Deze winter beleeft ons land een invasie van pestvogels. Waarnemingen van deze kleurige wintergasten uit de Noord-Europese naaldbossen komen uit het hele land. Pestvogels verschijnen in West-Europa in jaarlijks sterk wisselende aantallen. Ze zakken pas naar onze streken af als het in het noorden extreem koud is en er weinig bessen zijn. Ze eten bij voorkeur bessen van Gelderse roos en wilde liguster, die door de meeste vogels verguisd worden.
Groenlingen zingen de laatste jaren al vroeg. Ik noteerde 29 januari 1998, 1 februari 1999 en 21 januari 2000. Let in de komende dagen eens op de groenlingenzang, een langgerekte drein, die klinkt als 'zw...', meestal voorafgegaan door kwetterende toontjes. Groenlingen verblijven in de winter gewoonlijk in bosjes met besdragend struikgewas, zoals sneeuwbes, roos, berberis en cotoneaster.
Het nonnetje is een kleine zaagbek, die thuishoort in het bossen- en merengebied in het hoge noorden, waar de vogel broedt in natuurlijke boomholten. Nonnetjes verschijnen hier laat, gewoonlijk pas in november, op grote vijvers en kleine meren meestal in klein aantal, op het IJsselmeer en de randmeren bij honderden, soms bij duizenden. Woerd en eend verschillen zo sterk dat je ze voor verschillende soorten zou kunnen houden: mannetje spierwit met enig zwart, vrouwtje bruingrijs met witte keel en kastanjebruine bovenkop.
Meerkoeten verzamelen zich in de winter in grote troepen. Op veel plaatsen gebeurt dat deze winter nauwelijks. Ik zag in de bebouwde kom baltsende en parende meerkoeten, die duidelijk al een broedterritorium hadden bezet.
Ook futen zijn gewone verschijningen geworden in de stad. Daar hebben ze al sierveren en tonen ze grote belangstelling voor plekken die zich lenen om er een nest te bouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.