Als er een roofdier in de buurt is, staan vogels met jongen voor een lastige keuze: moeten ze met gevaar voor eigen leven hun kroost beschermen of voor zichzelf kiezen en hun jongen aan hun lot overlaten? Die laatste optie, hoewel keihard, blijkt favoriet bij vogels op het zuidelijk halfrond.
Dat schrijven Amerikaanse biologen in Science van 20 april. Ze bestudeerden tien vogelsoorten uit Noord- en Zuid-Amerika, die per tweetal verwant waren. De biologen lieten rond de nesten twee geluiden horen: dat van een havik, die op volwassen vogels jaagt, en dat van de Vlaamse gaai, die het op kleintjes heeft gemunt. Beide keren reageerden de ouders door minder naar het nest te vliegen voor het voeden van hun kroost. Maar in het noorden was de reactie het hevigst als de jongen gevaar liepen, terwijl de ouders in het zuiden zich vooral schuilhielden als zij zelf dreigden te worden opgegeten.
Dit verschil in ouderliefde komt volgens de biologen voort uit het feit dat noordelijke vogels korter leven en dus minder tijd hebben om zich voort te planten. Om de soort te redden moeten ze meer eieren per nest leggen en hun kroost beter beschermen. Zuidelijke vogels leven jaren langer. Ze hoeven dus minder eieren per keer te leggen en kunnen nonchalanter met hun jongen omspringen; gaat er een nest verloren, dan hebben ze nog tijd genoeg om de schade in te halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.