's en kwalificaties, waarvan de namen nog altijd niet zijn ingeburgerd. Was je voor 1993 gewoon een meao'er of monteur, nu leveren deze opleidingen werknemers op vier niveaus af.
Doel van de operatie was een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Daaraan mankeerde heel veel, vonden commissies onder leiding van oud-Philips topman Rauwenhoff en oud-Shell bigshot Wagner in de jaren tachtig, toen over het land de grauwsluier van recessie en werkloosheid hing. Meer op de praktijk gerichte opleidingen zouden jongeren kunnen behoeden voor thuiszitten.
Ook een minister van onderwijs die de inhoud van het beroepsonderwijs bepaalde was uit de tijd. Vanaf 1993 - veranderingen nemen nu eenmaal tijd - hebben de organisaties van werkgevers en werknemers een flinke vinger in de pap. Ze overleggen met het onderwijs over de eindtermen (niveau-eisen), die de minister vervolgens vastlegt.
Het beroepsonderwijs telt nu verschillende niveaus in plaats van één diploma per opleiding, omdat de praktijk daar volgens de sociale partners om vraagt. Ook zijn er inderdaad meer richtingen binnen een opleiding gekomen. Zo is de meao veranderd van een soort havo in een echt beroepscollege met verschillende administratieve sectoren.
De kwalificatiestructuur telt vier niveaus. Niveau 3 en 4 leiden op voor middenkader-werk. Deze richtingen tellen de meeste (290 000) leerlingen. Niveau 1 en 2 (119 000 leerlingen) zijn er voor de lagere functies. Niveau 1 verving het vormingswerk waar in de geest van de jaren zeventig flink aan de ontplooiing van moeilijke jongeren werd geschaafd. De toenmalige minister van onderwijs, de PvdA'er Ritzen, maakte hier een eind aan. Ritzen vond het vormingswerk - waar je geen diploma haalde - te vrijblijvend.
Sluitstuk van de vernieuwing van het beroepsonderwijs was het onder één dak brengen van de altijd strikt gescheiden 'gewone' mbo-opleidingen en het leerlingwezen (werken en een beetje leren). Nu heet het leerlingwezen beroepsbegeleidende leerweg (bbl). De bbl bestaat vanaf het tweede jaar voor 90 procent uit werken. In de bol (beroepsopleidende leerweg) is dat iets minder dan de helft. Leerlingen kunnen op alle niveaus kiezen tussen bol of bbl. Het leerlingwezen stond altijd bekend als makkelijker, maar nu leiden beide richtingen op voor een gelijkwaardig diploma.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.