AMSTERDAM - Ze zijn nog altijd gehuld in een waas van mysterie, maar zo nu en dan lekt er iets uit over de vele keren dat Israël heeft getracht aartsvijand Jasser Arafat om zeep te helpen. Volgens een van de verhalen zouden Israëlische geheim agenten zelfs een portie rijst bestemd voor de Palestijnse leider hebben vergiftigd. En tijdens de oorlog in Libanon in 1982 bombardeerden Israëlische vliegtuigen de verblijfplaats van Arafat. Toen al werd gezegd dat de man minstens negen levens had.
Morgen komt de Israëlische krant Ha'arets in zijn weekendbijlage met nieuwe onthullingen. Daarin wordt een plot beschreven dat zo uit een film van James Bond of een boek van John Le Carré zou kunnen komen. Bekend is dat Le Carré sommige van zijn verhalen baseerde op waar gebeurde operaties van de Mossad. Nu blijkt dat - omgekeerd - ook de Mossad zich in 1968 heeft laten inspireren door een vermaarde Koude-Oorlogfilm. In de 'Manchurian Candidate' (met Frank Sinatra) worden gevangengenomen Amerikaanse soldaten door de communisten gehersenspoeld en op pad gestuurd om een aanslag te plegen op de Amerikaanse presidentskandidaat.
De hoofdpsycholoog van het Israëlische leger, majoor Benjamin Sjaliet, zag er wel wat in. Hij stapte naar de inlichtingendienst van het leger en overtuigde ze dat hij in staat was iemand te hypnotiseren en hem Arafat te laten vermoorden.
De Sjien Beet (de binnenlandse veiligheidsdiens) kreeg opdracht een geschikte kandidaat te zoeken. Hij moest jong, niet al te snugger en gemakkelijk te beïnvloeden zijn. Ze kwamen uit bij een 28-jarige Palestijn die gevangenzat en ervan verdacht werd lid te zijn van Arafats Fatah-beweging. Hij kreeg de codenaam Fatchi en werd door de agenten onderling aangeduid als hakoesji hakatan, de kleine neger, vanwege zijn donkere huidskleur. Fatchi werd overgedragen aan de Mossad. Maandenlang trainden ze hem dat Fatah goed was, maar dat Arafat slecht was en 'geëlimineerd' diende te worden. Na verloop van tijd kreeg hij een pistool en moest hij op een schietterrein oefenen met kartonnen afbeeldingen van Arafat die vanuit allerlei hoeken ineens opdoken. Zijn opdracht was tussen de ogen te schieten, zonder nadenken.
Toen Fatchi 'klaar' was (eind september 1968) werd hij overgebracht naar het Arabische land waar Arafat zou verblijven. Ha'arets onthult niet om welk land het ging. Het eerste wat Fatchi deed was zich melden bij de plaatselijke politie. “Die idiote Israëliërs willen dat ik Arafat vermoord”, legde hij uit.
Overigens had Israëls militaire inlichtingendienst, zoals wel vaker, weinig fiducie gehad in de plannetjes van de Mossad. Zo vertelde een van de militairen die geholpen had Fatchi de grens over te brengen, dat ze daarna een dag lang hadden lopen grinniken. “We konden gewoon niet begrijpen hoe ze dat idiote idee van een gek als Sjaliet serieus hadden genomen.”
Maar kennelijk had ook de Mossad zelf er niet helemaal op vertrouwd, waardoor de missie bijna alsnog was geslaagd. De Mossad had Fatchi namelijk een radio meegegeven om de vrijdag na de aanslag om precies vijf uur contact op te nemen. Zonder dat Fatchi dat wist, hadden ze explosieven in de zender aangebracht. Het idee was dat als Fatchi het plan zou onthullen, Arafat of andere Palestijnse leiders het radiocontact zouden leggen om het verhaal van Fatchi te checken. En ja hoor, vrijdag om vijf uur zat Arafat samen met het hoofd van de veiligheidsdienst van het betreffende Arabische land naast de zender. Israël zond het 'dodelijke' signaal uit dat tot de explosie moest leiden. Alleen ging er iets mis - of juist niet wat Arafat betreft: de explosieven gingen niet af vanwege een technisch mankement.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.