*

 
dossier

Archief

Ontwikkelingsbank Azië loost 'vermoeide' topman

Door: redactie − 29/07/98, 00:00

MANILA (AFP, Bloomberg) - President Mitsuo Sato van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) stapt op. Hij verlaat zijn post halverwege januari volgend jaar om 'persoonlijke redenen'. De Japanner, die de topfunctie sinds vier jaar bekleedt, is bezig met zijn tweede ambtsperiode.

De president ontkende gisteren expliciet dat hij onder druk is gezet om de wijk te nemen. Daarmee reageerde hij op geruchten dat hij door de Verenigde Staten is gedwongen om zijn post te verlaten. Vermoeidheid speelt hem parten, verklaarde Sato (65) gisteren op het pompeuze hoofdkantoor van de bank in het Filippijnse Manila.

De ADB heeft een zwaar jaar achter de rug vanwege de Aziatische crisis. De bank verstrekte voor miljarden guldens leningen aan Zuid-Korea, Thailand en Indonesië. Naar Pakistan vertrekt binnenkort een delegatie om te beoordelen of dat land ook een financiële steun nodig heeft.

Ondanks alle leningen is Azië nog lang niet uit de problemen. “Het is zeer belangrijk dat de yen stabiel blijft”, zei Sato gisteren. “Anders kunnen we in een tweede valutacrisis terechtkomen.”

Eerherstel

Dankzij de Azië-crisis kreeg de 31 jaar oude ADB, een soort Wereldbank voor Azië, weer een rol van betekenis in de regio. De ADB heeft 56 leden, veertig daarvan zijn Aziatische landen. Vlak voordat de valutakoersen vorig jaar zomer instortten, grapten de medewerkers van de bank nog dat ze binnen afzienbare tijd hun baan zouden verliezen omdat de Aziatische economieën groeiden als kool. Ze voorspelden toen dat de bank langzaam zou veranderen van een geldverstrekker in een 'denktank' voor de regio. Die verwachting is nog niet uitgekomen. Zelfs Zuid-Korea, de elfde economie van de wereld, bleek enorme leningen nodig te hebben om op de been te blijven.

Voor de crisis was er geregeld kritiek op de bank van onder meer de Verenigde Staten, samen met Japan de grootste aandeelhouder van de ADB. Geld uitdelen zou het enige zijn waar de bank goed in was, luidde de kritiek. De bank zou te weinig doen om het lot van de armen in de regio te verbeteren. Het veelvuldig gebruik van marmer in het hoofdkantoor in Manila en de aanwezigheid van een fitnesscentrum, een basketballveld, een bibliotheek en een belastingvrije benzinepomp voor de medewerkers deden het imago geen goed.

Na het uitbreken van de Azië-crisis bleek dat de bank weinig had kunnen uitrichten om de malaise te voorkomen. Daarom pleitte president Sato dit voorjaar voor een meer agressieve rol van de bank. De ADB zou eerder moeten opmerken als landen beleid voeren dat hun financiële stabiliteit in gevaar brengt. Dan kunnen andere landen eerder gewaarschuwd worden.

De opvolger van Sato zal waarschijnlijk weer uit Japan komen, dat traditioneel de topman voor de bank levert. Japan heeft al een kandidaat naar voren geschoven: Tadao Chino, voormalig vice-minister van financiën. Ook Sato werkte voordat hij bij de ADB kwam op dat ministerie. Andere kandidaten kunnen zich nog opwerpen, in het najaar beslist het bestuur van de bank over de opvolging.

mailIcon print |