*

 
dossier

Archief

Wel lachen, maar niet in Psalm

Lodewijk Dros − 28/02/01, 00:00

'Die in de hemel woont, lacht' staat er in het Engels onder, en lachen doet hij: wie on line 20 dollar overmaakt naar Praise Prints, krijgt een T-Shirt met Jesus schaterend Laughing. Maar heeft Jezus wel ooit gelachen?

Het lijden van Christus heeft duizenden kunstenaars geïnspireerd. De veertig dagen van de lijdenstijd zijn vanouds gekoppeld aan het beeld van de gekwelde, de lijdende en in elk geval van een altijd heel ernstige Christus. Kon er bij hem dan nooit eens een lachje af? De Bijbel zwijgt. Maar na 2000 jaar breekt het door. ,,Ik lach, want het voelt zo verrekte gaaf om heiland te wezen.''

De mens lacht, zei Aristoteles, dat hoort bij hem. Lachen is gezond, heet het tegenwoordig, Freud zei het al en in het Vondelpark schijn je op afroep een heilzame lachkick te krijgen onder leiding van een lachgoeroe. Jezus, de grote heelmeester, zal dus ook wel gelachen hebben. Ecce homo ridens -zie de lachende Mens.

Theologen uit de zeventiende en achttiende eeuw vonden het maar beter als de christen niet lachte, zondig als hij was. Kloosterregels uit de vroege Middeleeuwen ontmaskerden de lach als een abjecte wijze van het verstoren van de stilte. Monniken behoren niet te lachen, al waren er de risus monasticus, de ingehouden monnikslach, en joca monacorum, verzamelingen monnikenmoppen.

Nog vroeger in de tijd schreef kerkvader Basilius dat christenen die aanzetten tot lachen niet te tolereren zijn en het was Clemens van Alexandrië die de lach de opmaat van de ontucht noemde.

Deze weinig vrolijk stemmende verhouding tot de lach vindt haar oorsprong in de lach zelf, die onlosmakelijk aan het lichaam verbonden is, stellen verschillende schrijvers in de bundel 'Homo Ridens' (red. J. Bremmer, H. Todenburg, uitgeverij Boom Amsterdam), een studie over humor door de eeuwen heen.

Lichaamsvijandige stromingen verwerpen dus de lach. De echte doorslag ten nadele van de lach geeft toch wel het onverbiddelijke feit dat in de evangeliën van Jezus wel de tranen zijn opgetekend, maar niet zijn lach. Kon hij wel lachen?

Waar men zich al niet druk om maakt -maar het was ergens in de dertiende eeuw wel het discussiepunt waaraan de geleerden van die dagen hun jaarlijkse studiedag aan de universiteit van Parijs wijdden. En dat waren niet alleen godgeleerden.

Het ware lachen is volgens de Leuvens humanist Erycius Puteanus anno 1611 alleen bij God te vinden, dus Christus heeft zich in zijn aards bestaan ingehouden, geweigerd te doen wat in het hiernamaals thuishoort. Erycius had bij dat ware en goede lachen waarschijnlijk niet op het oog wat Italiaanse tijdgenoten zich bij Deus ridens voorstelden: God die onboetvaardigen in de hel uitlacht. Wie het laatst lacht...

De strenge anti-lachhouding maakte door de (Middel-)eeuwen heen plaats voor beheersing ervan. Goed werd van slecht lachen onderscheiden. Het clichébeeld van de kerk die alle lach smoort, gehuldigd door gekende gelotologen (lachkundigen), is onhoudbaar. Dat blijkt niet alleen uit de risus paschalis, het rituele lachen met Pasen. Predikanten in de tijd van de Republiek permitteerden zich op hun kansel grappen die in een theater nauwelijks konden, en hun tegenstrevers van de Contrareformatie maakten grappen bij het bestrijden van die ketterse, domme protestanten.

De heilige Lodewijk achtte het wijs, om het lachen te matigen: niet lachen op vrijdag. Dat onthield makkelijk: dan at je ook geen vlees. Maria Petyt, een Vlaamse mystica, moest vaak om zichzelf lachen, om haar ijdelheid en nietigheid, en droefgeestige monniken werden openlijk tot lachen uitgenodigd.

De kunst, kerkelijk als ze was, beeldde Jezus in de romaanse periode nog streng en hiëratisch af. Bij de gotische kunstenaar kan er wel een lachje af: rond 1500 lachen Madonna en Kind. De Moeder Gods op de troon heeft haar zoon op schoot, beiden met een lach op de lippen. God is mens geworden, en een mens lacht.

