*

 
dossier

Archief

'Oude' problemen voor economie VS

Esther Bijlo − 10/05/01, 00:00

AMSTERDAM - De Nieuwe Economie heeft weer een klap gekregen. De hoge economische groei in de Verenigde Staten was al ingezakt. Maar deze week kwam daar bovenop dat de arbeidsproductiviteit voor het eerst in zes jaar is gedaald. Dat lijkt de laatste hoop om zeep te helpen dat er met de Amerikaanse economie iets bijzonders aan de hand is.

De arbeidsproductiviteit is in het eerste kwartaal gedaald met 0,1 procent. Het laatste kwartaal van 2000 steeg de productiviteit nog met 2 procent. De hoge groei van de productiviteit de laatste jaren (zie grafiek in de onderkrant) is één van de drijvende krachten achter het succes van de Amerikaanse economie. Dankzij de productiviteitsgroei kon de economie hard groeien zonder dat de inflatie te hoog opliep.

Het teleurstellende nieuwe cijfer -voorspellers hadden geen rekening gehouden met een daling- geeft het debat over de achtergronden van de hoge productiviteitsgroei weer een nieuwe impuls. Volgens de aanhangers van de Nieuwe Economie is de hoge groei van de laatste jaren te danken aan investeringen in computers en informatietechnologie. Daardoor zouden bedrijven veel efficiënter kunnen werken en zou een lange periode van voortdurend hoge groei aangebroken zijn. De arbeidsproductivteit zou structureel omhoog gaan.

De sceptici daarentegen denken dat hoge productiviteitsgroei een normaal, conjunctureel verschijnsel is. Als de economie hard groeit, wordt er in bedrijven meer geproduceerd per uur om aan de vraag te kunnen voldoen. Daarnaast investeren bedrijven in machines en technologie om het tekort aan werknemers op te vangen. Als de economie afkoelt, zal in deze visie ook de productiviteit minder hard groeien.

De sceptici lijken het gelijk nu aan hun zijde te krijgen. Als dat zo is, komt centrale-bankvoorzitter Alan Greenspan in een lastig parket. Die hoopte dat de stevige productiviteitsgroei zou aanhouden. Dat maakt het voor hem een stuk gemakkelijker de rente nog eens te verlagen om de economische groei in de VS weer omhoog te krikken. Maar nu de productiviteit is gedaald, ligt het gevaar voor inflatie op de loer.

Tegelijk zijn de loonkosten namelijk gestegen. Zolang de productiviteit meestijgt, is dat niet erg. Bedrijven kunnen de hogere lonen dan makkelijk opbrengen. Nu komen ze voor de vraag of ze de gestegen kosten doorberekenen in de prijzen van producten. Doen ze dat niet dan dalen de winsten, en daarmee op termijn ook de investeringen en de werkgelegenheid. Laten ze de consumenten wel betalen voor de hogere salarissen, dan neemt de inflatie toe. De ruimte voor verdere verlaging van de rente wordt dan klein omdat een lagere rente ook de inflatie omhoog duwt.

Greenspan heeft zich tot nog toe niet zoveel gelegen laten liggen aan de inflatie die momenteel bijna 4 procent bedraagt. Zijn eerst zorg was de Amerikaanse economie niet in een recessie te laten belanden. Daarvoor heeft hij tamelijk onortodox in korte tijd de rente twee procent laten zakken naar 4,5 procent. De recessie -officieel twee kwartalen van negatieve groei- heeft zich nog niet aangediend, maar erg hard groeit de Amerikaanse economie op dit moment niet. Omgerekend naar een jaar ligt het tempo op ongeveer 1 procent.

Sommige analisten vragen zich af of Greenspan de inflatie niet teveel negeert. Daarmee riskeert de Fed-voorzitter een periode van stagflatie waarin de economische groei stagneert terwijl de inflatie hardnekkig hoog blijft. Dat schrikbeeld uit de jaren zeventig doet sommigen nu al huiveren.

mailIcon print |