We moeten de Roma en Sinti in Hongarije en Roemenië helpen met onderwijsprojecten en samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Als we dat niet serieus aanpakken ontvluchten de Roma de ellende in eigen land en komen ze hierheen. En daarmee is niemand geholpen.
Het verdrag van Nice, maandag ondertekend door de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie, moet de Unie klaarmaken voor de toetreding van Oost-Europese landen. Voorwaarde voor toetreding van deze landen is dat ze een goed minderhedenbeleid ontwikkelen. De Europese Unie moet niet lankmoedig omgaan met deze eis, want in landen als Roemenië, Bulgarije, Tsjechië, Slowakije en Macedonië zijn de Roma nog steeds voorwerp van racisme en vervolging.
Sinds de omwenteling in Oost-Europa is de positie van de Roma zelfs nog dramatisch verslechterd. De marktwerking maakt dat de reeds bestaande gevoelens van afkeer tegen deze groep nog nadeliger uitwerken. De Roma worden massaal uitgesloten van werk, volwaardige scholing en normale huisvesting.
Aangezien de problemen van Roma vrijwel op alle relevante gebieden liggen, zal het zaak zijn de vicieuze cirkel te doorbreken door een geïntegreerde aanpak. In onderwijsprogramma's kunnen tegelijk gezondheidsthema's worden behandeld. Huisvestingsprojecten kunnen tegelijk zelfwerkzaamheid, werkgelegenheid en werkervaring opleveren. Sociale bijstandsprogramma's zouden het schoolbezoek kunnen activeren; en management- en institutionele regelgevingstrainingen zouden tegelijk antiracisme en antidiscriminatiebeleid kunnen behandelen.
Op al deze gebieden kunnen Nederlandse gemeenten, woningcorporaties en andere non-gouvernementele organisaties een belangrijke rol spelen. Niet alleen uit verantwoordelijkheidszin voor een Europa voor iedereen, maar ook uit begrepen eigenbelang. Immers: bij ongewijzigd beleid zullen steeds meer Roma noodgedwongen, en legitiem, hun heil elders in West-Europa moeten zoeken. Dat zou de Roma niet helpen, maar ons evenmin.
In alle projecten zal het zaak zijn het draagvlak zo groot mogelijk te maken: zowel Roma als lokale bestuurders en vertegenwoordigers van niet-Romaorganisaties en diverse fondsen dienen te participeren.
Gelukkig zien we steeds meer Nederlandse gemeenten samenwerking aangaan met zustergemeenten in Midden- en Oost-Europa en allerlei gezamenlijke projecten ontwikkelen. Niet zelden wordt daarbij ook de Roma-problematiek betrokken.
Ook een aantal woningcorporaties zijn al betrokken bij projecten in Midden- en Oost-Europa en verrichten belangrijk pionierswerk. Maar het aantal gemeenten en woningcorporaties en hun projecten zal veel groter moeten worden. Hun bijdrage zal, met steun van de Europese Unie en Roma-organisaties in de regio, enorm uitgebreid en structureel van karakter moeten worden, wil men tijdig een stille menselijke ramp, dan wel een tijdbom van mogelijk het kaliber van Kosovo, kunnen afwenden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.