Op 13 februari om 20.00 uur is in gebouw Thuiszorg Drenthe, Lauwers 9 te Assen, een voorlichtingsbijeenkomst over de cursus 'Omgaan met ziektevrees.' Voor inlichtingen en opgave kan men ook bellen met de sectie klinische psychologie, Rijksuniversiteit Groningen: (050) 363 76 03 of 363 76 01.
“Als de sproetenbus is geweest, heb ik er de volgende dag geheid minstens twee op het spreekuur die vrezen voor huidkanker. En laatst met dat ijs . . . allemaal patiënten die waren gevallen met schaatsen en bang waren voor een hersenschudding.”
Jan Schipper, huisarts in het Groningse Leek is er in de 17 jaar dat hij arts is inmiddels achter dat het spreekwoord 'De mens lijdt meestal nog het meest door al het lijden dat hij vreest' klopt. En wie herkent het ook niet: bedenken dat die rare moedervlek best kwaadaardig zou kunnen zijn. Of er van overtuigd zijn dat dat steekje in de borst de voorbode is van een hartkwaal. Is er niets aan de hand, dan verdwijnt de angst meestal wel na een bezoekje aan de huisarts. Zo niet bij mensen met ziektevrees, hypochonders. Hypochonders blijven maar komen op het spreekuur. Jan Schippers praktijk van 2700 patiënten telt er naar schatting 50.
Dr. Theo Bouman, klinisch psycholoog aan de Groningse universiteit en hypochonder-specialist noemt hypochonders 'een terreur' voor hun omgeving, voor de arts, maar eveneens voor zichzelf. Dat ziektevrezers zich aanstellen, hoor je hem dan ook niet beweren: “Een echte hypochonder heeft absoluut geen fijn bestaan. Hij is immers bang voor dingen die ècht kunnen gebeuren.”
Goede behandelingen om hypochondrie eronder te krijgen zijn er nog maar sinds kort, stelt Bouman. “Het is lang pappen en nathouden geweest. Vaak werd de omgeving aangepakt. Gezinsfactoren zouden er bijvoorbeeld voor zorgen dat vader de hele dag in bed lag. Dan moest je weer met het hele gezin op pad.”
Inmiddels begint er inzicht te ontstaan in wat een hypochonder werkelijk tot hypochonder maakt. Obsessieve en dwangneurotische trekken, een 'noise body', en een extreme opvoeding zijn belangrijke risicofactoren. Net als leeftijd. Bouman: “Ik zie het meest ouderen en mannen en vrouwen van rond de 30, die zich opeens realiseren dat ze verantwoordelijk zijn voor een partner, twee kinderen, een Opel Corsa en een hond.”
Momenteel leidt de Groningse psycholoog een onderzoek naar een nieuwe behandelingsmethode voor hypochondrie. Dit jaar begint bij twaalf riagg's en psychiatrische ziekenhuizen in het hele land een experiment onder een kleine 100 ernstige ziektevrezers, die wordt geleerd hun aandacht niet voortdurend op hun eigen lichaam te fixeren. Daarnaast begint op 5 februari in Leek een onder supervisie van Bouman ontworpen cursus 'Omgaan met ziektevrees.'
De eerste in een serie van drie, want in de eerste week van maart begint ook in Groningen en Assen zo'n cursus, een coproduktie van de Groningse universiteit, Thuiszorg Drenthe en Thuiszorg Ommelanden. Deelnemers proberen in zes wekelijkse avondbijeenkomsten greep te krijgen op hun ziektevrees. “In het hier en nu, dus geen gedoe over hoe het vroeger thuis was”, benadrukt Bouman. In de groepsbijeenkomsten zal onder meer worden ingegaan op de fatale effecten van overmatige aandacht voor het lichaam. Bouman: “Gegarandeerd dat je meer gaat slikken als de trainer zegt: let eens op je keel. De ziektevrezers krijgen ook huiswerk mee. Dat kan variëren van het wèl spelen van een partijtje voetbal door een 'hartkwaal-hypochonder' tot het afzien van doktersbezoek.
Bouman benadrukt dat omgaan met ziektevrees, dat is gebaseerd op het praktische boekje 'Dokter, het is toch niets ernstigs?' dat hij twee jaar geleden met collega Sako Visser schreef, geen therapie is. De cursus is dan ook niet bedoeld voor zwaar therapiebehoeftigen, zoals de man in driedelig grijs die de psycholoog ooit tegenover zich kreeg: “Die was zo bang voor maag- of darmkanker dat hij iedere reutel, piep, knars en knor in dat gebied kende en zijn stoelgang voortdurend in de gaten hield. Dan zat hij op zijn knieën met een balpen in de pot te roeren.”
Per cursus is plaats voor acht personen. Bouman is benieuwd of dat aantal wordt gehaald. Huisartsen in Groningen en Drenthe hebben foldermateriaal ontvangen, maar medici werken volgens de psycholoog onbewust mee aan het in stand houden van hypochondrie: “De tendens is: je kunt beter één iemand teveel onderzoeken dan één te weinig. Want stel je voor dat de mevrouw die al 42 keer is geweest, de 43e keer wèl wat mankeert.” Ook al, weet Bouman, omdat hypochonders wel degelijk lichamelijke symptomen, zoals duizelingen of hartkloppingen, kunnen hebben.
De Leekster huisarts Schipper beaamt dat hij telkens weer onderzoekt. Maar hij zegt het wel degelijk te vertellen als hij bij een van zijn 2700 patiënten vermoedt dat het 'tussen de oren' zit: Dan zeg ik: u maakt zich overbezorgd, houdt zich teveel met uzelf bezig. U legt zichzelf beperkingen op die u niet hebt.” Van Schipper mogen hypochonders één keer naar de specialist: “Wij moeten als huisarts proberen ze uit de tweede lijn te houden. Want als de internist niks kan vinden, zit naast hem op de gang de uroloog die weer doorverwijst naast de cardioloog. Gevolg is nog grotere fixatie op de klacht. En als de specialist uiteindelijk besluit dan maar eens te snijden, wordt men uiteindelijk patiënt.”
Ook Schippers collega Pier Boorsma, huisarts in het Groningse Haren, zegt het hardop als hij denkt dat de klachten psychisch zijn. “Bij een niet-pluis-gevoel houd ik vanaf het begin de mogelijkheid van een psycholoog open.” Jaarlijks stuurt hij vijf tot tien van zijn 2800 patiënten door naar psycholoog of psychiater, schat hij. Maar zowel Boorsma als Schipper zijn terughoudend in doorsturen. De geestelijke gezondheidszorg is duur en hoogdrempelig, menen zij. Schipper: “Dan moeten ze helemaal met de bus naar de stad om hun ziel en zaligheid op tafel te leggen.”
De cursus van de Groningse klinisch psychologen lijkt een welkome aanvulling. Schipper: “Deze week heb ik al wel tien mensen gehad die ik zo zou willen verwijzen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.