'Een wesp van hout' gaat vanaond in première in de Stadsschouwburg in Haarlem en is daarna te zien in De Kleine Komedie van 25 tot en met 29 maart. Bij gelegenheid van het 25-jarig jubileum en afscheid van 'Herenleed' tegelijk verschijnt er bij de Vpro een video met hoogtepunten. De teksten zullen binnenkort onder de titel 'Herenleed. Vijfentwintig jaar weemoed en verlangen' worden uitgegeven door De Bezige Bij.
Daar zit-ie dan. Met die wat loenzende blik en die altijd zo saamgeknepen ogen. Armando. Man 1 uit 'Herenleed', het televisieprogramma van de Vpro dat 25 jaar geleden begon in het Veluwse zand en later naar het theater verhuisde. Naar het theater zonder decor en zonder luchten, en na 1991 ook zonder schrijver en 'buitenfiguur' Johnny van Doorn die voordat hij stierf als majesteit of hofnar de twee mannen altijd onderbrak met zijn heerlijke kreten.
Zonder Johnny werd alles nog simpeler en met hem ging er veel verloren, maar niet de taal op de rand van de waanzin. Die bleef. Net als het (nu met een wit jasje en witte strik) jacquet en de weemoed.
Armando wacht op Duyns, de grote bazige en bozige gestalte met bolhoed waarvan je dacht dat hij alleen maar Man 1 kon wezen, maar nee, dat was Man 2. Terwijl Duyns zich opmaakt voor de foto (kinnebak met opgestoken snor naar boven: 'Zo?' 'Zo ja') gaan de gedachten terug naar een boek dat Armando schreef op het moment dat Man 1 nog maar net geboren was: 'Dagboek van een dader' (1973).
Die naïeve, wat wereldvreemde Man 1 met die huppeltjes van 'em, met die voorzichtige vraagjes altijd en die stralende streepoogjes van onbeschroomd plezier (nu ja, totdat hij terechtgewezen wordt); die man lijkt ook, zij het in sombere vorm, aanwezig in dat vreemde dagboek van een ongrijpbare 'oorlogsdader' ('Ben weer weg en verder'), die maar zwerft door de bossen zonder doel en medemens:
31 december: Moet ik onthullen dat hier de zwarte gordijnen alsmaar wapperen? Zodoende.
Of: 29 maart. Zeer, zeer onbaatzuchtig.
En: 27 juni. Het is buiten ernstige zon.
Tenslotte komt er zelfs een dialoog op gang, waarin ook Man 2 heel goed lijkt te passen:
'Heeft de Tijd nog kwaad gewild?'
'Ja, het slagveld is begroeid.'
'Geen spoor van oorlog meer?'
'Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.'
'Nadert de Dood, o heer?'
'Neen. Hij was er al.'
Armando ziet het boekje, mompelt iets bij wijze van teken van herkenning, maar spreekt zich niet uit over de analogie met 'Herenleed': “Daar mag ik niks op zeggen. Als jij dat vindt, dan is dat voor jouw rekening.”
U was er toch mee bezig ten tijde van 'Herenleed'...
Armando: “Ja. Ik kan het niet geheel ontkennen. Maar het is toch anders. Minder komisch.”
Bloedserieus zelfs...
Armando: “Ja. De naïviteit... Maar dit heb ik alleen geschreven, dat andere niet. 'Herenleed' hebben we samen geschreven”
We lopen van de kleedkamer naar het podium waar de foto gemaakt wordt. Cherry Duyns voorop. Op het toneel pakt hij een levensgroot rubberen hoofd en klemt dat stevig onder zijn linkerarm. Gedurende de hele sessie zwijgt hij en gooit zijn kop in de wind. Maar er is geen wind; alleen maar zwarte gordijnen.
Vraag aan Duyns. Speelt dat hoofd een grote rol? Duyns zwijgt. Zou hij het niet horen?
Er valt een reusachtige stilte. De heren gaan door met poseren, waarna Armando even later het antwoord overneemt: “'t Is helemaal nieuw... een heel nieuw stuk. Het heet 'De reusachtige wesp van hout.' Korte-inhoud-als-volgt: In begin van het stuk zeg ik tegen hem (en terwijl hij het zegt wijst hij naar Duyns) dat ik een reusachtige wesp van hout heb gebouwd en het gehele stuk door probeert hij achter dat geheim te komen. Maar dat lukt hem niet. Het blijft in het midden of die ooit gebouwd is en of die ooit gebouwd zal worden, misschien weet ik het ook zelf niet eens.”
“De man probeert mij het hele stuk door te paaien om alles te weten te komen over die wesp en het enige wat hij daar tegenover kan stellen is dat hij een vriendje heeft... en dat is het rubberen hoofd.”
Maar daar wilt u natuurlijk niets van weten, van dat rare hoofd...
Armando als Man 1: “Nee, weinig. Ik vraag er wel een paar dingen over, maar ja, het gaat allemaal uiteindelijk steeds maar over die reusachtige wesp van hout.”
Terwijl Armando vertelt heeft Man 2 ondertussen het hoofd op het podium achtergelaten en loopt hij onverstoorbaar richting kleedkamer. Pas onder het afschminken ontdooit hij. Zij het voorzichtig natuurlijk.
Was er een groot verschil tussen het spel voor de camera op de Veluwe aan het begin van de jaren zeventig en dat op het toneel bij 'Groot Herenleed' later? Armando: “Allicht. Elke discipline heeft zijn eigen wetten. Wij vatten het altijd zo samen: Op de tv werd het tragische veel meer benadrukt. In het theater het komische...”
Hoe kwam dat?
“Dat hebben we gemerkt.”
In de praktijk...
“Ja, in tien seconden... Bij de eerste zin op het toneel werd er meteen gelachen en bij de tweede zin kwam er nog een lach.”
Op televisie vond ik dat lichtvoetige maar ook tragische van Meneer 1 zo mooi...
Armando: “Ja maar alles wat mooi is, kan ook weer lelijk zijn...”
Het mooie zat hem in het hulpeloze...
Armando: “Dat is er afgegaan in het theater... Vanzelf. Dat zijn dingen die we niet met opzet hebben gedaan, maar zo ging dat. De hulpeloze is trouwens nooit zo onmachtig geweest hoor. In wezen heeft hij een veel grotere machtsrol gehad dan die ander. De ander schreeuwde wel en probeerde hem te vernederen, maar dat is hem eigenijk nooit gelukt. Hij was sterk omdat-ie kinderlijk en naïef was. Was ook niet kapot te krijgen. De meest tragische figuur was eigenlijk de man met de grote bek. Want die was niks zonder die ander. Hij stuurde hem weg en wist niet hoe snel die hem weer terug moest halen om zich weer te kunnen...”
Dan kijkt Duyns om, weg van de spiegel en maakt de zin af alsof hij als geroepen komt: “Maar Man 1 was ook niks zonder man 2. Die kunnen niet buiten elkaar.”
Duyns: “Ze komen samen en treden eigenlijk allebei altijd aan het eind gewoonlijk weg. Zomaar. In het niets.”
Armando: “Het gordijn gaat open. Er speelt zich een heel klein ... geconcentreerd leventje af. En dat verdwijnt weer in het niets.”
Duyns: “Het kwijnt weer weg.”
Armando: “En 't haalt niets uit.”
Duyns: “Het gloeit even op en verdwijnt weer. Zoals het leven is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.