,,Tot de nieuwe studenten zeg ik steevast: bedenk dat de theologie een vrolijke wetenschap is!'', vertelde de deken van de Theologische Universiteit Kampen vorig najaar in het school-blad. Die aansporing kan het tobbende deel der (aankomende) dominees wel gebruiken, maar toch tovert het lezen van godgeleerde boeken zelden een lach om de lippen, de gereformeerde deken ten spijt. In een stapel lang geleden genereus ten geschenke ontvangen boeken valt er ineens een op, het dunste: Okke Jager, 'Humor in de Bijbel'. Het boek roept geen enkele herinnering op aan lachen, zelfs geen glimlach.

Het begrip 'blijde boodschap' (grieks: evangelie) zou toch tot vrolijkheid moeten stemmen, dacht de Duitse theoloog Peter Bloch, en hij zette zich aan het schrijven van een boek over een vrolijke Jezus. 'Met Jezus viel te lachen' kopte HN-magazine vorig jaar bij een interview met christo-gelotoloog Bloch. Jezus' humor bestaat erin dat hij een kind temidden van zijn volgelingen zette: 'dat kind is het belangrijkste'. Waarom dat grappig zou zijn, laat Bloch onvermeld, maar hij is de eerste niet die er iets komisch in ziet. Pasolini laat in zijn beroemde film 'Het evangelie naar Matthëus' Jezus één keer lachen, een glimlach, meer is het niet: bij die kinderen.

,,De toewending tot de ander gaat samen met een oervertrouwen dat verbonden is met humor,'' oreert Bloch verder. Freud zei ooit -veel wijdlopiger- dat humor een wapen tegen stress is. Bloch hield het tot zijn emeritaat uit en dat getuigt in zijn geval ontegenzeggelijk van gevoel voor humor; zijn Jezus stelt hem in staat om 'al twintig jaar in de avonddienst voor drie, vijf of zeven mensen' te preken. Niettemin kost het geen enkele moeite om Blochs 'De vrolijke Jezus' niet aan te schaffen.

Wie Jezus echt wil zien lachen, moet een uitstapje maken naar apocriefe verhalen. Volgens de canonieke (bijbelse) versie helpt Simon van Cyrene Jezus bij het kruisdragen, volgens de Handelingen van Johannes wisselen ze van rol, zodat Jezus uiteindelijk lacht om de geslaagde misleiding.

Volgens een verwant verhaal zweeft Jezus lachend boven het kruis en zegt: ,,In wiens handen en voeten ze nagels drijven, is het vleselijke, een vervanger. Die je bij het kruis zag, vrolijk en lachend, dat is de levende Jezus.''

De wrange combinatie van kruis en lach is tot in de voorbije eeuw te vinden. Monty Python grijpt voor een komische variant op Jezus' leven naar diens buurjongen Brian. Het onvergetelijke fluitrefreintje klinkt in always look on the bright side of life bij Brians kruisiging.

Het tegendeel van dat luchtige tafereel is van Herbert Falken. Deze Duitse priester schilderde Jezus in de cyclus Scandalum crucis -aanstoot van het kruis- aan het 'Lachendes Doppelkreuz'. Het is een gespiegelde, dubbele Jezus, want hij is de enige niet die lijdt. Het moorden en folteren is van alle tijden. Jezus' mond is een gapend zwart gat dat honend lacht, de cynische, waanzinnige lach van degene die het lachen vergaan is.

Jezus is ook op een andere manier aan het lachen te krijgen. ,,Heb je een plaatje van Jezus dat die goeie ouwe Christus wat opleukt? Stuur het op, en als wij 'm als Jezus-van-de-week uitkiezen, krijg jij een prachtprijs.'' Ze menen het echt, op de website van New Times J2K.1. Deze week een stralend lachende Jezus, want 'het voelt verrekte gaaf om Heiland te wezen'.

U wilt Jezus schaterend op een T-shirt? Dat kan. Praise Prints, kennelijk een pinksterachtige groep die zichzelf de thuishaven van de lachende Jezus noemt, moest daarvoor een kunstgreep toepassen. Het is een bekend foefje in christelijke kring. In Jezus' 'eigen' Testament, het Nieuwe, lacht hij nergens, dus leest men hem terug in het Oude Testament.

Hoewel daar meer verheugd dan gelachen wordt, is er altijd wel een toepasselijk plekje te vinden. Zoals Psalm 2: 'De Heer die in de hemel zetelt, lacht' -het siert als onderschrift de voluit lachende Jezus. Het is een onbedoelde miskleun: De Heer uit Psalm 2 is niet de Here Jezus, maar God, Jezus' Vader zo u wilt, en het is geen onbekommerd lachen, maar een dreigement tegen weerspannige koningen. Het zal Praise Prints een zorg zijn, als je maar betaalt. Voor 20 dollar krijg je dit 'pakkende beeld' in kleur afgedrukt op een T-shirt, kwaliteit half katoen, half polyester, of, voor het drievoudige bedrag, als reproductie in zwaar mahoniehouten lijst.

mailIcon print |