*

 
dossier

Archief

Benazir Bhutto draait zich vast in tegenstrijdige belangen

KEES BROERE − 21/02/95, 00:00

NEW DELHI - Mevrouw Lodhi heeft een volle agenda. De Pakistaanse ambassadrice in de Verenigde Staten, vriendin en vertrouwelinge van premier Benazir Bhutto, is razend druk met de voorbereiding van Bhutto's reis naar de VS, die voor begin april gepland staat. Dezer dagen heeft Maleeha Lodhi behalve veel voor te bereiden ook veel uit te leggen.

Pakistan, het islamitische land in Zuid-Azië, is een voorbeeld van een moderne democratie, die zich in snel tempo opwerkt naar een vrije-markteconomie. Zo althans stond het in de toespraak die Lodhi het afgelopen weekeinde hield voor de Harvard Law School. De ambassadrice noemde haar land een 'brug' tussen het Westen en de islamitische wereld.

Maar de pijlers onder die brug lijken minder stevig dan gewenst. Maleeha Lodhi meldde haar gehoor hoe Pakistan onder mevrouw Bhutto erin is geslaagd zaken als 'democratie, mensenrechten, duurzame ontwikkeling en de vreedzame oplossing van regionale conflicten' te bevorderen. De bittere ironie van Lodhi's opmerkingen kan de toehoorders moeilijk zijn ontgaan.

Terwijl zij sprak over democratie en mensenrechten diende immers in de Pakistaanse plaats Lahore het hoger beroep in de zaak tegen twee christenen, die ter dood zijn veroordeeld wegens godslastering. De affaire, die ook buiten Pakistan veel aandacht trekt, heeft Bhutto in een lastig parket gebracht.

De 14-jarige Salamat Masih en zijn 40-jarige oom Rehmat zouden in 1993 leuzen tegen Mohammed, de profeet van de islam, op de muur van een moskee hebben geschilderd. Op godslastering staat in Pakistan de doodstraf. Ook voor mensen zoals Salamat, die volgens zijn advocate op het moment van de misdaad niet eens kon lezen of schrijven.

Premier Bhutto liet weten door de uitspraak 'verrast, bedroefd en geschokt' te zijn. Maar in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wenste zij niet te treden, zo voegde zij daaraan toe. Om vervolgens het Hooggerechtshof te vragen het hoger beroep snel in behandeling te nemen, zodat de zaak voor haar bezoek aan de Verenigde Staten kan zijn afgehandeld.

Deze manoeuvres maken duidelijk hoezeer mevrouw Bhutto zich dreigt vast te draaien in tegenstrijdige belangen. De kritiek op het doodvonnis tegen de twee christenen brengt haar in eigen land in de problemen. Nu reeds hebben orthodoxe moslims een aanklacht tegen haar ingediend wegens 'minachting van het hof'. Zij zou zich niet over het vonnis hebben mogen uitlaten.

Radicale islamitische geestelijken hebben Bhutto in het verleden al vaker in problemen gebracht. Zo stemde de Pakistaanse premier enkele maanden geleden in met de invoering van de sharia - de islamitische wetgeving - in een regio in het noordwesten van het land. Dergelijke concessies zijn opvallend, zeker gezien de relatief geringe politieke steun die radicale islamieten momenteel in Pakistan genieten.

Maar ook direct politieke tegenstanders van Bhutto die hun inspiratie niet aan religie ontlenen, dwingen haar te koorddansen. Oppositieleider Nawaz Sharif weet elke knieval voor orthodoxe islamieten uit te leggen als een bedreiging van een seculiere democratie. Maar elke confrontatie van de premier met Pakistans geestelijke leiders buit Sharif uit als een belediging van de religieuze gevoelens.

Als zij de confrontatie uit de weg gaat, ondermijnt Bhutto haar buitenlands beleid, dat erop gericht is Pakistan te presenteren als de moderne democratie waarover ambassadrice Lodhi in Harvard sprak. De premier heeft via de diplomatieke post uit Washington ongetwijfeld het artikel ontvangen uit de New York Times, waarin wordt gesproken over de 'twee gezichten' van Bhutto.

Dit weekeinde koos de Pakistaanse premier de aanval als verdediging. Tijdens een bezoek aan de Filippijnse hoofdstad Manila, waar zij een milieuconferentie bijwoonde, sprak Bhutto over de steun die landen als de VS in het verleden zouden hebben gegeven aan dictatoriale regimes, zoals dat van haar voorganger, generaal Zia ul-Haq.

Daarbij zouden 'schendingen van mensenrechten en corruptie' uit eigenbelang over het hoofd zijn gezien. “De belangstelling van het Westen voor onze twee landen (Pakistan en de Filippijnen -red.) was niet steeds gericht op ontwikkeling en democratie”, aldus Bhutto. “De belangstelling was daar feitelijk nooit op gericht.”

De geschiedenis geeft haar daarin niet helemaal ongelijk. Maar dat betekent niet dat Bhutto zelf er nu in is geslaagd van haar land een voorbeeldige democratie te maken. Het jongste rapport van Amnesty International laat daarover geen twijfel bestaan. Volgens de organisatie heeft Bhutto geen einde gemaakt aan 'systematische' schendingen van mensenrechten.

Als eerste vrouwelijke premier van een islamitisch land heeft Benazir Bhutto, die voor de tweede maal aan de macht is, haar politieke beleid afgestemd op economische hervormingen. De vrije markt moet via een omweg ook maatschappelijke liberalisatie met zich meebrengen. Daarbij is de hulp van westerse investeerders, de VS voorop, in beide opzichten onmisbaar.

Vandaar ook het grote belang dat zij hecht aan de geplande reis naar Washington. De relatie tussen Pakistan en de VS, aanmerkelijk bekoeld nadat de communistische dreiging in Pakistans buurland Afghanistan was opgehouden te bestaan, is langzaam aan het verbeteren. De komende reis staat als een politieke en economische zegetocht gepland.

Toekomst

Het beeld van twee ter dood veroordeelde christenen past daarin niet. Bhutto hoopt dat de doodstraf tegen de minderjarige Salamat Masih zal worden omgezet in vrijspraak, zeker nu de belangrijkste getuige tegen de jongeman zich maandag uit het proces heeft teruggetrokken. In het buitenland kan zij dan het hoofd ophouden. Maar in eigen land is de westers geschoolde Bhutto haar politieke toekomst veel minder zeker.

mailIcon print |