*

 
dossier

Archief

Een dorp in de vuurlinie

Tineke Bennema − 29/09/01, 00:00

Het christelijke Beet Djala op de Westelijke Jordaanoever ligt tussen het Israëlische en Palestijnse vuur. Als eerste dorp werd het bestookt met tanks. En als eerste werd het enkele dagen 'herbezet' door het Israëlische leger. Na het staakt-het-vuren vertrokken de soldaten en beloofden de schutters niet meer op de nabijgelegen nederzetting Gilo te vuren. Sindsdien is het er vrij rustig. Maar na een jaar intifida is de oorlogsschade er enorm, veel mensen zijn op de vlucht geslagen.

Politieagent Mohammed Samoer zag de Israëlische tanks Beet Djala binnenrollen. Op zijn plastic tuinstoel achter een paar zandzakken hield hij de wacht bij de grens van het autonome en het gedeelde Palestijns/Israëlische gebied. Hij rende naar het midden van de straat en vuurde met zijn kalasjnikov een paar maal op het eerste groene gevaarte. Eén schot uit de lange loop van de tank was het antwoord. Een graftombe met bloemenkransen herinnert nog aan Mohammeds heldendaad.

,,Moedig? Dom zul je bedoelen! Wie gaat er nu op een tank schieten, hij had weg moeten rennen'', zegt een hoge functionaris uit de entourage van Jasser Arafat uit Bethlehem. ,,Het toont hoe onprofessioneel onze politiemannen zijn, hoe weinig training ze hebben gekregen.'' Dit amateurisme ergert hem. Het Israëlische leger schildert de Palestijnen af als een geduchte tegenstander, maar in feite kunnen ze geen enkele weerstand bieden. Wel zijn ze moeilijk onder controle te houden, nemen ze het recht in eigen hand.

De sporen van de tanks zijn overal zichtbaar in het wegdek. De bijna drie dagen durende herovering van het christelijke Beet Djala heeft diepe wonden achtergelaten bij de Palestijnse bevolking. Niet alleen de Israëliërs, maar ook de Palestijnse strijders hebben daar schuld aan.

Vlak na de terugtrekking vonden twee zusjes van 18 en 24 jaar de dood. Het ging om twee prostituees, zei de schutter. Hij had ze daarom maar geëxecuteerd. Uit sectie bleek dat de meisjes maagd waren.

Wraak trof daarop de dader die met twee schoten in het hoofd werd afgevoerd naar een Israëlisch ziekenhuis. De schande van het dorp. ,,Ze kunnen van alles beweren. Morgen zeggen ze dat ik een collaborateur ben en brengen ze me ter plekke om zeep'', zegt de medewerker van de Palestijnse Autoriteit. ,,Niemand heeft deze jongens in de hand. Het is een van de grootste gevaren van deze intifada, al die kerels met wapens. En het staakt-het-vuren? Er hoeft er maar eentje te beginnen met schieten, of Israël stuurt de tanks weer op ons af.''

Het onderlinge wantrouwen is enorm toegenomen, zegt Hoeweida, een 24-jarige studente. ,,Ze zeggen dat van elke tien mensen in Bethlehem en omgeving er zes handlangers van Israël zijn. Je kunt je eigen broer niet vertrouwen.'' Nadat het Israëlische leger in Bethlehem activisten had geliquideerd, arresteerde de Palestijnse politie vijf mensen die informatie zouden hebben doorgespeeld aan de Israëliërs. Nu blijkt dat de vijf niets met de liquidaties te maken hebben, binnenkort worden ze vrijgelaten. Maar de politie zit met hen in de maag, vreest voor hun leven, omdat de verdenking van collaboratie voor die loslopende schutters voldoende is hen uit te schakelen.

Het zijn geen fraaie verhalen uit het slaperige plaatsje met zijn 6000 zielen, waar voornamelijk christenen wonen, naast een handjevol moslims. Nooit gebeurde er iets. Sinds de intifada bijna een jaar geleden uitbrak ligt Beet Djala in de frontlinie. Het heeft de langste herbezetting door Israël meegemaakt. Tussen het dorp en de nabijgelegen nederzetting Gilo, die Israël als buitenwijk van Jeruzalem beschouwt, kwam het tot een schotenwisseling tussen Palestijnse kalasjnikovs en Israëlische tanks. Aan Israëlische kant zijn enkele gewonden gevallen en blijft de schade beperkt tot gebroken ruiten en beschadigde auto's. De bewoners van Gilo klagen vooral dat ze 's nachts niet rustig meer kunnen slapen.

