Het ging juist zo aardig met de kerken. Na jaren klagen over leegloop had men 't afgelopen jaar het hoofd juist weer een beetje opgericht. Niet dat de stromen de kerk uit opeens werden omgebogen, maar je kreeg een gevoel als van eb na een storm. Dood tij, met de belofte van vloed. De samenleving zag de kerken weer staan. De mediagenieke Muskens en zijn bisschoppelijke collega's gingen weliswaar voorop, maar je hoefde niet per se paars te dragen om je door radio en televisie te laten vinden.
En hoe desastreus de cijfers van het onderzoek 'God-in-Nederland' ook waren, de opbeurende boodschap ervan was dat de kerken er redelijk op staan in de samenleving. Ze zijn betrouwbaar, het is goed dat ze er zijn, vindt iedereen. Je zag de kerkleiders en hun kuddes opgelucht ademhalen.
Die bereidheid zich door de media te laten vinden is de (gereformeerde) kerken nu noodlottig geworden. Het pleidooi van een pedofiele dominee voor pedofilie had de onweerstaanbare aantrekkingskracht die de combinatie seks en geloof altijd heeft. Kranten, radio en televisie doken erop als vliegen op de stroop. En dominee Vissinga liet zich meeslepen. Ook toen bleek dat het allemaal doorgestoken kaart was, ging hij door met het afgeven van verklaringen. Hoe konden de ontwikkelingen zo met hem op de loop gaan?
En dan Van Drimmelen en Huttenga, om ze voor het gemak maar even over één kam te scheren: Hoe hebben ze het effect van hun actie zo kunnen onderschatten?
Van tijd tot tijd duiken er verhalen op over uitgeslapen zielepieten, die van de ene pastorie naar de andere trekken om zich daar met koffie en een stichtelijk woord te laten troosten. Ook weten ze in die gastvrije huiskamers wel eens een geeltje te scoren of zelfs honderden guldens. Daarbij worden kloosterlingen en dominees af en toe flink opgelicht. Het verlangen om net als Jezus te verkeren met het uitschot, zijn aanbeveling op te volgen de herbergzaamheid lief te hebben gaat nogal eens gepaard met een zekere naïviteit, die ook de hoofdrolspelers in het drama dat zich de afgelopen week voltrok parten heeft gespeeld.
Dominees en anderen die hun hoofdactiviteit in de kerk hebben, zijn op een speciale manier naar binnen gericht. Ze zijn er wel scherp van doordrongen dat ze een boodschap aan de wereld hebben, maar kennen de echte wereld vaak onvoldoende. Die verwijten klonken bijvoorbeeld door in de tirades van de politici Kalsbeek en Kosto en van Randstad-directeur Goldschmeding, onlangs op deze pagina.
Zolang pastores zich van hun beperkingen bewust zijn, gaat het wel goed. Maar anders, als zij menen dat juist zíí weten wat er in de wereld de echte problemen zijn, loopt het verkeerd af.
Een wijdverbreid vooroordeel over dominees is, dat ze altijd wel een woordje bij de hand hebben. Of dat woord nu gaat over Gods oordeel of over zijn liefdevolle onmacht waarin hij ons nabij is. Maar iedereen weet dat in het pastoraat zwijgen dikwijls eerder geboden is dan spreken. Had Vissinga daar even bij stilgestaan, dan zou hij deze week mogelijk een paar zinnen minder gezegd hebben - met de gedachte aan Elifaz, Bildad en Sofar, de vrienden van Job. “Toen zij hoorden van al de rampen die hem getroffen hadden, gingen ze naar Job om hun medeleven te tonen. Zeven dagen en zeven nachten zaten ze bij hem op de grond zonder een woord te zeggen; want ze zagen hoe groot zijn lijden was.”
De gereformeerde kerken zijn gedwongen tot enige zelfbezinning; maar ook degenen die om kerkpolitieke redenen de laatste dagen uit waren op de val van Vissinga mogen zich nog wel eens achter de oren krabben of ze echt voldaan moeten zijn.
De ramp is nu de gereformeerde synode overkomen, maar had de kerk in een andere vleugel evengoed kunnen treffen. En de hele kerk ís natuurlijk getroffen. Ook in de portemonnaie. Want de vraag komt op wat het nog kan kosten aan 'Kerkbalans', de jaarlijkse inzamelingsactie van de kerken, juist in deze twee weken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.