*

 
dossier

Archief

Universitaire salto mortale

Koen Koch − 21/04/01, 00:00

Binnenkort bestaan de Nederlandse universiteiten niet meer. Natuurlijk zullen er nog wel gebouwen zijn die zo genoemd zullen worden. Maar als instellingen van academisch onderwijs zullen de Nederlandse universiteiten, zoals zij zich in lange jaren ontwikkeld hebben, verdwenen zijn.

Niemand schijnt zich daar echt over op te winden. De studenten niet, de docenten niet, en onze politici al helemaal niet. Veel studenten, de goede niet te na gesproken die hard en enthousiast studeren, houden zich vooral bezig met de vraag hoe het behalen van de vereiste studiepunten te combineren is met een skivakantie van drie weken. De meeste docenten zijn murw geslagen door de lange reeks van veranderingen die zij hebben moeten doorstaan. In mijn leven aan de universiteit heb ik drie ronden van verkorting van de studietijd, de afschaffing van het kandidaatsexamen en de invoering van de zogenaamde tweefasenstructuur meegemaakt. Daarbij kwamen de plaatselijke gekkigheden zoals de samenvoeging of splitsing van opleidingen of veranderingen in de semester- of trimesterindeling.

Geen drie jaar in dertig jaar is de structuur van het onderwijsprogramma ongewijzigd gebleven. De onderwijskundige veranderingen gingen gepaard met een voortdurende drift tot bezuinigingen. Met als gevolg dat de meeste opleidingen al zo'n jaar of vijftien geen nieuwe medewerkers hebben kunnen aantrekken, in plaats van de wegbezuinigde docenten. Dat leidde tot verkleining en vergrijzing van de staf.

Wanneer de huidige vergrijsde populatie docenten echt aan haar pensioen toe is, zijn er geen jongeren, voor wie eerder geen financiële ruimte was voor een academische loopbaan, om haar plaats in te nemen. In zo'n situatie heeft niemand echt trek zich druk te maken om de zoveelste onderwijsverandering.

Deze keer gaat het om de invoering van de bachelors/masters-structuur, de grootste verandering in onze universitaire structuur ooit. Het gaat om de afschaffing van de huidige opzet van propedeuse van 1 jaar en doctoraalstudie van 3 of 4 jaar. Daarvoor in de plaats komt een 3-jarige bachelors studie, die een afgeronde opleiding is, en een masters studie, waarvoor in principe slechts een deel van de bachelors in aanmerking komt. Inderdaad, een revolutionaire verandering. Bizar genoeg ook een verandering die is aanvaard zonder enig voorafgaand politiek of academisch debat, en zonder enige onderwijskundige noodzaak.

Enkele jaren geleden tekende minister Hermans zonder nadenken op een achternamiddag in Bologna een Europees papier, waar bij nader inzien opstond dat per september 2002 de zogenoemde BA/MA-structuur moest zijn ingevoerd. Het parlement accepteerde zonder veel debat de oekaze, en de universitaire bureaucraten, nooit vies van weer een verandering, zegden toe de zaak op de vastgestelde datum in te voeren. Minister, parlement en bureaucraten richtten zich vervolgens op dringender zaken. Dat betekent dat tot op de dag van vandaag over de randvoorwaarden van de BA/MA-structuur alleen nog maar onduidelijkheid bestaat. Is de propedeuse afgeschaft; duurt een masters opleiding 1 of 2 jaar; hoe worden de masters opleidingen gefinancierd; wordt elke bachelor tot een masters opleiding toegelaten of wordt er geselecteerd; of komen er opleidingen waar elke bachelor toegang heeft (kneusjes-masters), en waar geselecteerd wordt (top-masters)? Dit zijn nog maar een paar van de onopgeloste vragen.

Ondertussen eisen de universitaire bureaucraten wel van de opleidingen wervende teksten over de geheel vernieuwde bachelors en masters opleidingen voor hun glanzende voorlichtingsbrochures. Komt dat zien, de universitaire salto mortale. De directie heeft het vangnet weggehaald, maar dwingt de acrobaat toch te springen naar de vliegende trapeze die nog niet is opgehangen.

mailIcon print |