Terecht zijn kerk en staat in ons land gescheiden. De rechterlijke macht behoort zijn persoonlijke religieuze overtuiging dus ook onder de toga te houden.
Het hoofddoekje van een rechterlijk ambtenaar zou 'blijk geven van levensovertuiging.' Dat hangt er van af of krachtens de islam het dragen van een hoofddoekje verplicht is, dan wel gewoon is geworden. In het eerste geval doet zich strijd voor tussen de wettelijke voorschriften betreft het ambtskostuum en de verplichting die men krachtens zijn godsdienst dient na te komen. Mij is geen tekst uit de Koran bekend welke die verplichting inhoudt.
Zonder verplichting doet de draagster van het hoofddoekje niet anders dan zich kleden op een wijze die haar dierbaar is. De enige hoofdbedekking die het wettelijk reglement toestaat is de baret. In dit geval is dus het hoofddoekje niet toegestaan.
Ik draag geregeld een klein kruisje op mijn revers. Ik denk er niet aan om dat op mijn toga te spelden. Een overtuigd atheïstische verdachte kan het gevoel krijgen dat hij terechtstaat voor een tegenstander. Dat een rechter een levensovertuiging heeft is onvermijdelijk. Dat hij die overtuiging, ietwat opzichtig, uitdraagt is onaanvaardbaar, ook volgens de rechtspraak van het Hof voor de mensenrechten in Straatsburg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.