*

 
dossier

Archief

Het CDA heeft één dag om te kiezen

HANS GOSLINGA − 29/09/01, 00:00

Er kan geen twijfel over bestaan dat Jaap de Hoop Scheffer zijn langste tijd als politiek leider van het CDA heeft gehad. Het dagelijks bestuur heeft er geen vertrouwen in dat hij de partij volgend jaar naar een goed verkiezingsresultaat zal leiden. Dat is het begin van zijn einde. Met zo'n publiek votum van wantrouwen van je eigen mensen kun je als lijstaanvoerder de verkiezingsstrijd niet in. Het is waarschijnlijk dat nu ook de leden van het partijbestuur, die vandaag in een extra beraad in Den Haag bijeenkomen, zich vrij zullen voelen De Hoop Scheffer in overweging te geven opzij te gaan. Die tendens tekende zich gisteren al af.

Zeven maanden voor de kamerverkiezingen is het voor het CDA van cruciaal belang de ontstane situatie zo snel mogelijk op te lossen. Of dat lukt, hangt af van de vraag hoe snel de verhoudingen in de partij duidelijk worden. Vandaag zal daar op de vergadering van het partijbestuur, de voorzitters van de kamerkringen, meer inzicht in komen. Het is zelfs mogelijk dat De Hoop Scheffer uit wat hij te horen krijgt, de conclusie zal trekken dat zijn kandidatuur voor het lijsttrekkerschap onhoudbaar is geworden.

Gisteren wekte hij nog niet de indruk daaraan toe te zijn. De ervaringen leren dat zulke processen tijd vergen (ook Brinkman en Heerma weigerden aanvankelijk het onvermijdelijke te accepteren), maar veel tijd is het CDA niet gegeven. Er zou pas werkelijk een crisis intreden als over het leiderschap van de partij te lang onduidelijkheid blijft bestaan.

Dat brengt de vraag op tafel hoe sterk de positie is van de afgetreden partijvoorzitter Marnix van Rij, die zich als de grote tegenstrever van De Hoop Scheffer heeft ontpopt. Iemand uit zijn omgeving zei donderdagavond dat Van Rij met zijn aftreden 'het onbenoemde heeft benoemd'. Hij bedoelde daarmee dat Van Rij lucht heeft gegeven aan de knagende, maar onuitgesproken onvrede in de partijgelederen over het leiderschap van De Hoop Scheffer. Dat druist weliswaar in tegen de cultuur van het CDA, maar Van Rij rekent erop dat de partij de doorbraak in het angstvallige zwijgen als een opluchting zal ervaren.

Het zou dan ook een misverstand zijn te veronderstellen dat Van Rij in politieke termen 'weg' is. De machtsstrijd om het lijsttrekkerschap is nog volop gaande. De voorzitter is weliswaar teruggetreden, maar hij heeft aan de partij ruimte gegeven een beroep op hem te doen voor de koppositie. Reculer pour mieux sauter, zeggen de Fransen in zo'n geval, een stapje terug doen om beter te kunnen springen. De cruciale vraag voor Van Rij is of hij binnen de partij voldoende steun krijgt. Hij mag het onbenoemde hebben benoemd, maar hij heeft ook brokken gemaakt op een riskant moment, aan de vooravond van het verkiezingsjaar.

De afweging die Van Rij met het dagelijks bestuur heeft gemaakt is duidelijk: moeten we onder leiding van de defensieve, naar binnen gerichte De Hoop Scheffer afstevenen op een derde nederlaag op rij, waardoor we in de Nederlandse politiek irrelevant worden, of bijten we nu door de zure appel van een leiderswisseling?

Het had de duidelijkheid gediend als Van Rij donderdagavond onomwonden had verklaard dat hij beschikbaar is voor het aanvoerderschap. Zijn opmerking dat hij alleen de koppositie zou accepteren als De Hoop Scheffer daarmee zou instemmen, kwam nogal naïef over en wekte de indruk dat hij weifelde tussen conflict- en harmoniemodel. De fractieleider maakte van deze aarzeling gretig gebruik door Van Rij te verwijten niet met open vizier te strijden.

Doorslaggevend voor de uitkomst zijn deze eerste manoeuvres niet. Van Rij heeft sinds hij drie jaar geleden als voorzitter aantrad veel vertrouwen verdiend. Zijn vrije stijl van opereren sprak niet alleen binnen het CDA aan, maar viel ook daarbuiten op, bij andere partijen en niet te vergeten de media. Het was dan ook niet zo vreemd dat Van Rij de afgelopen zomer zelf moest constateren dat hij in korte tijd 'het tweede gezicht van het CDA' was geworden.

Die conclusie maakte het bestuur pijnlijk duidelijk hoezeer de fractie onder leiding van De Hoop Scheffer catenaccio-voetbal speelt, verdedigend en met maar één spits. Van Rij heeft van meet af aan ruimte willen geven aan de regio's en meer gezicht aan regionale vertegenwoordigers. Daarmee heeft hij, hoewel protestant en hoewel Randstedeling, vertrouwen gewonnen in Limburg en Brabant, twee regio's die zich de laatste jaren in het CDA achtergesteld en enigszins verweesd voelden.

Voor CDA-begrippen heeft Van Rij als voorzitter verrassend en onorthodox geopereerd, soms zelfs onbegrepen - zoals met zijn centrum voor politiek en religie - maar wel steeds vertrouwenwekkend. In die zin groeide hij als vanzelf uit tot de tegenstrever van de politiek klein en benauwd opererende De Hoop Scheffer. De vriendelijke Jaap hoopte, door het profiel van de partij vlak te houden, vroeg of laat weer aan de tafel van de macht te worden genood.

Van Rij wil op offensieve wijze - compleet met een schaduwkabinet van politieke talenten - laten zien waar het CDA voor het staat. Met zijn aftreden stelt hij de partij in wezen voor een keuze tussen het verleden en de toekomst. Voor die cruciale keuze had de partij de afgelopen jaren alle tijd, nu rest haar slechts één dag.

mailIcon print |