*

 
dossier

Archief

Cultuur en natuur op misschien wel de mooiste begraafplaats van Nederland

HENK VAN HALM − 21/04/01, 00:00

'Droefenis hangt hier haast tastbaar tussen de bomen.' Die gedachte speelt door mijn hoofd, als ik loop door de lange beukenlaan achter de aula van de begraafplaats Zorgvlied. Meermalen heb ik door deze laan familieleden en vrienden naar hun laatste rustplaats begeleid. Pas nu valt me op hoe fraai die oude beuken zijn met hun monumentale, gladde grijze stammen.

Zorgvlied is wellicht de mooiste begraafplaats van ons land. Als een buitenplaats ligt de dodenstad aan de Amstel. De ringweg A10 gaat er vlak langs en toch is het er opmerkelijk stil.

De begraafplaats is een Amstelveense enclave in Amsterdams grondgebied, in 1869 aangelegd op een weiland, dat restte van de vroegere buitenplaats Zorgvliet. Het oudste deel is van de Haarlemse tuinarchitect Jan David Zocher, die ook het Vondelpark ontwierp. Hij nam zoveel mogelijk de natuur als voorbeeld, met slingerpaadjes, bomengroepen en onvermoede doorkijkjes, kenmerken van de Engelse landschapsstijl.

Zijn zoon Louis Paul Zocher breidde de begraafplaats in 1892 uit in dezelfde stijl, die zich bijzonder leende om weemoed met schoonheid te verbinden.

Snel te klein

In 1900 werd de aanleg naar ontwerp van tuinbaas Van der Bijl geheel in de geest van de Zochers opnieuw uitgebreid. Maar de ruimte bleek snel weer te klein. Met twee nieuwe uitbreidingen, in 1919 en 1926, werd het oppervlak van de begraafplaats verdubbeld. Dit deel was weer van de hand van Van der Bijl, maar strakker vormgegeven en te herkennen aan de lange gebogen lanen en paden, die niet langer kronkelend werden aangelegd.

De massieve, gesloten aula van donkere baksteen, in 1930 gebouwd naar ontwerp van de toenmalige directeur gemeentewerken van Nieuwer-Amstel, K.J. Mijnarends, had alles te maken met de Nieuwe Zakelijkheid, waarin landschapsarchitect C.P. Broerse latere uitbreidingen tot stand bracht. Deze ging uit van de gedachte dat een begraafplaats een dodenakker was. En dat is dat deel ook, ver verwijderd van het romantische park van de Zochers, met rechthoekige vakken naast of haaks op elkaar. Broerse's opvolger, B.J. Galjaard, ontwierp het allerlaatste deel in Broerse's geest. Nu telt de begraafplaats 17.500 graven op een oppervlak van ongeveer 16 ha.

Grafsymboliek

De eerste begrafenis vond plaats op 8 november 1870. Vanaf het wit gepleisterde kantoorgebouw dicht bij de ingang is een duidelijke evolutie in de grafmonumenten te zien. Tomben uit de negentiende eeuw tonen symbolen van eeuwigheid en vergankelijkheid: slangen die zichzelf in de staart bijten, kruis, anker, palmbladeren, gevleugelde zandlopers, vlinders, schelpen, omgekeerde flambouwen. De latere graven zijn eenvoudiger, volstaan doorgaans met opschriften, in sommige gevallen met een gedicht, treurende vrouwen of een borstbeeld.

Hoewel nog steeds een Amstelveense begraafplaats, kozen sommige bekende en minder bekende Amsterdammers de plek als laatste rustplaats. Net als in het Parijse Père Lachaise liggen hier veel beroemdheden: de toneelspelers Louis Bouwmeester, Else Mauhs, Beppie Nooij, Matthieu van Eijsden, Fien de la Mar en Johan Kaart, de cabaretiers Piet Muyselaar, Frans Halsema, Toon Hermans, Wim Kan en Louis Davids, theatereigenaar Oscar Carré architect Eduard Cuypers, uitgever Rob van Gennep, de joodse handelaar Loe Lap, schrijver-bioloog Dick Hillenius, theoloog-pedagoog J. Waterink, de schilders Carel Willink en Jan Sluijters, de schrijvers Herman Heijermans, Arthur van Schendel, K. Norel, Renate Rubinstein en Annie M.G. Schmidt. En hippiekoning Viktor, die verdronk toen hij duikend zijn complex vlotten bij de Blauwbrug wilde inspecteren. En dat zijn ze nog lang niet allemaal.

Ook als park mag Zorgvlied er zijn. Het is in alle jaargetijden mooi door de grote verscheidenheid aan bomen. In een appendix vermeldt het boek Zorgvlied, de geschiedenis van een begraafplaats (uitgave D'Arts, 1995) vijfhonderd bijzondere bomen, waaronder een heel hoge en kaarsrechte watercipres (Metasequoia glyptostroboides) bij het kantoorgebouw, die 's winters kaal is als een lariks en nu nieuwe naalden maakt. Opmerkelijk is dat de waarde van het bomenbestand is becijferd: anno 1995 in totaal 2.634.343,70 gulden!

Achter een zerk met een gebeeldhouwde treurende maagd bloeit een haagbeuk met een zee van geelgroene meeldraadkatjes. Zo heb ik de haagbeuk nooit eerder gezien. De katjes vallen doorgaans weinig op.

Bij een grafmonument van gestapelde onbehouwen natuurstenen staat een haagbeuk als een beeldhouwwerk. Spieren lijken zich te spannen onder de gladde schors.

Boomhazelaars en paardekastanjes schieten in blad. Roze Japanse kersen en oude magnolia's staan in volle bloei. Ze verzachten de weemoed van de grijze en witte zerken. Geel vlammen mahonia's en forsythia's tussen de grafmonumenten. Grote bomen duwen grafstenen scheef of breken die zelfs door de groeikracht van hun wortels, wat bijdraagt tot de melancholieke sfeer.

Kerkhofbomen en lentebloeiers

Tot die sfeer behoren ook de typische kerkhofbomen, die zomer en winter groen blijven en aldus een symbool zijn voor eeuwig leven: taxus en andere coniferen, hulst, buxus en klimop. Er is een bosje van rijzige oude taxussen met klimop op de grond en alleen graven rondom. Natuurlijk ontbreken de karakteristieke treurbomen niet, meestal wilgen, beuken, iepen, essen en haagbeuken.

Niet alles stemt droevig. Kleurrijk zijn de voorjaarsbloeiers op de graven: blauwe en bosanemonen, maagdenpalm (die ook in de winter groen blijft!), viooltjes, judaspenning en sterhyacintjes. Honingbijen die de laatste scilla's bezoeken, dragen hemelsblauwe stuifmeelklompjes aan de achterpoten. Staartmezen bouwen een bol nestje van spinnenpluis en korstmos in een oude chamaecyparis. Overal klinkt vogelzang, van roodborst, tjif-tjaf, fitis, kool- en pimpelmees, zwartkop, winterkoning, boomkruiper en braamsluiper. Prille blaadjes dwarrelen uit een treurwilg. Halsbandparkieten zijn op de uitbottende knoppen aangevallen. Geen Amsterdams park blijft van die krijsers verschoond.

mailIcon print |