In Beet Djala hebben ze deze klachten van hun joodse buren met gehoon ontvangen. Naast materiële schade, zeven doden en tientallen gewonden, is de gemeenschap volstrekt ontworteld. Veel bewoners zijn gevlucht naar het buitenland. 's Middags na vijf uur verandert het schilderachtige dorpje dat tegen een berghelling aanligt in een spookdorp. Uit angst voor Israëlische bombardementen, neemt het merendeel van de bevolking dan zijn toevlucht tot hotels, gehuurde appartementen of familiehuizen. Het staakt-het-vuren heeft daarin geen verandering gebracht.

De geografische ligging van Beet Djala heeft het dorpje de das omgedaan. De uiterste noordelijke rand van het dorp ligt precies tegenover Gilo en is het zwaarst getroffen. Slechts een vallei met olijfbomen scheidt Beet Djala hier van Gilo. De tanks die de nederzetting aan de overkant bewaken zijn goed zichtbaar.

Voor de dorpelingen is het in aanbouw zijnde moderne kasteel met trappen en torens van Jaqoeb Kassasye het symbool van repressie. Een rond raam van ongeveer één meter doorsnede siert de bovenste verdieping van de façade. Een precies even groot gat gaapt in de verdieping er schuin onder. Het lijkt alsof de architect zich heeft vergist en het op een verkeerde plek heeft aangebracht. Het gat werd veroorzaakt door een granaat.

Vanuit het kostbare kasteel schoten de schutters naar Gilo. Inmiddels is het echt leeg en zeggen de bewoners dat het Israëlische leger er booby-traps heeft gelegd om hun terugkeer te verhinderen. Maar ook alle huizen en het schooltje op de rij, die niets met schietpartijen te maken hebben gehad, zijn geraakt bij de strafexpeditie van Israël. ,,Nou heb ik altijd al een open keuken gewild, maar ze hoefden toch niet mijn halve huis weg te schieten?'', zegt een huiseigenaar met een morbide gevoel voor humor.

De christelijke jongensschool Wadija Daamess heeft kogelgaten in de muren, met zwarte uitlopers van geëxplodeerde fragmenten, kapotte luiken en ramen. Er zit een gat in het schoolbord. De waterreservoirs op het dak zijn doorboord met kogels.

In het tehuis voor bejaarden met aanpalende kliniek moesten vooral de watertanks het ontgelden. In de hele gemeente werden 1200 watertanks doorboord. De reservoirs dienen als opslag en reserve voor periodes als er geen water door de leidingen stroomt, een veel voorkomend verschijnsel in de zomermaanden. Een gat in de watertank betekent simpelweg geen water in de kraan. De directeur van het bejaardenhuis vervangt de tanks niet meer, omdat de nieuwe weer werden beschoten. En daarmee is zijn opvanghuis onbewoonbaar geworden.

De omsingeling van Beet Djala heeft de plaatselijke economie, die afhankelijk is van toerisme enorm aangetast. De helft van de werkende bevolking heeft zijn baan verloren. De souvenirwinkels zijn gesloten, de werkplaatsjes waar olijfhouten en parelmoeren frutsels werden gemaakt zijn over de kop. De zeven hotels uitgestorven.

Nog maar een paar jaar geleden was Bethlehem en omgeving helemaal in de ban van de wederopbouw. Alle hoop was gericht op het massatoerisme. De bouw draaide op volle toeren. Hotels werden uit de grond gestampt, de steden en dorpjes kregen opknapbeurten en wegen kregen asfaltlagen. De internationale donorgemeenschap tastte diep in de buidel om alle projecten van de grond te krijgen.

Beet Djala, met al zijn oude kerken, hoopte ook te kunnen profiteren van de toeristen. Het zou volgens burgemeester Raji Zeidan het zomeroord van Palestina moeten worden. Het pakte anders uit. Na een jaar intifada zijn de inwoners de oorlog spuugzat. Ze raken niet uitgepraat over de vernederende behandeling door de Israëlische soldaten. Over het leger dat het Lutherse weeshuis innam en de doodsbange kinderen met begeleiders opsloot in de kelder. Over het gebouw van de Orthodoxe Club, een wijkcentrum en clubhuis waar de soldaten trofeeën van sportevenementen kapot maakten.

Ook de Palestijnse strijders krijgen er van langs. Nisreen Mkankar, employée van het gemeentehuis Beet Djala: ,,Veel van de Palestijnen die schieten komen uit een dorpje Tamari hier in de buurt. Laten ze daar blijven en daar vandaan schieten!''

Toch is het duidelijk waar de loyaliteit van de dorpelingen ligt. Mkankar: ,,Gilo is gebouwd op onze grond, gestolen van Beet Djala. Israël zegt dat het deel uitmaakt van Jeruzalem, terwijl het volgens internationale wetten bezet gebied is. Daarom reageert het leger hier harder dan elders.''

mailIcon print |