*

 
dossier

Archief

De raad staat buitenspel

Henny de Lange − 28/02/01, 00:00

De commissie-Oosting presenteert vandaag haar rapport over de Enschedese vuurwerkramp. Aan de hand van dit onderzoek kan de gemeenteraad eindelijk het functioneren van het bestuur beoordelen. Er gaan stemmen op na een ramp niet langer te wachten op het oordeel van deskundigen, maar als raad zélf op onderzoek te gaan.

In 1992 riep de toenmalige burgemeester van Groningen, Hans Ouwerkerk, de fractievoorzitters in de gemeenteraad bijeen voor geheim beraad over de stedelijke kredietbank. Door een te ruimhartig en ongecontroleerd uitleenbeleid was de bank naar het zich liet aanzien, voor tientallen miljoenen het schip ingegaan.

,,Wat doen we?', vroeg Ouwerkerk de raadsleden. ,,We kunnen er nu een debat over houden in de gemeenteraad. Maar we kunnen ook het onderzoek afwachten en er in de tussentijd niets over zeggen, ook niet in de media.' Eendrachtig kwam het gezelschap tot de slotsom dat het verstandiger was om de kaken voorlopig op elkaar te houden.

Ook toen steeds verontrustender berichten verschenen over de omvang van de strop en de betrokkenheid van het gemeentebestuur, deden de raadsleden er het zwijgen toe. Alleen de fractievoorzitter van GroenLinks (niet vertegenwoordigd in het college) kreeg spijt. We hadden die afspraak nooit moeten maken, realiseerde deze zich, want daarmee had de partij zichzelf de mogelijkheid ontnomen om in de gemeenteraad kritische vragen te stellen. En aan de achterban viel dit 'handjeklap' al helemaal niet uit te leggen. De miljoenenstrop kostte uiteindelijk twee wethouders de kop. Ze stapten op in de aanloop naar het raadsdebat over de uitkomsten van het onderzoek.

,,Er is niks mis met zo'n afspraak van het college met de raad om te zwijgen zolang er een onderzoek loopt', vindt Hans Ouwerkerk (tegenwoordig burgemeester van Almere) nu nog steeds. ,,Mijn oprechte overtuiging is dat de democratie meer gebaat is bij een grondig onderzoek naar de feiten, op grond waarvan degenen die onder vuur liggen zich kunnen verweren, dan bij een emotioneel getint debat, waarbij nog niet alle feiten helder zijn.' In het geval van de kredietbank heeft het onderzoek volgens Ouwerkerk uiteindelijk een waardevolle bijdrage geleverd aan het raadsdebat.

Steeds vaker komt het voor dat bij rampen of andere ernstige incidenten de verantwoordelijke bestuurders zich beperken tot het voorlezen van weinig- tot nietszeggende perscommuniqués. Of hun toevlucht zoeken in procedures. ,,We kunnen daar nu geen mededelingen over doen. U moet wachten op de resultaten van het onderzoek', zijn van die standaardzinnen die het afgelopen jaar veelvuldig te horen waren uit de mond van onder anderen burgemeester Mans van Enschede en zijn collega's IJsselmuiden van Volendam en Rombouts van Den Bosch.

Niet alleen de journalisten, maar ook de slachtoffers en nabestaanden moeten 'wachten', 'geduld hebben' en 'niet vooruitlopen op de uitkomsten van de onderzoekscommissie'. En dat alles met instemming van de gemeenteraadsleden, die hun controlerende taken in overleg met b. en w. tijdelijk op een laag pitje hebben gezet. ,,Het is niet erg om geduld te betrachten als het gaat om zaken die diep ingrijpen in de lokale gemeenschap', vindt Ouwerkerk.

Volgens de Rotterdamse bestuurskundige Linze Schaap zouden veel frustratie, irritatie en wantrouwen weggenomen kunnen worden, als het onderzoek naar de toedracht van een ramp in alle openheid zou plaatsvinden. ,,Ik vraag me in het geval van Enschede en Volendam af: waarom heeft de gemeenteraad niet zelf een onderzoek ingesteld? In beide gemeenten draait het in belangrijke mate om de vergunningsvoorschriften, een verantwoordelijkheid van het college van b. en w. De gemeenteraad zit er toch ook om toe te zien op het beleid van b. en w. Waarom niet zelf zo'n onderzoek begonnen in plaats van te zwijgen in afwachting van het werk van een onafhankelijke onderzoekscommissie?'

Gebrek aan deskundigheid en het feit dat de gemeenteraad mogelijk zelf (gedeeltelijk) in de beklaagdenbank zit, kunnen volgens Schaap een reden zijn om het onderzoek door een buitenstaander te laten doen. ,,Maar je kunt als raad ook zelf het onderzoek ter hand nemen en je daarbij door deskundigen laten adviseren. En als de raad zelf medeschuldig is, hoeft er naar mijn mening toch geen beletsel te zijn om een onderzoek te beginnen. Maar dan wel in alle openbaarheid met de media erbij. Iemand die niet de waarheid spreekt valt dan toch wel door de mand.'

