*

 
dossier

Archief

Feest van vrolijke Wennemars krijgt dramatisch einde

JOHAN WOLDENDORP − 11/02/98, 00:00

NAGANO - Een Noorse brekebeen heeft de olympische droom van een als een komeet omhoog geschoten Nederlandse sprinter bruut verstoord.

Grunde Njös maakte op de tweede 500 meter andermaal waar dat het hem slechts zelden is gegeven in de laatste binnenbocht op de been te blijven. In zijn bijna gebruikelijke val (gemiddeld één op de twee keer) nam hij Erben Wennemars mee, die met een uit de kom geschoten linkerschouder en een scheurtje in de kop van de bovenarm alle aspiraties op wonderschone Spelen kan vergeten.

De vrolijke schaatser uit Dalfsen, die zich in Nagano gesteund zou weten door vijf boezemvrienden en nog een behoorlijke supportersschare, gilde het uit van de pijn toen Njös hem ongewild tegen de krakkemikkige boarding kwakte. De met de schrik vrij komende Noor tikte met zijn schaats tegen de linkerarm van Wennemars. De Nederlander was op de hoogte van de capriolen van zijn tegenstander. “Erben zei na de loting al dat hij hoopte voor hem de bocht uit te komen. Want die man valt echt één op de twee keer”, zei een aangeslagen Jan Bos.

Het laat zich moeilijk raden of Njös, die eveneens geschokt was door het leed dat hij had aangericht, Wennemars een medaille door de neus heeft geboord. Het goud was onbereikbaar; dat ging naar de beste sprinter ter wereld, Hiroyasu Shimizu. Van de top vijf van maandag waren de Japanner en de Canadees Wotherspoon sneller dan de eerste dag. De kloeke score van 35,96 was derhalve een aardig uitgangspunt voor een wandeling naar het erepodium.

Hersman

Het mocht niet zo zijn. Wennemars had zich op de NK afstanden ook gekwalificeerd voor de 1000 en 1500 meter. Martin Hersman neemt zondag op de kilometer zijn plaats in. Bos wordt morgen toegevoegd aan het deelnemersveld van de 1500 meter. Onbedoeld krijgt de commissie kernploegen door een dramatisch toeval alsnog zijn zin. Gezien het vormverschil tussen de twee topsprinters op het WK in Berlijn, had zij graag gezien dat Wennemars zijn stek op de mijl aan de wereldkampioen zou afstaan. Of dat, gelet op beider verrichtingen in Nagano, nog terecht zou zijn geweest, is weer een andere, voor eeuwig onbeantwoorde vraag.

Nog onwetend van het scheurtje in de linker bovenarm, had KNSB-arts Valentijn Rutgers kort na de tweede 500 meter nog redelijk goede hoop dat Wennemars in staat zou zijn de dubbele afstand te rijden. Zo snel als mogelijk was, werd de schouder in het gelid geduwd. Daarbij negeerde Rutgers' collega Hans Smid, die als eerste ter plekke was, de strikte Japanse orders om de brancard waarop Wennemars lag via een omweg (een tunnel) naar het middenterrein te verplaatsen. “Hoe langer het duurt”, vertelt Rutgers, “des te moeilijker het wordt de schouder weer in de kom te krijgen. Bij jonge mensen is de spierspanning groot. Van belang is de revalidatie er na. Je moet voorkomen dat de schouder wederom uit de kom schiet. Ben je nalatig, dan ontstaat er een habituele situatie; dan kan bij het minste of geringste hetzelfde euvel weer optreden. Op de korte termijn zal Erben zijn schouder moeten ontzien. Waarbij we in een topsportsituatie wel wat meer risico durven nemen.” Later: “Maar met een botscheurtje kun je het vergeten.”

Het had zo mooi kunnen zijn. De Olympische Spelen waren voor Wennemars één groot feest, zoals hij al enkele maanden met volle teugen van het schaatsseizoen geniet. Ook hij dacht eerst dat de grensverleggende 1.49,89 van 31 juli een toevalstreffer was en dat er nog behoorlijk wat tijd overheen zou gaan voor hij tot een echte topper zou uitgroeien. Hij was immers een schaatsende kamikazepiloot, die als een raket van start ging en wel zou merken waar het schip strandt. Sprintcoach Müller sleep het ongeslepen steentje in korte tijd tot een flonkerende diamant. Een schaatsdag kon Wennemars niet lang genoeg duren. Hij raakte in vervoering bij het aanscherpen van records, hij genoot van de aandacht voor zijn persoon. Hij had plannen om bij de kapper in het olympisch dorp een oranje-kleurspoeling (waarmee Leeuwangh al dagen rondloopt) te laten aanbrengen. Thuis in Dalfsen durfde hij dat niet. Zijn vriendin zou hem het huis uitschoppen. Dezelfde kapper had trouwens al een mislukte poging gedaan de olympische ringen in het achterhoofd te scheren.

In het olympisch dorp verveelde hij zich trouwens wel. Goed, hij had vijftig cd's bij zich, maar miste aanspraak, ook al omdat zijn vriend Jan Bos neigingen tot computerverslaving vertoont. “Toen de NOS aankondigde te komen filmen, heb ik ongeveer een dag nodig gehad om de kamer om te ruimen”, vertelde hij eerder deze week. “Dat vind ik niet erg, dan had ik tenminste wat te doen.” Die 'nevenactiviteiten' baren Müller nog de meeste zorgen. “Op de donderdag voor het WK sprint heb ik ongemerkt zeven uur lang interviews gegeven. Eentje duurde drieënhalf uur. Peter Müller heeft me op de vingers getikt, maar aan de andere kant moet ik het buiten het schaatsen druk hebben met andere dingen. Van niks doen word ik helemaal gammel.”

De Spelen van Nagano zijn voorbij voor Wennemars, maar gelukkig heeft hij de leeftijd (22) om die van Salt Lake City en de nog te verkiezen lokatie in 2006 mee te maken. Hij ondervindt dan wellicht ook nog de concurrentie van de bijna 24-jarige Shimizu. De Japanner bezweek niet onder de immense druk van het favoriet zijn en vierde daarom zijn terechte overwinning uitbundig. Minutenlang cirkelde hij met de nationale vlag over de ijsbaan, zijn landgenoten bedankend voor hun steun. Na een fabelachtige opening (9,54) kwam hij uit op 35,59, twee-tiende onder zijn op conventionele schaatsen gereden wereldrecord. Maandag was hij ook al de snelste. Pal achter hem finishten vier Canadezen (Wotherspoon, Overland, Sylvain en Patrick Bouchard). De Amerikaan Fitzrandolph, die maandag van zijn landgenoot-starter Strzykalzki nog opzichtig in het schot mocht vallen, bleef nu op het nippertje een tweede valse start bespaard. Bos reed de zesde tijd van de dag, maar had het maandag al verknald.

Ballondijen

“Een terechte winnaar”, prees Bos zijn kleine collega Shimizu. Diens enorme ballondijen staan in geen verhouding tot zijn geringe lengte (1,59 meter). Hij dankt die buitenproportionele bovenbenen (waarboven een soort wespentaille zit) aan trainingsprogramma's die vooral voor sumoworstelaars worden geschreven. Zijn vader Hitosji, die zeven jaar geleden aan maagkanker overleed, dacht dat dat de beste manier was om een goede schaatser te worden. “Mijn vader in de hemel is de eerste die ik ga vertellen dat mijn mooiste droom is uitgekonmen”, aldus droeg Shimizu, afkomstig van het noordelijke eiland Hokkaido, zijn gouden medaille aan senior op.

mailIcon print |