*

 
dossier

Archief

Geen sleutel die past voor alle buren

van onze verslaggever − 28/02/01, 00:00

'Neighbours, everybody needs good neighbours'', klinkt het door de boxen. De muziek sterft weg, en een aflevering van de televisieserie 'Buren' wordt vertoond. Een jonge student ergert zich aan het gefluit van de schoenenverkoper onder hem. Hij schrijft hem een brief: ,,In verband met mijn studiewerkzaamheden, verzoek ik u vriendelijk om de lippen op elkaar geklemd te houden''.

De Rode Hoed in Amsterdam heeft op deze maandagavond een vrolijke, volle bak met de laatste van de vier waardendebatten, georganiseerd door het Humanistisch Verbond, Humanitas, en de Rode Hoed. Het thema is 'buren', en de daarbij behorende stelling luidt: 'Individualiteit is in strijd met sociale verantwoordelijkheid'.

Presentator Theodor Holman (bekend van de lokale Amsterdamse televisiezender AT5) geeft een aantal voorbeelden waar zijn gasten en het publiek op mogen reageren. De vraag is steeds: grijp je in of niet?

,,Stel: de buurman slaat zijn vrouw voortdurend in elkaar. Aha, daar zie ik een vinger in de zaal. Zegt u het maar, mevrouw.'' ,,Daar zou ik zeker wat van zeggen.'' ,,En u, meneer?'' ,,Ik niet. Ik heb wel eens een psychiatrisch patiënt geholpen, en daar ben ik erg in teleurgesteld. Zo'n buurman helpen, dat schiet helemaal niet op.''

Holman vraagt of iedereen wil aangeven of hij of zij het met de stelling eens is: is individualisering in strijd met sociale verantwoordelijkheid? Een groen bordje de lucht insteken antwoordt 'ja', een rood bordje zegt 'nee'. De zaal kleurt snel rood. ,,Even kijken, zeven groene bordjes, duidelijk een minderheid.''

Frits Spangenberg -directeur van Motivaction, een onderzoeksbureau dat kijkt waar 'mensen voor staan in het leven'- lijkt niet te kunnen verklaren waarom praktisch de hele zaal een rood bordje opsteekt. ,,Ik heb hier eens rond zitten kijken, en het zit vol met postmaterialisten. Dat zijn maatschappelijk geëngageerde mensen. Onder die groep vind je veel journalisten, Tweede-Kamerleden, en ook beleidsmakers. Postmaterialisten delen met de grootste groep in Nederland, de traditionele burgerij (zijn christelijk, zetten aardappels om zes uur op het vuur), de angst voor individualisering. Traditionelen en postmaterialisten hebben wat dat betreft erg veel met elkaar gemeen.''

,,Het is treurig'', reageert Holman, ,,vroeger waren we revolutionairen, nu zitten we qua opvattingen tegen de klassieke burgerij aan''.

Toch blijkt 'het postmaterialistische publiek' van de Rode Hoed zeer gesteld op hun individuele vrijheid. De meesten zijn wars van moraliseren. Als de buurman een alcoholist is die zich dood wil drinken, dan moet ie het zelf weten. En als de buurman een eenzame bejaarde is met een wond op zijn rug -hij vraagt alleen maar of je zijn rug even met een zalfje in wil smeren- aarzelt menigeen. ,,Als ik echt gedwongen word, dan zal ik erover denken'', zegt Frans Bromet (programmamaker, onder andere van 'Buren'). Uiteindelijk zegt iemand 'dat je een hulpverzoek niet aanstonds moet weigeren'. Hij oogst applaus. Holman blijft een beetje verontrust: ,,Is er geen sleutel te vinden hoe we het beste met elkaar om kunnen gaan?''

Ook Spangenberg maakt zich zorgen, over jongeren in het bijzonder, en over het gebrek aan interesse in het algemeen. ,,In België blijken de extreem-rechtsstemmers vooral te bestaan uit mensen die normaal niet zouden stemmen, maar daar door de kiesplicht tot gedwongen worden. Als je in Nederland ook een kiesplicht zou hebben, dan zou het politieke landschap hier een aardsverschuiving ondergaan. Een grote groep jongeren heeft weinig op met de normen en waarden van de klassieke burgerij en die van de postmaterialisten. Maar aan de andere kant zie je ook weer tegenbewegingen: jongeren die juist wél op zoek zijn naar waarden.''

Ondanks de waarschuwingen voor een asociale samenleving, zijn de mensen het eens dat er niet één manier is om met je buren om te gaan. ,,Er is geen sleutel'', roept het publiek naar Holman. Sommigen vinden de sociale controle van de buurt fijn, anderen gruwen daar weer van, en zijn liever anoniem.

Ieder zijn meug, lijkt de conclusie van de humanisten in de Rode Hoed. Men drinkt nog een glas, keuvelt wat na. Mocht buurman al een paar weken dood thuis liggen, dan vinden de meesten dat zeer treurig, maar ze zouden het niet hebben gemerkt.

mailIcon print |