*

 
dossier

Archief

Vuur van alle kanten

Wendelmoet Boersema − 04/10/01, 00:00

Nu de Amerikanen en Britten dreigen Afghanistan aan te vallen, komen bij de Russische veteranen de herinneringen aan hún oorlog in dat gebied naar boven. Ze denken vooral terug aan een vijand zonder gezicht.

Aleksandr Kovaljov was een puber toen de sovjettroepen Afghanistan binnenvielen. ,,Ik doorliep de militaire middelbare school en gaf me op voor de Militaire Academie. In plaats daarvan stuurden ze me naar Afghanistan. Wat wisten we van dat land? Ik associeerde het met Spanje. We zouden de regering helpen, dat was de propaganda. Later begrepen we pas dat begrippen als revolutie en proletariaat de meeste Afghanen helemaal niets zeiden. Dat ze in grote armoede leefden.'

Kovaljov arriveerde in 1987 als commandant van een bataljon van zeshonderd man. ,,Onze levensomstandigheden waren beter dan voor hen die als eerste kwamen. Maar de oorlog liep op zijn einde, de soldaten wilden niet meer vechten. We hadden geen doel meer en dat voelde je. Begin jaren tachtig waren de vriilligers gegaan, maar wij werden gestuurd. Hoewel we beter voorbereid waren, want later had het Rode Leger oefenkampen in de bergen van Oezbekistan. In ons bataljon deden ook veel ervaren officieren dienst.'

Nikolaj Boerbiga is een van de weinigen die de hele tienjarige oorlog in Afghanistan heeft meegemaakt. Als luitenant en redacteur van de divisie-krant arriveerde hij in 1979. Na twee jaar werd hij verslaggever van legerkrant de Rode Ster en reisde langs alle troepen en steden. Met sovjetgeneraal Gromov vertrok hij met de allerlaatste eenheden op 15 februari 1989. Hij is nu generaal-majoor bij het Russische ministerie van defensie.

,,De oorlog in Afghanistan was smerig als iedere oorlog. Nu zegt men dat het een 'sovjetbezetting' was, maar zo zagen wij dat helemaal niet. De Afghanen ontvingen ons met bloemen en spanddoeken. Net als nu hadden wij partij gekozen voor een van de twee partijen in Afghanistan, de communistische elite. Een groot verschil was dat de wereldopinie tegen de Sovjet-Unie was en dat de geheime diensten van het Westen en de Navo tegen ons werkten.'

Boerbiga leefde de eerste twee jaar in tenten, bij de noordelijke stad Koendoez. De uitrusting was slecht. ,,Iemand maakte een grapje toen we de grens overstaken: nu begint de honderdjarige oorlog. Het werd tien jaar.' Kovaljov was gelegerd bij Kaboel, waar het sovjetleger al snel grote garnizoenen had. ,,We hadden winkeltjes, een mensa, er kwamen sovjetartiesten optreden. Maar altijd was er die hitte, soms zestig graden overdag. Verse groenten ontbraken. Volstrekt schoon water was er niet, waardoor er infectieziekten heersten, hepatitus, difterie en malaria. Van mijn bataljon lag op een gegeven moment de helft, 300 man, met geelzucht in het hospitaal.'

Het bataljon van Kovaljov moest de eerste aftochten van het sovjetleger begeleiden. ,,We verhuisden naar het noorden, een bergachtig gebied bij Faizabad. Die tocht was verschrikkelijk. Ons water en filtratiemiddelen raakten op. Ondanks het gevaar voor beschietingen renden onze jongens naar het eerste het beste beekje. Vijf van onze tanks ontploften, en vier vrachtwagens met inzittenden. De lijken en gewonden wilden we niet achterlaten, amputaties voerden de artsen ter plekke uit. Een grote explosie vond plaats in een kloof, en we takelden de resten van de auto en de gewonden met trossen en dekens omhoog, naar de plek waar helikopters konden landen. Er stierven jongens die hun dienstplicht er bijna op hadden zitten. Ik raakte daar ook gewond aan mijn been, door mitrailleurvuur. Een week voor we weggingen lag ik via Kaboel en Tasjkent in een ziekenhuis in Sint Petersburg. Daar pas heb ik m'n familie verteld dat ik invalide was geraakt, toen ik op tv mijn jongens weg zag trekken.'

De oorlog in Afghanistan werd gevoerd tegen een vijand zonder gezicht. ,,We zagen ze weleens', zegt Kovaljov, ,,als ze in onze kampen kwamen om te onderhandelen. Of in karavanen in de verte. We kenden hun commandanten en respecteerden hen. Maar de druk van de oorlog was vooral mentaal', zegt Kovaljov. ,,Elke nacht kon je beschoten worden, overdag kon je op een mijn lopen. Ik denk dat de helft van onze jongens gestorven is door mijnen. Afghanistan was mijnen, mijnen en nog eens mijnen. Direct treffen zoals in oorlogsfilms was er zelden. Een strategisch opgestelde mitrailleurschutter kon in een kloof een hele afdeling tegenhouden.'

