Voor het eerst na 21 jaar wordt in Moskou weer een voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité gekozen. Al die tijd zat Juan Antonio Samaranch als een heerser op de troon. Van een failliete boedel maakte hij een drukpers voor dollars. De ondoorzichtige, archaïsche structuur bleef overeind, alle weerstand ten spijt.
Het IOC telt 122 leden. Zestig van hen werden dat op voorspraak van Juan Antonio Samaranch. Dit exclusieve systeem van coöptatie blijft gehandhaafd tot de laatste werkdag van deze Spaanse markies. Op zijn aandringen komen er in Moskou zeven nieuwelingen bij de clan, onder wie zijn zoon.
De controversiële IOC-president wil er zijn mistig erfgoed mee beschermen. Hij heeft zijn organisatie altijd in de greep gehouden door zich te omringen met meelopers - tegenspraak duldt hij niet - of als het moest met vijanden, die hij uitschakelde door ze te omarmen.
In Moskou worden de gaten gevuld die ontstonden door het omkoopschandaal van 1998. De Zwitser Marc Hodler brak toen de omerta binnen het IOC door wereldkundig te maken hoe Salt Lake City met behulp van gewillige vrouwen, diensten en smeergeld de Winterspelen had weten binnen te halen.
De affaire kostte tien IOC-leden de kop. Samaranch bleef als eerst verantwoordelijke zitten en kondigde herstructurering van zijn organisatie aan. Transparantie en democratie waren de toverwoorden, maar bleken uiteindelijk loze woorden.
Er had een levendige discussie moeten ontstaan over hoe eet verder zou moeten gaan met dit hoogste sportgremium dat sporters fair-play zou moeten voorhouden, maar het zelf niet zo nauw neemt met normen en waarden. Zelfkritiek kwam in de woordenschat van de olympische bestuurders niet voor.
De wisseling van de wacht is een prachtig moment voor hervormingen. De ethische commissie die na het Salt Lake City-schandaal werd ingesteld, heeft het de kandidaten echter verboden campagne te voeren of met elkaar in discussie te gaan. En de kiezers, de IOC-leden, mogen niet debatteren over de kwaliteiten van mensen als Jacques Rogge, Richard Pound, Kim Un Yong, Anita de Franz en Pal Schmitt. De scheuren in de door Samaranch zorgvuldig aangesmeerde vestingmuren zouden eens zichtbaar kunnen worden.
Goedbeschouwd vertelde Hodler niets nieuws toen hij via een radiomicrofoon als eerste IOC-lid Samaranch in het openbaar trotseerde. Hij bevestigde slechts wat iedereen al wist. Uitgebreid was al beschreven hoe gretig IOC-leden reizen accepteerden van kandidaat-steden, hoe zij zich in de watten lieten leggen en amper wisten hoe ze de bergen geschenken thuis moesten krijgen. Hoe het IOC zich wentelde in een oncontroleerbare spilzucht van miljoenen.
Het stond in kranten, bladen, gedetailleerde boeken zelfs. Als Samaranch er al op inging, noemde hij het loze aantijgingen, leugens, beledigingen. Niets mocht zijn grootste wens in de weg staan: de Nobelprijs voor de vrede. Uitgerekend Hodler, de man die bij de presidentsverkiezing van 1980 werd verpletterd, maakte dat definitief tot een illusie. Die Nobelprijs was natuurlijk altijd al een hersenschim van de Catalaan. Zijn verleden als aanhanger van dictator Franco (hij was minister van sport onder dat regime) maakt aanspraken op een dergelijk eerbetoon absurd.
Hoe de denkwereld van Samaranch eruitziet wordt duidelijk als hij in 1992 in het Duitse weekblad Die Zeit wordt doorgezaagd over zijn verleden. ,,Daar sta ik geheel achter'', zegt hij. ,,Ik ben er zeer tevreden over dat ik er mijn bijdrage aan heb kunnen leveren dat Spanje nu werkelijk een volledig democratisch land is.''
In de biografieën van het IOC wordt die periode van de vermogende textielfabrikant verzwegen. Dus weten weinigen dat in 1975 100 000 mensen voor het gebouw van de regionale bestuursraad in Barcelona het vertrek eisten van de politicus/playboy. De voormalig bestrijder van communisten in eigen land werd ambassadeur in Moskou. En verwierf zich als vice-voorzitter van het IOC de steun van het Oostblok. Dat bleek een ideaal vertrekpunt voor zijn ambitie: een aanbeden leider te worden.