De gang van zaken in Enschede, Volendam en Den Bosch onderstrepen volgens de bestuurskundige andermaal dat nu eindelijk eens werk moet worden gemaakt van een andere inrichting van het lokaal bestuur. De commissie-Elzinga, die vindt dat de bestuurlijke verhoudingen in gemeenteraden veel meer moeten gaan lijken op die in de landelijke politiek, kwam vorig jaar met een goede aanzet daartoe.

Eén van de voorstellen van de commissie was dat gemeenteraadsleden het recht van enqûte moeten krijgen voor de controle op het doen en laten van b. en w. Hoewel nog niet in wetgeving vastgelegd, is in veel gemeenten al praktijk dat het college bestuurt en de gemeenteraad controleert. Geef de raad dan ook de middelen om die controle goed te kunnen uitvoeren, zegt Schaap.

,,Met het enqueterecht krijgen raadsleden de mogelijkheid onder ede en in het openbaar mensen te verhoren. Dat kan enorm veel wantrouwen wegnemen bij de slachtoffers en nabestaanden van een ramp, zoals die zich in Enschede heeft afgespeeld.'

Meer dualisme zou de lokale democratie ook enorm ten goede komen, meent Schaap. ,,Er moet een veel duidelijkere scheiding komen tussen wat de bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn van b. en w. en die van de raad. B. en w. zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de uitgifte van vergunningen, die zo'n belangrijke rol spelen in de nasleep van de rampen in Enschede en Volendam. Maar de praktijk is dat de raadsleden daar natuurlijk wel weet van hebben, waardoor ze in zekere zin medeplichtig worden. Als je de bevoegdheden duidelijk vastlegt krijg je meer zicht op de verantwoordelijkheden en daarmee kun je voorkomen dat er een schemergebied ontstaat, waarin niemand meer echt verantwoordelijk is en uiteindelijk iedereen vrijuit gaat.'

Met een duidelijker scheiding tussen b. en w. en de gemeenteraad, kan de controlerende functie van raadsleden meer body krijgen, meent Schaap. ,,In de lokale politiek maakt een wethouder deel uit van de raadsfractie. Dat maakt het ook lastiger voor een fractie om de eigen wethouder af te vallen.' Een verbetering op dit punt zit er overigens wel aan te komen. Het kabinet wil dat na de raadsverkiezingen op 6 maart 2002 ook wethouders van buiten de raad kunnen aantreden. Als gevolg van deze dualisering kan iemand niet langer lid zijn van de gemeenteraad als hij tot wethouder wordt gekozen.

Zijn pleidooi voor meer dualisme en het enqûterecht is niet ingegeven, benadrukt Schaap, door de veronderstelling dat er daardoor sneller bestuurlijke koppen zullen rollen. ,,Ik vind dat we ons veel te sterk richten op de poppetjes. Niet alleen burgemeester Mans is verantwoordelijk voor de vergunningen aan Fireworks, dat is het hele college. Bovendien speelde een onderdeel van het ministerie van defensie een belangrijke rol in de controle op de naleving van de regels door Fireworks. Je bent er niet door je alleen op Mans te richten. In de Bijlmer-enqûte ging het op een gegeven moment ook alleen maar over de ministers Jorritsma en Borst, terwijl er veel ernstiger zaken aan de orde waren: organisaties die compleet langs elkaar heen werkten. Dat signaleren en aanpakken is wezenlijker dan het wegsturen van twee ministers.'

Schaap kan zich wel voorstellen dat de burgers en met name de slachtoffers en nabestaanden van een ramp hun focus in de eerste plaats richten op bestuurders. Die roepen dat soms ook zelf over zich af door op z'n minst de indruk te wekken dat ze vooral hun eigen hachje willen redden. Burgemeester Mans, die afsprak met de raad om te zwijgen tot het eindrapport verschenen is van de commissie-Oosting, verbrak zijn eigen radiostilte toen letselschade-advocaten hun pijlen onder anderen op zijn persoon richten. ,,Ik zal mijn huid duur verkopen. Ik zal niet zomaar bloeden', was de reactie van de burgemeester in de Twentsche Courant Tubantia. ,,Het is niet zo dat hier een watje zit die zegt: 'Ik heb het gedaan. De groeten.' Nee, ik laat geen spelletje met me spelen.'

