DEN HAAG - De Socialistische Partij wil een kamerbrede discussie over de invloed van farmaceutische bedrijven op het medisch-wetenschappelijk onderzoek. De partij wil dat er buffers komen tussen arts-onderzoekers en de industrie.
,,Door directe financiële banden met de industrie lopen onderzoekers het risico zodanig te worden beïnvloed dat de kwaliteit van het onderzoek en de veiligheid van patiënten gevaar loopt'', stelt de SP in een rapport dat vandaag wordt gepresenteerd.
De SP vindt dat de overheid meer geld moet vrijmaken voor wetenschappelijk onderzoek. ,,Onderzoekers moeten een eigen agenda van nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek kunnen volgen. Voorkomen moet worden dat de farmaceutische industrie vragen en uitkomsten van medisch onderzoek dicteert.''
Verder pleit de partij voor een nationaal fonds voor geneesmiddelenonderzoek, waaraan de pillen-industrie kan bijdragen. Dit fonds moet het onderzoeksgeld over universiteiten en ziekenhuizen verdelen.
De SP wil af van de praktijk dat artsen, onder het mom van onderzoek, van de industrie geld krijgen voor het voorschrijven van een 'nieuw' geneesmiddel. Dit is vaak niet meer dan een pseudo-wetenschappelijke dekmantel om een nieuw middel 'in de pen' van de dokter te krijgen.
In het rapport wordt met tal van praktijkvoorbeelden aangegeven hoe groot de invloed van de geneesmiddelen-industrie is op het medisch onderzoek in Nederland. SP-Kamerlid A. Kant: ,,Uit het rapport blijkt dat de farmaceutische industrie vaak niet alleen de richting van het geneesmiddelenonderzoek bepaalt, maar ook de uitkomsten.''
De SP is ook verontrust over de tendens bij universiteiten tot samenwerking met het bedrijfsleven. Doordat overheidsbijdragen teruglopen, voelen universiteiten zich gedwongen tot het zoeken van nieuwe geldstromen. Zo sloot de Utrechtse universiteit een miljoenencontract met Solvay Pharmaceuticals om onderzoek te doen naar een nieuwe angstremmer. Volgens de SP zijn er in Nederland nauwelijks nog medische onderzoekers die buiten het geld van de farmaceutische industrie kunnen. De steeds hechtere banden tussen universiteiten en het bedrijfsleven blijkt ook uit de explosieve groei van het aantal bijzondere hoogleraren, van wie bijna de helft door het bedrijfsleven wordt betaald.
Het steekt de partij dat de buitengewoon winstgevende farmaceutische bedrijfstak weinig geld investeert in 'commercieel oninteressante markten', zoals de Derde Wereld. ,,Er wordt nauwelijks geïnvesteerd in medicijnen voor tropische ziekten, zoals malaria en tuberculose, omdat het hier gaat om een arme markt waarin nauwelijks te verdienen valt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.