*

 
dossier

Archief

Eigen taal vertolkt Friese ziel, ook in een verenigd Europa

Coby Laanstra-Ypma − 20/01/01, 00:00

In een vergadering tussen de gemeente en besturen van kinderdagverblijven in Dokkum sprak de wethouder Fries tegen de aanwezigen. Eén mevrouw wilde hem niet verstaan en vroeg of hij ook Nederlands kon spreken. Dat wilde de wethouder niet. En terecht.

De vrouw diende een klacht in, maar de wethouder werd door de klachtencommissie in het gelijk gesteld wat betreft het spreken van het Fries. Wel vond de commissie dat de discussie op de vergadering niet op een nette manier was verlopen. De wethouder bood zijn excuses aan. Voor zijn gedrag, niet voor het spreken van het Fries.

De wethouder heeft gelijk, de rechten van Fries-sprekenden zijn immers neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Pas als ook een stante pede vertaling van het gesprokene geen oplossing biedt, dient overgeschakeld te worden op het Nederlands.

Maar we wonen toch in Nederland? Inderdaad, maar een gedeelte van Nederland, Fryslân, is tweetalig en daar heeft het Fries bepaalde rechten. Ik hoef hier niet de geschiedenis van de Friese taalemancipatie te beschrijven om uit te leggen hoe één en ander tot stand is gekomen. Het gaat erom de problemen op te lossen die samenhangen met meertaligheid. Dat is in het belang van Fryslân, maar ook in het belang van Europa. Want als een klein taalprobleem binnen Fryslân niet opgelost kan worden, hoe moet dan ooit het nieuwe Europa op basis van respect, verdraagzaamheid en openheid van de grond komen?

Veel niet-tweetalige Nederlanders kijken wat meewarig naar Friezen en Vlamingen. Ze zijn niet bekend met de emotionele ervaringen die tweetaligheid met zich meebrengt. Want een taal is niet een jas die je zomaar kunt vervangen voor een andere, al naar gelang waar je je bevindt. Taal is het vehikel van de ziel en het diepst van onze gevoelens brengen wij via haar naar buiten. Een taal kan niet los gezien worden van de sprekers. Een taal niet respecteren, is de spreker niet respecteren. Respect en goede wil dienen daarbij eerder het uitgangspunt te zijn dan fatsoen of klantvriendelijkheid.

Respect en goede wil zijn niet alleen belangrijk in Fryslân, maar ook in Europa en voor de toekomst van Europa. En die toekomst begint dit jaar, het Europees Jaar van de Talen. Dé gelegenheid om aandacht te schenken aan de verscheidenheid aan mensen, talen en culturen in de Europese Unie. We moeten die verscheidenheid, het wezenskenmerk van Europa, koesteren en respecteren. We moeten die verscheidenheid en de problemen die daaruit voortkomen, samen oplossen.

Wie dan ook pleit voor één zogenaamde werktaal, in Europa of in Fryslân, die ziet de emotionele dynamiek over het hoofd die achter een taal in de sprekers van die taal schuilgaat. Het verdient derhalve aanbeveling het Fries en het Nederlands binnen Fryslân wettelijk volslagen gelijk aan elkaar te maken en verder de dagelijkse praktijk zijn gang te laten gaan. En dat houdt in dat omwille van een goede communicatie wel verzocht kan worden om andermans taal te gebruiken, maar dat dat nooit geëist kan worden.

Coby Laanstra-Ypma is lid van de Frysk Nasjonale Partij voor de provinciale staten.

mailIcon print |