,,Sommigen waren zo bang om invalide te raken, een been te verliezen, dat ze altijd een granaat of kogel bij zich droegen om zichzelf dan van kant te maken', aldus Boerbiga. ,,Natuurlijk waren er ook lafaards die een ziekte voorwendden om weg te komen. De burgerbevolking leed het meest onder de mijnen. Militairen zijn altijd voorzichtig, maar zij waren voornamelijk bang.'

Zijn ergste herinnering heeft Boerbiga aan een beschieting waar zijn eenheid in terechtkwam. ,,Het vuur kwam van alle kanten. We zagen een huis en vermoedden dat onze aanvallers daar zaten. Eerst gooiden we een paar granaten door de ramen. Eenmaal binnen zagen we bebloede, dode mensen liggen, onschuldige mensen zonder wapens. Er was een jong, mooi meisje bij, in zo'n geborduurde Afghaanse jurk. Dat beeld draag ik tot vandaag bij me.'

,,Het zijn de gruwelijke details van de oorlog, die iedere soldaat meemaakt. Een piloot die een bom afwerpt ziet ze niet.' Boerbiga kon als verslaggever de eerste jaren niet over de verliezen en slachtoffers onder de burgers schrijven. ,,Dat wist je. Een aanval heette 'een oefening', tot in de loop van de oefening de eerste overwinning was behaald. Belachelijk natuurlijk. Pas midden jaren tachtig veranderde dat een klein beetje. Maar ik ben nooit dissident geweest, in de zin dat ik de oorlog afkeurde. Ik schreef niet over de zin van de oorlog, ik rapporteerde en was ooggetuige. Ik meldde moedige daden. Zo was een vriend, een kolonel, een keer omsingeld. Hij wist enkele tegenstanders te doden, maar terwijl hij ontkwam stapte hij op een mijn. We namen hem in de helikopter mee en ik hield hem vast en zei: 'Igor, alles komt goed'. Hij keek me aan en zei: 'Lieg niet, ik begrijp het wel'. Hij vertelde nog over zijn vrouw en kinderen en stierf terwijl hij al die tijd volledig bij kennis was geweest, hoewel ik zijn ingewanden letterlijk in m'n handen had. Dat beschouw ik als een heldendood.'

In Afghanistan werd gevochten zoals in Tsjetsjenië, een partizanenstrijd tussen ongelijke krachten. Maar de oorlog in Tsjetsjenië is wreder, aldus Boerbiga. ,,Sommige Afghaanse dorpelingen moesten zelfs huilen toen wij vertrokken. Zij begrepen dat onze aftocht geen vrede betekende. Maar vertrekken moesten we toch, vroeg of laat, dat begreep iedereen de laatste jaren. Deze oorlog miste een concreet doel, zoals het innemen van een stad of een gebied. We zaten elkaar achterna, zonder perspectief op een definitieve overwinning. Afghanistan is geen land om te koloniseren. Onze grootste fout is geweest dat het leger zich ging nestelen en er permanent ging wonen. Daarmee kweekten we onze eigen vijanden en raakten gevangen in een burgeroorlog. Toch hebben we veel minder mannen verloren dan de Amerikanen in Vietnam.'

Heerst onder de Afghanistanveteranen het gevoel dat de Russen de oorlog verloren? Kovaljov ontkent krachtig. ,,Ik was enthousiast over het besluit te gaan. We hebben laten zien wat we waard waren, onszelf leren kennen in zware omstandigheden. Die oorlog was niet zoals nu met biotoiletten en multivitaminenpreparaten. Ik heb in de bergen honger geleden. Natuurlijk was er spijt over de verliezen. En het was geen gemakkelijke taak de lijken van je makkers naar huis te brengen.'

Volgens de veteranen zag niemand de aftocht uit Afghanistan destijds als het begin van het einde van de Sovjet-Unie. ,,Dat kwam veel later pas', stelt Boerbiga. ,,Onze aftocht was ordelijk, ze achtervolgden ons niet. De Sovjet-Unie was in 1989 nog machtig, hoewel ik Gorbatsjov een zwak leider vond. De twijfels over deze oorlog werden ook alleen in Moskou uitgesproken. Slechts één keer heb ik een discussie gevoerd met mensen die vonden dat wij misdadig optraden in Afghanistan. Maar binnen het leger heerste tot het einde de opvatting dat wij de progressieve intelligentsia van Afghanistan te hulp waren geschoten. Pas achteraf denk ik dat we die steun beter hadden kunnen geven zonder meteen met legers binnen te trekken. Als Amerika zich daar nu toe laat verleiden, krijgen ze het lid op de neus. Het internationale terrorisme zullen ze er zeker niet mee uitroeien.'

Voor beide mannen is Afghanistan tot vandaag deel van hun leven. Kovaljov is vice-voorzitter van een fonds voor oorlogsinvaliden, Boerbiga is bij de huidige Afghanistanpolitiek van het Russsiche leger betrokken. ,,In Afghanistan heb ik m'n mooiste jaren doorgebracht, zoals ze dat noemen. Het is een stuk van mezelf, zonder de oorlog had ik mezelf niet zo goed gekend. In deze dagen komen die herinneringen extra naar boven. Maar al mijn vrienden hebben Afghanistan meegemaakt, we hielpen elkaar daar en helpen elkaar nu. Vrienden van na de oorlog heb ik niet, mensen die ik daarna heb ontmoet blijven kennissen.'

mailIcon print |