*

 
dossier

Archief

Russische terugtrekking is teken van zwakte

Wendelmoet Boersema − 02/02/01, 00:00

Nog steeds vechten in Tsjetsjenië vijfduizend rebellen tegen het Russische leger, meldde Moskou gisteren. En dat leger moet zich van Poetin terugtrekken. De veiligheidsdienst neemt het over.

De oorlog in Tsjetsjenië is over en de sterk in aantal geslonken rebellenleiders zijn wanhopig. Rusland rest slechts de liquidatie van de laatste 'bandieten' in de opstandige Kaukasische republiek, met bovenaan de lijst Sjamil Basajev, de Arabische krijgsheer Chattab en Aslan Maschadov, de door het Kremlin verguisde Tsjetsjeense president.

Zo luidde maandenlang het officiële standpunt van het Kremlin. Vanuit dit oogpunt was het dan ook een logische stap dat president Poetin vorige week een grootscheepse terugtrekking van de troepen aankondigde en het gezag in Tsjetsjenië overdroeg aan de geheime dienst FSB, opvolger van de KGB. Dat orgaan is immers officieel verantwoordelijk voor de binnenlandse strijd tegen terroristen, en Moskou heeft de oorlog in Tsjetsjenië altijd beschouwd als een binnenlandse aangelegenheid.

Het Kremlin stelde dat het leger zijn taak voltooid had en dat de strijd niet werd opgegeven, maar juist voortgezet, met nieuwe middelen en een nieuwe tactiek. Dat het leger 'klaar' is, is op z'n minst een grove ontkenning van de gebeurtenissen van de afgelopen vijftien maanden. Poetin, destijds nog premier, begon de tweede Tsjetsjeense oorlog eind september 1999, met hevige bombardementen op Grozni. Officieel omdat rebellen Dagestan waren binnengevallen en in Moskou flats ondermijnden, maar op de achtergrond speelde de noodzaak de tot dan toe onbekende Poetin voor de verkiezingen neer te zetten als krachtdadig leider.

De campagne zou een paar maanden duren, maar het leger heeft de republiek sinds die tijd in een getto getransformeerd, meldden mensenrechtenorganisaties. De onverminderde guerrilla-aanvallen op Russen en pro-Russische Tsjetsjenen versterkten het klimaat van terreur en chaos.

Net als in de eerste Tsjetsjeense oorlog ('94-'96) is de Russische bezetting dus nog geen definitieve overwinning. In dat licht is Poetins tactiekwijziging geen uiting meer van kracht, maar een van wanhoop, betoogde defensie-analist Pavel Felgenhauer deze week in The Moscow Times. Met de machtsoverdracht aan de FSB onderstreept de president tegelijkertijd de onmacht van het leger, dat ondanks zijn enorme troepenmacht (volgens het Kremlin 80000 man) de strijd van de -zoals gisteren officieel gemeld- vijfduizend rebellen kon winnen.

De Tsjetsjenen hebben door de willekeurige arrestaties, martelingen en verwoestingen elk vertrouwen verloren in hun eigen en Russische leiders. De drempel wordt voor jongeren steeds lager om ook de wapens op te pakken. Een Moskouse wetenschapper stelde: ,,De oorlog wordt jonger. Een derde van de rebellen is 15 of 16 jaar oud, jongens die nooit naar school zijn geweest en nooit normaal omgingen met de Russen.'' De Russische mensenrechtenorganisatie Memorial sprak de hoop uit dat de FSB minder willekeurig te werk zal gaan in de klopjacht op de rebellen. Ook heeft de FSB geen tanks en bommenwerpers, om dagelijks burgerdoelen te beschieten. Maar Memorial en andere critici zijn sceptisch over de geheime dienst, en wijzen daarbij naar de dramatische afhandeling van de gijzeling bij Pervomajskoje in 1995. Bovendien blijven er nog altijd zo'n 20000 soldaten permanent gestationeerd in Tsjetsjenië.

De komst van de FSB zal bovendien de toch al belabberde openheid over de oorlog vanuit het Kremlin niet vergroten. FSB-hoofd Patroesjev is een oude vriend van ex-FSB-hoofd Poetin, en met zijn benoeming verliest minister van defensie Sergejev nog meer aan invloed.

Zal Poetin op deze wijze de impasse in de oorlog kunnen doorbreken? De terugtrekking van de troepen is over het algemeen goed ontvangen. Vorig jaar kostte de oorlog minstens 70 miljoen dollar extra per maand en elke dag viel er een tiental doden onder de militairen. Poetin kondigde in december al een inkrimping van het leger aan met een vijfde (600000 man), omdat het te duur is. Slechts de haviken zijn tegen, en zeggen na terugtrekking nog meer instabiliteit in de Kaukasus te vrezen. In deze richting hintte de Tsjetsjeense president Maschadov, die zei de Russen met nog meer aanvallen tot onderhandelingen te willen dwingen.

Veel, zo niet alles, hangt af van de economische en sociale wederopbouw van de volkomen verwoeste republiek. Alleen zo kunnen de Russen en de Moskougezinde Tsjetsjeense leiding het vertrouwen van de bevolking terugwinnen. Tot nu ging de plundering van de Tsjetsjeense rijkdom (olie en metalen) onverminderd door. Het Moskouse geld voor wederopbouw verdween ergens onderweg in corrupte zakken. Daar bracht het aanstellen van de 'zoveelste coördinator' geen verandering in.

Poetin heeft nu opnieuw beloftes voor herstel gedaan en de macht van regionale leiders als Achmad Kadirov, het pro-Russische hoofd van de Tsjetsjeense administratie, op diens aandringen vergroot. Een bijdrage van ruim een miljard gulden is al toegezegd, maar er wordt geen enkele poging gedaan om het verdwenen hulpgeld op te sporen. Als het de Kaukasus betreft, is het vermogen van het Kremlin om te leren van gemaakte fouten minimaal.

mailIcon print |