Geen raadslid die het de burgemeester aanrekende dat hij zelf het zwijgen verbrak. De grootste fracties in de gemeenteraad vonden de uitspraken van Mans zelfs 'terecht en binnen proporties' en 'zuiver' en gaven daarmee min of meer al aan dat Mans wat hen betreft niet hoeft op te stappen. Dat er onder de bevolking inmiddels het plan is geboren om zelfs een standbeeld voor de burgemeester op te richten, maakt ook duidelijk dat de populariteit van de man na de ramp eerder gegroeid dan afgenomen is.

De conclusie dat de tijd wonden heelt en dat het langdurige onderzoek in het voordeel van Mans lijkt te hebben gewerkt, die immers alle tijd heeft gekregen om zich te concentreren op de nazorg aan de nabestaanden, wordt niet gedeeld door diens collega Ouwerkerk. ,,Het is niet zo dat de tijd altijd in het voordeel werkt, laat staan dat bestuurders om die reden aansturen op een tijdrovend onderzoek. Het hangt ook af van de toonzetting van de conclusies van het onderzoek.'

Burgemeester Ouwerkerk is het ook absoluut niet eens met de kritische bejegening van burgemeester Mans door met name de media. ,,Ik vind dat journalisten zich veel te veel richten op personen. Vaak is het ook niet terecht. Burgemeester IJsselmuiden van Volendam ligt bijvoorbeeld ook zwaar onder vuur, terwijl ik vind dat hij heel ver is gegaan toen hij zei: ons lot ligt in handen van de gemeenteraad. Ik vind hem dat sieren, zeker omdat in zo'n gesloten gemeenschap zoveel andere factoren meewegen.'

Zelf stapte Ouwerkerk in 1998 uit eigen beweging op als burgemeester van Groningen, toen hij niet meer kon rekenen op de steun van de gemeenteraad wat betreft zijn optreden bij de rellen in de Oosterparkbuurt. Heel Nederland sprak schande van het lakse optreden van Ouwerkerk, die te boek stond als de burgemeester die lag te slapen, terwijl een complete woonwijk werd vernield. Toen er ook nog een rapport uitlekte over de affaire-Lancée, dat eveneens kritiek bevatte op Ouwerkerk, was zijn lot bezegeld.

Ouwerkerk: ,,Ik heb de conclusies van het onderzoek naar de Oosterparkrellen afgewacht en op grond daarvan gezegd: ik treed af als ik niet meer kan rekenen op de steun van de helft plus één van de gemeenteraad. Misschien ben ik één van de weinige burgemeesters die zo'n politieke invulling geeft aan zijn functie. Maar ik stond en sta er volledig achter. Zo hoort het volgens mij te gaan en die lijn volgen Mans en IJsselmuiden ook. Als je het zo doet kun je ook nog terugkomen.'

Zijn ervaringen in Groningen bevestigen volgens Ouwerkerk dat een onderzoek door buitenstaanders beter is voor de lokale democratie dan de zaak intern aan te pakken. ,,Voor raadsleden is het gemakkelijker om te oordelen over hun burgemeester of partijgenoot in het college op basis van de bevindingen van buitenstaanders. De drempel om je eigen wethouder weg te sturen wordt wellicht toch gemakkelijker genomen dan wanneer je zelf de affaire hebt onderzocht. Het komt de objectiviteit ten goede.'

Maar Linze Schaap denkt dat het met de objectiviteit echt wel goed zit, zolang raadsleden hun onderzoek in openbaarheid doen. ,,Ik zou dan ook tegen de minister van binnenlandse zaken willen zeggen: zet vaart achter het enqûterecht voor gemeenteraden.'

Voor A. Paanakker uit Den Bosch komt het allemaal te laat. Hij moest een maand geleden opstappen in de nasleep van de rellen in de Graafsewijk die uitbraken na de dood van een Bossche voetbalsupporter. Deze werd door door de politie neergeschoten bij een poging hem te arresteren. Hoewel de coalitiepartijen kort na de rellen met b. en w. hadden afgesproken dat ze pas inhoudelijk over de kwestie zouden debatteren, als het onderzoek van het Crisis Onderzoek Team was afgerond, kon fractievoorzitter P. van der Krabben van Bosch Belang zich toch niet inhouden. Tijdens de raadsvergadering en in de media liet hij zich kritisch uit over de daadkracht van burgemeester Rombouts, die pas na drie dagen van rellen de noodverordening afkondigde. Bosch Belang bood achteraf excuses aan, maar die werden door de coalitiegenoten niet aanvaard.

Voordat de raad hem kon wegstemmen, stapte wethouder Paanakker van Bosch Belang zelf op. Weinig kies noemt hij zichzelf het tweede 'slachtoffer' van deze affaire. ,,Eerst de dode bij de schietpartij en nu ik.' Dat er ook nog een derde slachtoffer viel te betreuren, te weten de lokale democratie, bleef onbesproken in de raadzaal van Den Bosch.

mailIcon print |