Om te mogen autorijden dient men medisch geschikt te zijn. In het geval van epilepsie mag men bijvoorbeeld na een eerste aanval zes maanden niet rijden en na een herhaalde aanval 12 maanden niet. Ook voor diverse andere ziekten is er een vrij gedetailleerde regeling, voor geneesmiddelen echter niet.
Minister Netelenbos wil nog in haar regeerperiode ook het rijden onder invloed van geneesmiddelen verder reguleren.
Jaarlijks maakt 10 tot 20 procent van de volwassenen een psychotische stoornis, een depressie of een angststoornis door. Hiervoor slikken honderdduizenden mensen psychofarmaca.
Bij alcohol (boven een promillage van 0,8) en bij drugs is autorijden terecht verboden. Zulke eenduidige normen zijn voor de meeste psychofarmaca echter niet haalbaar. De mate waarin die een effect op de rijvaardigheid hebben is heel verschillend. Het verschilt per middel, per dosering, gebruiksduur en bovendien zijn er grote individuele verschillen. Daarbij komt dat nogal eens combinaties van middelen worden gebruikt.
Is er al een nadelig effect (bijvoorbeeld sufheid of vertraagd reageren) dan treedt dat meestal op in het begin van een behandeling. Omdat de reactie niet altijd is te voorspellen, is het in het begin van een behandeling met psychofarmaca verstandig tijdelijk niet te rijden. Eventuele sufheid is echter meestal voorbijgaand en na enkele weken weet men hoe men op de medicijnen reageert. Daarom kan men met deze middelen veilig deelnemen aan het verkeer. Wel is het verstandig dan volledig af te zien van alcohol.
Heeft men eenmaal het rijbewijs dan worden de meeste mensen tot hun zeventigste jaar nooit meer getoetst op hun rijvaardigheid. Neemt intussen de rijvaardigheid af, dan kan men dit bij het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) melden. Degenen die dit gewetensvol doen wacht dan veelal een wrange beloning: een of meer keuring(en), proefrijden en veel extra kosten. Daarnaast uiteraard de kans dat men niet meer mag rijden. Wanneer men wordt goedgekeurd, wordt het rijbewijs vrijwel altijd voor een beperkte periode toegekend, zodat het hele circus regelmatig terugkeert en de kosten fors kunnen oplopen.
Wie zich niet meldt loopt het risico dat de verzekering bij een ongeval niet uitbetaalt. Dit is overigens bij weinigen bekend en zelfs het CBR is daar niet duidelijk over.
De regeling op basis waarvan nu bepaald wordt of men met bepaalde ziekten of geneesmiddelen mag rijden is zeer willekeurig. Men is overgeleverd aan het subjectieve oordeel van de keurende arts. Strengere regels zullen dit niet verbeteren, ook al omdat velen die deze middelen gebruiken, er terecht zelf niet van overtuigd zullen zijn dat zij niet veilig kunnen autorijden.
In deze tijd van computersimulaties moet er een objectievere manier zijn om na te gaan of iemand veilig kan rijden. Het heeft meer zin om zo'n simulatietest te ontwikkelen dan om de regels aan te scherpen. De rijvaardigheid lijkt daarmee meer gediend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.