In oktober 1996 was Kabila er opeens, uit het niets, leek het. In het oosten van de Democratische Republiek Congo, toen nog Zaïre, was het al maanden onrustig. Terwijl de Zaïrese president Mobutu Sese Seko voortdurend in Europa was voor behandeling van zijn prostaatkanker, waren Tutsi-rebellen, gesteund door Rwanda, Burundi en Oeganda, in opstand gekomen.
Het leek hen er vooral om te gaan een einde te maken aan de toenemende onderdrukking van de Congolese Tutsi's in het oosten. Bovendien waren Hutu-extremisten na de massaslachtingen in Rwanda in 1994 de grens van Congo overgevlucht, waar ze nog steeds een bedreiging voor Rwanda vormden. Op 18 oktober wierp de onbekende Laurent Kabila zich op als de leider van de rebellie, verenigd in de splinternieuwe Alliantie voor Democratische Strijdkrachten in Congo (ADFL).
Hij maakte meteen bekend een veel ambitieuzer doel te hebben dan het creëren van een veilige bufferzone voor de Tutsi's. Zijn troepen zouden opmarcheren naar de Congolese hoofdstad Kinshasa, meer dan duizend kilometer verderop, en een einde maken aan de dictatuur van Mobutu. Het werd met ongeloof aangehoord. Maar nauwelijks een halfjaar later trokken Kabila's troepen Kinshasa binnen. De doodzieke Mobutu was al gevlucht. Op 29 mei in het voetbalstadion werd Kabila beëdigd tot president.
Hij was een eind gekomen voor iemand die met ongeloof was aangehoord, en die door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Tanzania als stroman naar voren was geschoven, omdat ze 'een Congolees nodig hadden die geen Tutsi was'.
,,Kabila was een zeer goede manipulator, hij kon mensen meesterlijk bespelen. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden, maar hij wist zijn kans te grijpen'', zegt Erik Kennes van het Afrika-Instituut in het Belgische Tervuren, die werkt aan een biografie over Kabila. De bevolking hoopte op betere tijden na 32 jaar van corruptie en plundering van het land en stond te juichen waar Kabila oprukte.
Ook de beroemde Afrika-kenner Basil Davidson liet zich in 1997 in een interview met Trouw verleiden door het idee van betere tijden voor Congo. Kabila werd omringd door 'competente en moedige dertigers', vertelde hij. En dat in het immens grote land van 40 miljoen inwoners en 250 etnische groepen vrijwel niets meer functioneerde noemde hij juist een voordeel. ,,Ze zullen in staat zijn vanaf de grond te beginnen, en te bouwen op de hoop van mensen die lange tijd verstoken zijn geweest van goed nieuws.''
Hoewel Kabila razendsnel een wereldster werd, was hij geen nieuwkomer in de Congolese politiek. Al meteen na de onafhankelijkheid van België (1960) werd hij jeugdleider van een partij die was gelieerd aan de marxistische Patrice Lumumba, de eerste premier van Congo. Na de moord op Lumumba in 1961 sloot Kabila zich aan bij een guerrillabeweging die streed tegen de nieuwe leider van het land, Mobutu. Hij kreeg tijdelijk steun van niemand minder dan de Latijns-Amerikaanse revolutionair Ernesto Che Guevara (naar later is gebleken mede omdat de Cubaanse leider Castro hem uit de buurt wilden houden). Che was niet erg blij met Kabila's revolutie. ,,Hij zit het liefst in dure hotels verklaringen uit te geven, en Scotch te drinken in het gezelschap van mooie vrouwen'', schreef hij in zijn dagboek. ,,En weliswaar is Kabila jong - 26 in die tijd - maar ik betwijfel zeer of hij zal veranderen.''
Che vertrok in 1965. Wetend dat de strijd was verloren trokken Kabila's strijders zich voor bijna twintig jaar terug in een 'bevrijde zone' in de bergen van de provincie Kivu, bij het Tanganyika-meer. Een verslaggeefster van de Washington Post sprak in 1997, terwijl Kabila op weg was naar Kinshasa en zijn populariteit groter dan ooit, met inwoners uit die enclave. Zij stuitte vooral op weerzin over de 'verrader, moordenaar en dief', die terreur zaaide en zich verrijkte met het goud uit de regio.
Zeker één Nederlandse biologe zal zich Kabila levendig herinneren. Zij werd in 1975 met drie anderen door Kabila ontvoerd, en pas na twee maanden en betaling van een half miljoen dollar losgeld vrijgelaten. In 1978 ging Kabila in ballingschap naar Tanzania, en zette daar zijn dubieuze handeltjes voort. Zo was hij volgens Kennes betrokken bij een overval op een kobalt- en kopertransport.
Over de jaren '70 en 80' is niet veel bekend. ,,Onverdachte bronnen zijn er nauwelijks, teksten zijn altijd opgesteld om iemand in een goed daglicht te plaatsen'', zegt Kennes. Hij ontkent het zeer hardnekkige verhaal dat Kabila in jonger jaren in Frankrijk filosofie heeft gestudeerd. ,,Dat heeft hij ooit zelf gezegd, maar hij heeft zijn middelbare school niet eens afgemaakt''.
Behalve aan zelfverrijking heeft Kabila in zijn stille tijden waarschijnlijk vooral gewerkt aan het opbouwen van contacten, zoals met de huidige Oegandese president Joweri Museveni. De connecties hielpen hem aan het leiderschap van de opstand tegen Mobutu Sese Seko. In 1997 kreeg hij de zoete wraak op zijn oude vijand. ,,Mijn lange jaren van strijd waren als het bemesten van de velden. Nu is het moment gekomen om te oogsten'', zei hij er zelf over.
Hij heeft het letterlijk genomen. Binnen enkele weken na zijn beëdiging was veel enthousiasme weggeëbd. ,,Kabila is iemand die altijd 'buiten de wet' heeft geleefd, hij kon helemaal niet omgaan met bestuur of zoiets als het idee van een rechtsstaat'', zegt Kennes. Binnen een halfjaar schreef een onderzoeker van de VN: ,,Het recht op leven, vrijheid en lichamelijke integriteit bestaat niet meer, en de regering oefent absolute macht uit.'' Met alle macht verzette Kabila zich tegen een VN-onderzoek naar mogelijk 200 000 dodelijke slachtoffers van Kabila's opmars in Oost-Congo. Economisch ging hij over van marxisme op vrije-marktideeën, waarbij het geld wel in zijn richting moest stromen.
Nadat hij zijn belangrijkste bondgenoten, Rwandese Tutsi-militairen, had bevolen het land te verlaten brak in het oosten van het land in augustus 1998 opnieuw een opstand uit, wederom met steun van Rwanda en Oeganda. En het was alleen te danken aan het ingrijpen van Angola, Zimbabwe en Namibië dat Kabila niet onder de voet werd gelopen en net zo snel weer het veld moest ruimen als hij gekomen was.
Kabila stond er op regionale topontmoetingen vaak wat verloren en eenzaam bij. Hij was geen staatsman, maar een vechter, zegt Kennes. ,,Hij was zelf waarschijnlijk ook verbaasd dat hij het tot president had gebracht. Maar hij heeft er nooit wat mee gedaan. Daarvoor was hij te beperkt van visie, ook op militair terrein. Hij was waarschijnlijk beter in zijn element als 'koning' van zijn enclave, dan als president van een heel land.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.