NEDERWEERT - De eikenhouten schep zou met een beetje fantasie zo bij de Gamma gekocht kunnen zijn. Korte steel, beetje dun blad, maar nog buitengewoon gaaf. In werkelijkheid is het gereedschap uit de Romeinse tijd, bij toeval gevonden in een waterput in Noord-Limburg -na bijna tweeduizend jaar dus.
Zo heeft ook de opgraving in het Rosveld, aan de zuidkant van Nederweert, haar verrassingen. Afgelopen weekeinde werd de spade aan het publiek getoond, met andere vondsten zoals aardewerk, glas, een maalsteen en een armband en haarnaald van brons. Het schepje is maar 80 centimeter lang en is vermoedelijk gebruikt om grond die eerst met een ijzeren hak is omgewoeld uit de put te scheppen. Het heeft al die eeuwen in het grondwater gelegen en is daarom perfect bewaard.
Dat geldt ook voor de vijf of zes waterputten die inmiddels zijn blootgelegd. Het zijn houten constructies waar het vernuft van afstraalt: balken en planken die soms tot zes meter in de grond zijn teruggevonden en naadloos op elkaar aansloten zonder nagels of pennen.
Maar het belang van het Rosveld zit 'm niet eens zo zeer in de vondsten als wel in de mogelijkheid om ze te vergelijken met die in nabijgelegen gebieden in Noord-Limburg. Het Rosveld behoort tot een van de grootste opgravingsterreinen van Nederland. Archeologen van de Vrije Universiteit hebben eerder bij Weert al een grafveld uit de Romeinse tijd met grafgiften onderzocht, naast een vluchtburcht en een aantal verspreid liggende boerderijen. Nu speuren ze sinds een half jaar de bodem af van het ruim 40 hectare grote Rosveld, dat is aangewezen als toekomstig industrieterrein.
De opgraving is succesvol. Het Rosveld is een dekzandeiland, waar een dik pakket landbouwgrond de erfenis uit de Romeinse tijd overdekte en dus beschermde. Inmiddels zijn de plattegronden van al minstens twintig boerderijen blootgelegd en zijn ook grondsporen van graanschuurtjes en andere bijgebouwtjes aangetroffen. De huizen in het Rosveld behoren tot hetzelfde type, waren diep gefundeerd en herbergden woning en stal onder één dak. Eén boerderij was een slag groter dan de rest en had een verhoogde vloer, om de voorraden te beschermen tegen vocht en ongedierte. Precies zo'n gebouw is elders in Weert aangetroffen, met dezelfde maten en constructie. Daarnaast is het opgravingsteam van de VU gestuit op middeleeuwse bewoning, uit de periode 1000-1300.
De Romeinse vondsten duiden erop dat het Brabants-Limburgse grensgebied vroeger toch niet zo leeg is geweest als werd aangenomen. VU-archeoloog Fokko Kortlang: ,,De streek was lange tijd een witte plek op de archeologische kaart. In de jaren zeventig werd er bij veldkartering van de Peel nog van uitgegaan dat de bewoning kleinschalig was. Pas het laatste decennium is dat inzicht veranderd. Er moeten veel kleine gehuchten hebben gelegen.''
Romeinen hebben er niet gewoond, maar de bevolking had wel degelijk contact met Romeinen. Kortlang: ,,In Hoogeloon is een villa gevonden van een inheemse snuiter die, getuige zijn militaire diploma, in het Romeinse leger heeft dienst gedaan. Hij kon zich zelfs een badkamer veroorloven. En in Someren is een graf gevonden van iemand die met zijn wapenuitrusting en al is begraven, terwijl de locale bevolking in die tijd werd gecremeerd en hun resten bij elkaar in een graf werden gelegd.''
De Romeinse schrijver Tacitus duidde de bevolking aan als Toxandriërs, maar die naam gold ongeveer voor alles wat ten zuiden van de Rijn (de grens van het Romeinse rijk) woonde. Geschreven bronnen uit die tijd zijn er niet. Die kunnen nog komen. Het VU-team gaat na de winter nog een tijdje door in het rijke bodemarchief onder het Rosveld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.