*

 
dossier

Archief

Vrije tijd, dat is aan boord toch vooral slapen

MAAIKE VAN HOUTEN − 22/01/97, 00:00

Als Michiel Versteeg (22) door een gletsjer in Alaska vaart, en als de zon toevallig ook nog net opkomt, dan denkt hij weleens tevreden: dit maakt een normale burger niet mee. “Maar dat zijn momentopnamen”, relativeert hij zijn eigen baan. Want zijn werk als vierde stuurman op een cruiseschip komt toch vooral neer op heel hard werken. Toen hij nog student was, wilde hij kapitein worden. Nu is hij daar niet meer zo zeker van.

De oud-student van het Maritiem Instituut De Ruyter in Vlissingen werkt tien uur per dag, zeven dagen in de week, vier maanden aan een stuk. Dat gaat net: “Als het nog langer zou zijn, zou het vrij zwaar worden”, veronderstelt hij. “Dat komt ook doordat we op de brug en in de machinekamer zeker niet overbemand zijn. Er is altijd wat te doen.”

Dat zijn collega's en hij het zo druk hebben, heeft volgens Michiel alles te maken met de keiharde concurrentie in de hele scheepvaartwereld, maar zeker ook in de cruise-sector. Personeel is duur, dus daar moet een reder niet teveel van hebben rondlopen.

Veel werkgevers hebben de werknemers ook liever niet vast in dienst. Michiel heeft bij de Holland-Amerikalijn, in handen van een Amerikaans bedrijf, een vast contract. Daarmee is hij in zijn vriendenkring van oud-studenten een uitzondering: “Veel jongens werken via een uitzendbureau. Ze hebben een baantje hier, een baantje daar. Daar ben ik niet jaloers op. Zij wel op mij, dat hoor ik weleens van ze.”

Michiel is al jaren lid van een vakbond, ook dat is in zijn wereld bijzonder. Zelf vindt hij dat niet meer dan normaal. Hij ziet de bond als 'een steun in de rug', en als beschermer van zijn rechten en plichten. “Ik ken ook jongens die net zo goed als ik een CAO-loon hebben, maar geen lid zijn. Dat zijn in principe profiteurs. Nou ja, tussen aanhalingstekens dan hè.”

Michiel heeft niet alleen een vaste baan, hij heeft ook een mooie baan. Vier maanden lang maakt hij cruises op de Rijndam - 1200 passagiers, 600 bemanningsleden -, ' s winters steeds tien dagen door het Caraïbisch gebied, in de zomer bootreizen van zeven dagen door Alaska. “Ja, dat vinden mensen ook heel leuk”, beveelt hij het laatste aan. “Het klinkt koud, Alaska, maar de passagiers waarderen de natuurlijke omgeving. Er komt ook een naturalist aan boord, die dingen vertelt en uitlegt. En ach, het is zo'n graadje of vijftien, zestien, in de zomer. Dus dat gaat ook nog best.”

Ook al maakt hij steeds ongeveer dezelfde rondjes, Michiel is er nog lang niet op uitgekeken. Dat komt doordat hij niet veel tijd heeft om aan wal te gaan. Af en toe een paar uurtjes, dan neemt hij de taxi naar het strand, maar dat kan lang niet in elke haven. “Vrije tijd, dat is aan boord toch vooral slapen.”

In werktijd staat hij op de brug, tien uur per dag. Van half vijf tot half negen 's ochtends regelt hij met de tweede stuurman veelal de aankomst in een haven. Ze bereiden de aanloop voor, ze kijken of er een loods beschikbaar is, ze regelen de snelheid, ze maken de brug in orde, ze wekken de collega's, ze navigeren. Daarna is hij vooral druk met het brandpreventiesysteem. Dat heeft tot nu toe vrij veel resultaat gehad: “Ik heb weleens een brandje meegemaakt, maar alleen kleine. Een keukenbrandje, of een fikkie in de wasserij. Maar dat gebeurt met een hele lage frequentie.”

De hogeschool in Vlissingen heeft hem goed voorbereid op zijn vak, vindt hij. “Ik heb voldoende materie gehad om een goede basis te leggen voor wat ik nu moet doen. Misschien iets te veel automatisering en wiskunde. Maar dat kan ook aan de richting liggen. Ik heb navigatie gekozen en dan gebruik je die kennis minder.”

In zekere zin heeft hij ook zijn baan aan de school te danken. Jaarlijks nodigt het Maritiem Instituut rederijen uit. De studenten kunnen dan een stage kiezen. Zo kwam Michiel als stagiair op de Holland-Amerikalijn terecht. Zo is hij ook aan zijn baan gekomen. Meteen na zijn examens, die overigens wel 'een brok energie' vergden, belde hij of hij op een van de acht cruiseschepen zou kunnen komen werken. Hij werd medisch gekeurd, hij maakte 'een babbeltje' en hij tekende het contract - dat was het. “Als je er stage hebt gelopen en je staat van verdiensten is goed, dan gaat dat eigenlijk automatisch”, vat hij de procedure samen.

Michiel wil de tijd aan boord gebruiken om 'veel ervaring' op te doen. Die heeft hij nodig voor de toekomst. Over een jaartje of wat zal hij moeten kiezen: of verder aan boord, of werk aan de vaste wal. Toen hij nog student was, wilde hij kapitein worden. Nu is hij daar niet meer zo zeker van: “Ik weet niet of die uitdaging er nog ligt. Dat hangt heel erg af van de toekomst.”

Met die toekomst doelt hij dan ook op het feit dat hij op de Rijndam zijn vriendin heeft leren kennen, een Amerikaanse die de klachten behandelt. “De meeste passagiers hebben het goed naar hun zin”, meldt Michiel. “Maar zo'n vijf procent komt met iets wat hen niet zint. Mijn vriendin zit altijd tusen de klagers, en ze wil daarom niet al te lang meer blijven varen. Daar moeten we nog een oplossing voor zoeken. Die is niet zomaar te vinden.”

Michiel is blij dat hij en zijn vriendin dit keer gelijktijdig vakantie hebben, van half december tot begin februari. Dat kon gelukkig zo geregeld worden - en dat kunnen niet al hun collega-stellen hen nazeggen.

Niet alleen door zijn relatie, maar ook in het werk leert Michiel, vindt hij zelf, een hoop over andere culturen. “Je praat met de havenauthoriteiten, je komt aan wal en je weet hoe de mensen daar zijn.”

Dat vindt ie leuk. Maar dat maakt hem ook weleens een tikje ontevreden over zijn vaderland: “Het grootste probleem hier vind ik toch dat je veel rechten en plichten hebt, maar dat je ook veel belasting moet betalen. Er zijn jongens die zich daarom laten overschrijven naar een Amerikaans bedrijf. Dan heb je geen recht op WW enzo, maar daar staat tegenover dat je ook geen dertig procent van je salaris hoeft in te leveren.”

Hij heeft begrepen van Engelse zeevarenden dat zij in Engeland alleen belasting hoeven te betalen voor de tijd dat ze er daadwerkelijk zijn. Dat moest Nederland ook maar doen: “Ik betaal hier nu voor alle mensen die van alle voorzieningen kunnen genieten, en ik niet. Ik snap wel dat dit een verzorgingsstaat is, maar omdat je met Amerikanen aan boord zit, ga je tòch een beetje vergelijken.”

mailIcon print |