Soms word je door toeval op een spoor gezet. Zo las ik onlangs een recensie van een boek waarin een Amerikaanse feministe zich afzet tegen de destijds prominente New Left-beweging. Aanvankelijk was ik verbaasd. Ik meende mij vast te herinneren dat de tweede feministische golf in ons land vrijwel samenviel met de doorbraak van Nieuw Links in de PvdA. Het leken in de jaren zestig en zeventig bijna twee vleugels van dezelfde progressieve revolte.
Met enige moeite wist ik zelfs een ietwat sovjet-achtig acroniem uit mijn geheugen op te vissen: FEMSOC, de vlag op het onverbrekelijk bondgenootschap tussen beide stromingen. Kan het zijn dat de Amerikaanse New Left een andere koers heeft gevaren dan ons Nieuw Links?
Nu heb ik als socioloog geleerd dat je niet moet afgaan op vage indrukken maar de feiten moet laten spreken en waar mogelijk moet tellen en meten. Dus nam ik wat befaamde strijdschriften van Nieuw Links uit de kast en ging eens na hoeveel vrouwen daarin aan het woord komen.
Het viel bar tegen. Nieuw Links blijkt een typische mannenaangelegenheid te zijn geweest. Ziehier een paar cijfers, met excusus aan lezers die van veel getallen wat draaierig plegen te worden.
Het openingssalvo werd gelost met de brochure Tien over rood: Uitdaging van Nieuw Links aan de PvdA uit 1966. De tekst is van 8 mannen, terwijl de lijst van degenen die zich achterin met de stellingname akkoord verklaren, op 74 namen slechts 9 vrouwen telt. Een jaar later verschijnen er twee bundeltjes waarin diverse onderwerpen door Nieuw Linksers worden uitgewerkt. De meeste mensen willen meer heeft drie eindredacteuren (mannen), 11 auteurs (mannen) en 23 'medewerkers' onder wie 4 vrouwen. De macht van de rooie ruggen telt behalve een redacteur 14 medewerkers, zonder uitzondering mannen. In 1969 komt een groep Rotterdamse Nieuw Linksers in de openbaarheid met Mooi rood is niet lelijk: geen redacteur, 11 mannelijke medewerkers, geen vrouw.
Het is mogelijk dat ik iets gemist heb maar naar mijn indruk zijn dit de meest spraakmakende publicaties van de Nieuw Links-beweging. Sommige voormannen (mannen!) lieten zich trouwens ook nog eens persoonlijk horen. In 1966 kwam Han Lammers met zijn Hinderlijk volgen en Jan Nagel (nu Leefbaar Nederland, ook al zo'n mannenclub) met Ha, die PvdA!
De conclusie is niet moeilijk te trekken. Het kan zijn en het is zelfs waarschijnlijk dat uit deze kring sympathie bestond voor en steun werd gegeven aan de destijds zeer actieve vrouwenbeweging, maar de politieke vernieuwing van de sociaal-democratie zélf was tot en met een mannenzaak.
Misschien vinden echt progressieve vrouwen het geen compliment, maar het is verleidelijk te veronderstellen dat deze eenzijdige samenstelling een verklaring biedt voor het opvallend 'hanige' optreden van veel Nieuw Linksers. Als er in Nederland één politieke beweging is geweest waarin machtsdrift, competitiezucht en stratego-spelletjes de boventoon voerden, dan was het wel Nieuw Links.
Nu is daarmee nog lang niet bewezen dat socialisten en feministen geen natuurlijke bondgenoten zijn. Misschien dat Oud Links heel andere opvattingen koesterde en zich van de aanvang af met het streven van vroege vrouwenbeweging heeft verbonden.
Hoewel een column niet de ruimte biedt om zo'n omvangrijk onderwerp te behandelen, is het zeker mogelijk een eerste indruk te geven. De speurtocht wordt trouwens aanzienlijk vergemakkelijkt door het boek van de historica Ulla Jansz over haar onderzoek naar de zogeheten eerste feministische golf (1860-1912) waarin ze vooral de politieke connecties en de interne richtingenstrijd aan de orde stelt.
Kort samengevat komt het hierop neer dat de vrouwenbeweging in Nederland van oorsprong niet politiek-ideologisch was gekleurd en in hoofdzaak werd gedragen door vrouwen uit de gegoede burgerklasse. Pas tegen de eeuwwisseling krijgen sociaal-democraten oog voor de vrouwenstrijd maar ze zien er weinig in. Ze spreken van een 'burgerlijk feminisme' wat in hun terminologie een dodelijk verwijt is. De strijd voor vrouwenkiesrecht, de kerndoelstelling van het oude feminisme, vinden ze van ondergeschikt belang.
Niet vrouwen moeten politiek actief zijn maar arbeidersvrouwen, want waar het om gaat is de bevrijding van de arbeidersklasse. Is die eenmaal geslaagd, dan zijn daarmee ook alle andere maatschappelijke problemen opgelost. Vandaar dat vrouwen die politiek actief willen zijn, zich gewoon bij de sociaal-democratische beweging moeten aansluiten. Aan een aparte 'damesbeweging' bestaat geen behoefte.
Sommige socialistische leiders gingen een forse stap verder. Belangrijker dan vrouwenkiesrecht vonden ze algemeen mannenkiesrecht: eerst een stem voor de arbeiders, pas daarna voor de vrouwen. Van niemand minder dan Troelstra is het sarcastische woord, in 1899 in de Kamer uitgesproken, dat hij liever eerst 'de eerste de beste baliekluiver' kiesrecht gaf dan zich druk te maken over vrouwenkiesrecht.
Zegt zo'n ideologisch standpunt wel alles? Voor de Nieuw Linksers kan het in ieder geval niet hebben gegolden. Zou het niet kunnen zijn dat sociaal-democraten, met hun passie voor politiek, het gewoon een spel voor mannen vinden? Zoals rugby? Een simpele verklaring inderdaad, maar juist daarom het overwegen waard.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.