*

 
dossier

Archief

Beatrijs, gezien door de ogen van haar vier woningen

Walter Kraut − 21/04/01, 00:00

,,Ik geloof dat ik afdwaal.

Ik wou het eigenlijk over het mensje hebben dat kort na haar vijftigste haar voornaam leek kwijtgeraakt en door werkelijk iedereen Memeeke werd genoemd.'' Aan het woord is een van de vier huizen die in Marijkes debuutroman 'Sterk water' optreden als verteller. De huizen kunnen horen, ruiken en zien. Er is zelfs een huis dat een bril nodig heeft: 'Mijn ogen werden ook niet beter met de jaren'. Het enige verschil is dat ze geen enkele zeggenschap hebben over hun lichaam. Regelmatig worden ze verbouwd en heringericht. Ze laten het gedwee, met lichte tegenzin, over zich heen gaan. Maar hoewel ze de blik vaak naar binnen richten, gaat 'Sterk water' niet over de gebouwen zelf. De vier woningen vertellen samen een verhaal over Beatrijs, een vrouw die in alle vier de huizen heeft gewoond. De roman begint met de dood van haar grootmoeder, Memeeke. Op een ochtend wordt Memeeke onder aan de keldertrap aangetroffen, ,,op de buik, de armen gespreid. Hoog op de rug stond haar bochel, als een opgevouwen parachute die dienst geweigerd had.'' Beatrijs, toen een peuter van een jaar of drie, ligt op Memeekes rug, de bochel 'als kussen om op in te dompelen'. Is Memeeke gevallen, gesprongen of werd ze geduwd? Het antwoord blijft lange tijd in het midden. Intussen krijgen de vertellers krijgen alle ruimte om hun gedachten de vrije loop te laten. Hoe is het om een huis te zijn? Er zitten ware filosofen tussen de huizen: ,,Was ik een levend organisme dat op bevel bloed liet vloeien, de stofwisseling in banen leidde, kortom over het leven hier de leiding nam?'' Tussen de gedachten en observaties door -vaak van huiselijke taferelen- werkt Libert aan de ingenieuze plot. Daarmee maakt ze overigens meer indruk dan met de overpeinzingen van de huizen. Die blijven wel erg alledaags, zelfs als zijn de vertellers dat niet.

mailIcon print |