Uit een onderzoek van de Consumentenbond is onlangs gebleken dat lang niet alle vragen door de Belastingtelefoon juist waren beantwoord. Dat is niet zo verwonderlijk als het lijkt. De Belastingtelefoon is bedoeld voor vragen met een algemene strekking, bijvoorbeeld over tariefgroepindeling of heffingskortingen. Voor vragen over een specifieke situatie is deze service niet bedoeld.
Als men vragen heeft over de eigen aangifte, dan is contact met de eenheid waar de aangifte is ingeleverd gewenst. Ook als men vragen heeft over het mogelijk treffen van een regeling kan men zich het beste tot de eenheid waaronder men valt wenden. Een probleem kan zijn dat onbekend is wat voor soort zaken wel en niet met de belastingdienst te regelen valt. De leidraad daarbij is dat men er goed aan doet zo concreet mogelijk te zijn. Vraag dus niet naar een mogelijke aftrek van verbouwingskosten van het huis, maar leg een concreet verbouwingsplan voor en geef aan voor welke voorzieningen men dacht aan aftrek als buitengewone uitgaven voor ziekte.
Soms is het nuttig na te gaan of er beleid is gepubliceerd over een bepaald onderwerp. De kwestie is actueel omdat de belastingdienst bij de overgang naar de nieuwe wetgeving met ingang van 1 januari 2001 zelf zijn beleid heeft opgeschoond. Vanaf eind 2000 zijn er vele besluiten en resoluties bekendgemaakt. Ze zijn te vinden op de website van het ministerie. Er is beleid op vele punten, van ziektekosten tot ondernemingskosten van internationaal werkende concerns. Tot dat beleid behoort ook de toepassing van de hardheidsclausule. Daarbij gaat het om situaties die wel overeenkomstig de belastingwet zijn, maar in concrete gevallen onredelijk hard uitpakken. Vooral over buitengewone uitgaven is veel gepubliceerd. Op dergelijk 'tegemoetkomend' beleid kan men alleen met succes een beroep doen als men precies binnen de beschreven situatie valt. Anders zal men toch de eigen casus moeten voorleggen.
Nieuw is bij de reactie van de kant van de fiscus dat men de opdracht heeft binnen het kader van de wet te blijven. Er valt dus weinig te wheelen en dealen. Waarbij die manier natuurlijk gunstiger kan blijven uitpakken dan bij rechtstreekse wetstoepassing.
Staatssecretaris Bos heeft onlangs nog eens aangegeven dat de Belastingtelefoon niet is bedoeld voor moeilijke, zeer specifieke kwesties. Zo kan men ook beter niet zogenoemde indien-zaken voorleggen. Men vraagt dan bijvoorbeeld naar de mogelijkheid van het maken van een afspraak voor het geval zich in de toekomst iets zal voordoen. Het geijkte antwoord is dat men dan maar moet terugkomen als zich die situatie heeft voorgedaan.
Als een kwestie is besproken en er een afspraak is gemaakt, doet men er goed aan die schriftelijk vast te leggen en voor akkoord door de fiscus te laten ondertekenen. Om problemen in de toekomst te voorkomen.
Waar het nu niet over gaat is het oplossen van geschillen. Daarvoor gelden aparte regels. Indien een aangifte is gecorrigeerd in een verhoging, dan kan men daartegen bezwaar maken; leidt dat niet tot resultaat, dan kan men beroep aantekenen. Een maand geleden speelde de kwestie van het beroep bij de belastingrechter. De Kamer had gevraagd om met spoed aan te geven hoe de beroepsmogelijkheden zouden kunnen worden uitgebreid. Nu is er namelijk bij belastingzaken slechts één feitenrechter: het gerechtshof. Omdat de stemmen staakten werd een betreffende motie niet aangenomen. Dat betekent dat het niet zeker is of, laat staan wanneer, die tweede feitenrechter in belastingzaken er komt. Het is overigens maar de vraag of daar, behalve omdat het nu eenmaal vanuit Europa moet, zo'n behoefte aan is. Als men nu voor de fiscus of het Hof zijn bezwaar goed gedocumenteerd indient, dan wordt daar serieus naar gekeken en gebeurt het maar zelden dat men na behandeling achterblijft met het gevoel onredelijk behandeld te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.