*

 
dossier

Archief

COLUMN

KEMPER − 21/01/97, 00:00

De advocaat van Peter Graf zal zich nog verbijten. Net het pleidooi achter de rug, ik vat de argumenten even samen. “Hij deed het voor zijn dochter, niet voor zichzelf”, “hij had een alcoholprobleem”, “hij had verkeerde adviseurs”, “hij had een ongelukkige jeugd.” Wat gebeurt? Steffi verliest zomaar in een van de eerste ronden van het Australische Open, van een relatief onbekende, zonder arm- of beenbreuken of vergelijkbare excuses.

Pardoes het toernooi uit, edelachtbare! U zult begrijpen dat er een onduldbare druk ligt op een familie die, dat spreekt vanzelf, door alle publiciteit toch al zwaar genoeg is gestraft, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. . . Wat treurig voor de verdediging dat Steffi haar verlies niet een dagje eerder nam. Het valt te hopen dat Duitse rechters in ieder geval nog kranten lezen voor zij tot een uitspraak komen.

Het Nederlandse Hakkelaar-proces heeft weliswaar geen betrekking op sportlieden, als daar zijn kickboksers of autocoureurs, of hun aanverwanten, maar de dwarsverbanden zijn voor het opscheppen. De advocaten roepen luid dat hun cliënten naar huis moeten, niet omdat hun cliënten brandschoon zijn maar omdat de echte boeven bij het openbaar ministerie zitten. Die boude stelling wordt opgesierd met veel verbaal geweld. “Het OM belazert ons”, kon worden genoteerd, er werd gerept van “vals spel”, en de mildste kwalificatie was 'cowboys'. De vergelijking met een bokswedstrijd dringt zich op, althans met de voorafgaande persconferentie. Twee kleerkasten kijken elkaar hatend aan, ze beginnen ongevraagd te schelden, en de een legt uit dat hij de ander wel even tot moes zal slaan. “I'm the greatest!” van Muhammed Ali was een spiritueel hoogtepunt, achteraf bezien. De advocaten rond De Hakkelaar zijn prijsboksers, met dat verschil dat niet van te voren al vaststaat dat de helft in een ziekenhuis eindigt.

Eigenlijk is het dan ook niet verbazingwekkend, in dat klimaat, dat ook officieren van justitie raar gaan doen. Die Teeven deed mij voortdurend aan iemand denken, maar ik wist niet wie. Gelukkig kwam daar persofficier Schaar, die de rechtbank de mantel uitveegde. “Hadden ze hun huiswerk maar beter moeten doen”, zei hij vol ergernis. Het was de 'hondenlul' van de voetballer tegen de scheidsrechter. Toen wist ik opeens wie Teeven was: een neefje van Rinus Israel.

mailIcon print |