De kerk heeft geld nodig. Veel geld. Om een steentje bij te dragen loopt Gerrit van Middelkoop al jarenlang door Arnhem voor Kerkbalans, een soort vrijwillige belastingaanslag van de kerk.
Als hij te vroeg de straat op gaat, mist hij de tweeverdieners. Vertrekt hij te laat, dan doen de ouderen niet meer open. ,,Als je om vijf uur vertrekt heb je de grootste kans van slagen'', zegt Van Middelkoop.
Een koude wind blaast wanneer hij -dikke jas aan, pet op- op pad gaat. ,,Dit is nog niks'', vertelt hij grijnzend. ,,Ik heb wel flinke regenbuien en harde wind gehad.''
Hij heeft er zin in. Bijna vijftien jaar brengt hij in Arnhem als trouwe vrijwilliger de brieven rond. Naar de kerk gaat hij niet veel, dat doet vooral zijn vrouw. Dat hij nu voor niks dit werk doet, was toentertijd een idee van zijn actieve echtgenote.
Kerkbalans is voor de regionale kerken een belangrijk middel om de kerkelijke kas jaarlijks te spekken. Huishoudens krijgen een brief thuis waarin ze aangeven hoeveel geld de kerk, de diaconie en de zending dit jaar krijgt.
Bij een flatgebouw in de wijk Presikhaaf belt hij aan. ,,Het vervelende is dat veel ouderen in de flat schrikken als ik kom. Ze hebben niemand beneden horen bellen. Soms doen ze gewoon niet open. Dan vragen ze later: Oh, was u het die avond?'' Op de zesde etage klinkt in een appartement gestommel. Van Middelkoop luistert aandachtig. ,,Nu gaat de oude vrouw die hier woont eerst naar de keuken.'' Seconden verstrijken. Dan flits het licht in de keuken aan. ,,Nu kijkt ze door het gordijn om te zien wie er is.'' Het gordijn schuift ze opzij. Dan verschijnt er een glimlach op haar gezicht. ,,Gut, bent u het'', zegt ze als ze het keukenraam opent. ,,Is het droog buiten?''
Van Middelkoop vertelt dat je beter oudere mensen kunt treffen dan jongeren. Vooral 'die studenten' zijn niet altijd gulle gevers. ,,Dan geef je ze de envelop en zegt dat je die maandag weer komt ophalen. Sta je daar maandag, doet er niemand open. Terwijl je ze wel kunt horen. Dan baal je als een stekker.''
Op zijn ronde hoeft hij niet bij studenten aan te bellen. Vooral mensen van middelbare leeftijd en senioren staan op de lijst. ,,Bent u daar eindelijk?'', vraagt een vrouw van in de veertig. ,,Oh, u heeft een hulpje bij u'', zegt ze als ze naar de verslaggeefster gluurt. ,,Ja, ze wilde een keer zien wat mijn werk inhoudt'', zegt Van Middelkoop met enige trots. ,,Moet je maar goed opletten. Dan kun je het volgend jaar ook'', zegt ze.
Een volgende vrouw vraagt of de verslaggeefster Van Middelkoops opvolger is, een ander vermoedt dat zij zijn dochter is. ,,Je hebt een soort band met deze mensen'', vindt Van Middelkoop. ,,Je komt elk jaar even langs. Dan kijk je toch even hoe het met ze gaat.''
Op de looplijst, de lijst met namen van de huishoudens, schrijven de lopers wat hen opvalt. Als er iets mis is, komt een pastoraal team later om het 'echte' gesprek te voeren. ,,Het is de bedoeling dat je altijd vriendelijk blijft'', zegt Van Middelkoops echtgenote Martine. ,,Het is niet onze taak om het gesprek aan te gaan.''
Soms gaat het mis. Voor enkele kerkgangers is de brief van Kerkbalans niets anders dan de blauwe envelop van de belastingdienst. ,,Dan zeggen ze van: 'Als u geld nodig heeft, weet u ons wel te vinden''', verzucht Van Middelkoop. ,,Meestal voelen de mensen zich eenzaam en gebruiken dan zo'n opmerking om aan te geven dat het niet zo goed gaat.''
Een keer wilde een man Van Middelkoop naar de keel vliegen. ,,Totaal overspannen'', zegt hij. ,,Ik bleef heel kalm, maar ik weet niet of dat nou averechts heeft gewerkt of niet. Toen dacht ik: hier kom ik niet weer. Het is vervelend als je alle frustraties over je heen krijgt.'' Het daaropvolgende jaar kwam Van Middelkoop toch. Tot zijn opluchting was de man verhuisd. ,,Soms zeggen mensen wel 'Heb je weer geld nodig?' of 'Is het weer op?', maar dat bedoelen ze gewoon vriendelijk.''
Van Middelkoop heeft geen idee hoeveel mensen geven. In de brief hoeven ze alleen te vermelden hoeveel geld ze voor de kerk overhebben. Later volgt de acceptgiro. ,,Waarom ik die brieven niet op de post doe? Omdat ik de mensen persoonlijk benader, dwing je ze wel om het in te vullen. Ik vertel namelijk ook wanneer ik de brieven weer kom ophalen.''
Coördinator Jan van Wijlick vertelt dat in Arnhem voor de Sow-kerken voor anderhalf miljoen moet worden opgehaald, verdeeld over zesduizend huishoudens. ,,De financiële betrokkenheid is bij gereformeerden groter dan bij hervormden. Vroeger hadden hervormden de kerkbelasting. Ook had die kerk veel bezittingen. De gereformeerden hadden dat niet, dus werd er extra veel gegeven.''
De bijdrages variëren van een rijksdaalder tot zevenduizend gulden per jaar. Vooral de betrokken kerkleden zijn gul, weet Van Wijlick uit ervaring. ,,Er zijn ook veel mensen die betalen en nauwelijks naar de kerk gaan. Waarom? Ik denk uit traditie.''
Ieder lid zou vijfenzeventig gulden moeten geven, want zoveel kost een kerkganger, berekent hij. ,,Maar er zijn een hoop die dat niet doen.'' Het geldbedrag komt lang niet op de bijbelse tien procent van het inkomen. Van Wijlick moet zelfs om het idee schamper lachen. ,,Eerst hebben we wel richtlijnen gegeven, maar niemand hield zich eraan.''
Geven rijken nu meer dan de armen? Van Wijlick zucht: ,,Wie weinig verdient geeft soms veel. Als ik kijk naar huis en auto van sommige tweeverdieners, denk ik wel dat zij hun bijdrage kunnen heroverwegen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.