*

 
dossier

Archief

Veiliger dan de goudvoorraad

Bert van Panhuis − 02/02/01, 00:00

Toen Bill Clinton enkele jaren geleden eens een mening ten beste gaf die niet spoorde met die van Alan Greenspan belde Witte Huis-econoom Gene Sperling voor de zekerheid de voorman van de Federal Reserve met de waarschuwing dat de media hem erover lastig zouden gaan vallen. Ach, stelde Greenspan Sperling gerust, ik zeg een beetje zus en een beetje zo, zodat ze er geen kant mee op kunnen. En inderdaad, er zat geen nieuws meer in.

Cryptisch, noemt de een de voorzitter van het centrale bankenstelsel van de Verenigde Staten. Wollig, de ander. Onduidelijk, een derde. Desondanks zijn Greenspans woorden bijna per definitie monetaire wet. Afgelopen zondag tijdens een bespreking van de (zoals altijd voorzichtige) bijval voor het belastingplan van de nieuwe regering-Bush stelde een commentator nog eens vast: ,,Hier in Washington geldt Greenspan als almachtig, sterker nog: men gaat er hier dikwijls vanuit dat hij de Almachtige is.'' 'Greenspan zij met ons' zette ooit het financiële blad Fortune boven een artikel.

Alan, hield zijn voormalige rechterhand Alice Rivlin hem de afgelopen jaren voor toen het weer eens uit de hand liep met de adoratie voor de voorzitter van de Fed, je moet duidelijker aangeven dat je de wereld niet bestuurt, maar dat we dat als FOMC gezamenlijk doen (Federale Open Markt Commissie - het dagelijkse bestuur van de centrale banken, dat de besluiten neemt over de basisrente in de VS). Het mag allemaal niet baten: Greenspan is hét gezicht van de Fed. Wie heeft een goudvoorraad nodig als je Greenspan hebt, stelde de New York Times twee jaar geleden vast.

Hoe zullen Greenspan en Bush junior het met elkaar kunnen vinden, was de grote vraag in de monetaire wereld nadat de Republikein half december eindelijk het presidentschap had gewonnen. Want natuurlijk herinnert iedereen zich nog hoe desastreus vlak voor de verkiezingen van 1992 de communicatie was tussen George Bush senior en de Fed-voorman. ,,Ik heb hem herbenoemd en hij heeft mij teleurgesteld'', oordeelde de oud-president in 1998 nog eens bitter. Want, is diens stellige overtuiging, als Greenspan in de aanloop naar de verkiezingen de rente had verlaagd, had ik niet verloren.

Bush wist het herstel van de economie dat al was ingezet niet te verkopen, pareerde Greenspan binnenskamers de kritiek. Maar naar buiten zweeg hij. Het past niet om de presidenten te kritiseren die je dient of hebt gediend. En een uitspraak die als een partijpolitieke verklaring kan worden uitgelegd, zal hij niet over zijn lippen krijgen. Bij Greenspans optreden voor de begrotingscommissie van de Senaat vorige week wilde een van de Republikeinen gretig weten hoeveel belastinggeld Bush de komende jaren kan teruggeven aan de betalers. Met zichtbaar ongemak riposteerde Greenspan: ,,Ik ga geen politieke uitspraken doen.''

Zelfs op de vraag hoe het met hem gaat, weet hij quasi-grappend te zeggen: ,,Daar kan ik geen mededelingen over doen.'' Interviews geven doet hij nooit. De eerste en de laatste keer dat hij zich op de tv liet ondervragen was vlak na zijn benoeming in 1987. En er kwamen antwoorden als: niets wijst er op dat de inflatie stijgt, maar evenmin wijst iets er op dat dit n¡et kan gebeuren. Of: de rente moet misschien omhoog, maar misschien ook omlaag. Het is dezelfde enerzijds-anderzijds aanpak die hij ook hanteert in de confrontaties met het Congres, die tegenwoordig rechtstreeks op de Amerikaanse tv worden uitgezonden. 'Constructieve dubbelzinnigheid' noemt hij het.

Tijdens de voorverkiezingen van vorig jaar liet Bush nog even in het midden of hij Greenspan - 73 jaar inmiddels - zou herbenoemen in zijn functie. John McCain, de rivaal van Bush, was duidelijker. ,,Ik zou hem niet alleen herbenoemen, maar als hij, wat God verhoede, zou overlijden, dan zou ik hem opzetten, een zonnebril op zijn gezicht zetten en hem zo laten zitten zolang het mogelijk is'', zei de senator in een debat. Maar sinds december heeft Greenspan onmiskenbaar de zegen van de nieuwe president.

Het wordt voor Bush nog een hele klus om dezelfde relatie met Greenspan op te bouwen als Bill Clinton die had. Steeds vaker is de afgelopen jaren de conclusie getrokken dat het met de Amerikaanse economie niet zo goed was gegaan als de politieke leider en de monetaire voorman niet zo op één lijn hadden gezeten en als Clinton geen ministers van financiën had uitgekozen zoals Robert Rubin en Larry Summers, die zonder moeite met Greenspan door een deur konden.

De basis voor die relatie heeft Clinton meteen na zijn verkiezing in 1992 gelegd toen hij Greenspan vroeg naar Little Rock te komen. Uit de ontmoeting concludeerde de nieuwe president dat de Fed-voorzitter niet zo'n typische Republikein was die zowel het begrotingstekort wilde terugdringen als belastingverhoging voor de rijkeren afwees. Maar wat nog belangrijker was, Greenspan stelde vast dat ten bate van dat verminderen van het tekort belastingverhoging best gewenst kon zijn. Enkele maanden later, bij de presentatie in de State of the Union van 1993 van Clintons belastingplan, zat Greenspan tussen Hillary Rodham Clinton en Tipper Gore in de loge. Als een eerbetoon en als een bewijs van goedkeuring van het plan.

De klarinet - om te bespelen en naar te luisteren - is een van zijn weinige liefhebberijen, blijkt uit twee biografieën die onlangs zijn verschenen. ,,We zullen hem in een kist moeten wegdragen'', grapte Clinton toen hij Greenspan begin vorig jaar voor de vierde maal herbenoemde. Wordt het geen tijd voor pensioen, vroeg zijn vrouw, de journaliste Andrea Mitchell, zich bij die gelegenheid af. En toen herinnerde ze zich hoe hij aan de stad Washington verknocht is, dat hij in de rij staan voor een film tijdverlies vindt en dat ze de afgelopen tien jaar slechts één keer een wat langere vakantie samen hebben gehad. Andrea realiseerde zich dat met pensioengaan een dwaas idee was.

mailIcon print |