In 1980 viel Moskou ten prooi aan de zoveelste boycot; voor 1984 had slechts het 'Plastic Paradijs' Los Angeles zich kandidaat gesteld. Samaranch begreep wat hij moest doen, gesteund door zijn vriend Horst Dassler, baas van het machtige sportkledingconcern Adidas. Tegen alle ethische codes en tradities in ging Samaranch in op de Amerikaanse eis om het evenement van 1984 commercieel te exploiteren. Tegen alle verwachtingen in werd het een groot succes.
Na zijn verkiezing in 1980 vestigde Samaranch zich in Lausanne, thuisbasis van de olympische beweging. De ondoorgrondelijke Samaranch liet anderen praten, maar stuurde hen ongemerkt zijn eigen richting op. Hij had een goed ontwikkeld gevoel voor naderend onheil. Voorzag hij weerstand, dan stelde hij stemmingen uit om via een omweg zijn doel te bereiken.
Dat lukte niet met IOC-directeur Monique Berlioux, die bij Samaranch' aantreden alle macht bezat en meende de Spanjaard onder controle te kunnen houden. Samaranch liet de Française in die waan, profiteerde van haar kennis en schopte haar in 1985 op de keien.
In datzelfde jaar kreeg de structuur gestalte die de basis is onder de huidige welstand van het IOC. Dassler formeerde het marketingbureau ISL dat voor de armlastige olympische sportclub lucratieve contracten afsloot met multinationals als Coca-Cola, Visa en Kodak. Desondanks kon Samaranch blijven wijzen op 'schone' Spelen. De inkomsten zouden nodig zijn als garantie tegen mogelijk dalende televisierechten. Daar is het nooit van gekomen: tot 2008 is voor twee miljard dollar vastgelegd.
Nu Winter- en Zomerspelen uit commercieel oogpunt uit elkaar zijn gehaald, lijkt het sportfeest slechts een excuus voor een tweejaarlijkse reclamemarkt. Dit staat lijnrecht tegenover de vroegere revolte tegen het materialisme, zoals Brundage die drie decennia terug predikte.
Seoul werd in 1988 de speelplaats omdat de sponsors in Azië nieuwe inkomstenbronnen zagen. Om dezelfde reden staat Peking hoog op de lijst voor 2008. Athene aasde tevergeefs op het honderdjarig bestaansfeest van 1996. De infrastructuur van de Griekse stad voldeed niet. In plaats daarvan werden de Spelen gehouden in Atlanta. De stad voldeed niet vanwege zijn slechte infrastructuur, maar voor Atlanta golden andere regels dan voor Athene. Het is dan ook de standplaats van IOC's oudste en trouwste sponsor Coca-Cola.
Hoe meer geld, hoe groter de verspilling. Samaranch was niet in staat die te stoppen. Integendeel hij stimuleerde de miljoenendans van kandidaatsteden. Het stond lang van tevoren vast dat Barcelona, geboortestad van Samaranch, het feest van 1992 zou krijgen. Om de toewijzing meer allure te geven stimuleerde de voorzitter andere steden tot een bod. Circa 140 miljoen dollar werd verspild aan nutteloze campagnes. Amsterdam had het kleinste budget en eindigde roemloos als laatste.
Samaranch had in 1992 als 72-jarige roemrijk afscheid kunnen nemen van een bloeiende organisatie. Maar hij kon geen afstand doen van de macht. Samaranch had in 1999 móeten aftreden toen de omvang van de corruptie duidelijk was. Hij kondigde een reorganisatie aan die geen reorganisatie werd.
Samaranch stelde de Spelen open voor profs zonder dat het IOC zelf overging tot betalen. Hij detacheerde familieleden bij reclamebureaus, die vervolgens een contract kregen van het IOC. Hij hield de feodale machtsstructuur in stand. Hij deed niets tegen het gigantisme van de Spelen. En droeg niets wezenlijks bij in de strijd tegen doping, die in 1980 bij zijn aantreden al een dominante rol speelde op de Spelen.
Sneller, hoger, verder moest het, met name met de waarde van de IOC-aandelen. De rol van de farmaceutische industrie werd daarbij gedoogd. Nu overheden zich met die rotte tak zijn gaan bemoeien, blijkt ook hier dat de macht van Samaranch niet oneindig is. Zijn poging bij het onafhankelijke dopingbureau Wada een voet tussen de deur te krijgen mislukte jammerlijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.