*

 
dossier

Archief

De beste weg is de weg terug

Wim Boevink − 20/03/99, 00:00

Een slepend proces tegen Jehova's getuigen, een brute ontruiming van een christelijke school, een omstreden wet die buitenlandse religieuze invloeden moet indammen: het nieuwe Rusland tracht het oude te behouden.

Halverwege de vragen zit hij al driftig met zijn hoofd te knikken om aan te geven dat hij weet waar de vraagsteller heen wil. De antwoorden komen snel en verraden geen twijfel, de onzekere situatie in eigen land ten spijt. Hier zit een gelovige.

Maksim Kozlov, getrouwd, vier kinderen, is 35. Zes jaar geleden werd hij tot priester gewijd in de Russisch-orthodoxe kerk. Aan de Moskouse staatsuniversiteit studeerde hij klassieke filologie, een opleiding theologie volgde aan een seminarie. Tegenwoordig is hij voorganger in een kleine parochie in het centrum van Moskou en hoogleraar aan de 'Theologische academie van Moskou', een binnen de orthodoxie in hoog aanzien staand college. Nu is hij in Nederland. Een maand lang mocht hij zich in Nijmegen laven in de bibliotheek van het Instituut voor het oosterse christendom.

De Russische orthodoxie lijkt, al sinds de dagen van Gorbatsjov, een bloei door te maken. Het aantal parochies groeide van zesduizend in 1988 tot ruim vijftienduizend nu en het aantal seminaries steeg van drie naar bijna dertig. Van bloei wil Kozlov liever niet spreken; hij noemt het liever een restauratie. ,,Er komen inderdaad veel nieuwelingen op onze kerk af, maar hun religieuze kennis is zo gering dat ze bijna niet-christenen zijn. En de kerk heeft veel te weinig priesters om aan de vraag naar katechesatie te kunnen voldoen.'

Die toestand is een erfenis van zeven decennia communisme, een periode waarin de bewegingsvrijheid van de kerk sterk was beperkt. Niettemin heeft de orthodoxie haar traditionele positie als nationale kerk van Rusland behouden: als geen ander maakt ze er aanspraak op de spirituele behoeften van de Russen te bevredigen.

De prijs voor het behoud van die positie was hoog. Critici (meestal uit dissidente kring) verweten de kerk collaboratie met de opeenvolgende regimes, van openlijke steun voor de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie tot actief KGB-werk van kerkelijke functionarissen. Anders dan in het communistische Polen of de DDR bood de kerk in Rusland geen geestelijke vrijruimtes, maar gaf ze die ruimte prijs aan de staat, daarmee een rudiment van christelijke ethiek opgevend. Wat restte was een onbegrijpelijke maar nog altijd prachtige liturgie. Om in te zwelgen.

Maksim Kozlov heeft voor kritiek op de houding van zijn kerk in 'de atheïstische periode' nauwelijks begrip. Het instituut moest overleven, zegt hij, en dat doel heiligde alle middelen. ,,Martelaar worden is niet zo moeilijk,' klinkt het bijna sarcastisch. Hij verhaalt van de duistere tijd toen vele priesters in werkkampen verdwenen. ,,In 1937 waren er onder Stalin van de dertigduizend parochies nog 150 over. In 1943 riep Stalin drie overlevende metropolieten van de kerk bij zich en vroeg hun wat de staat kon doen om de kerk te helpen. De drie antwoordden dat er een tekort aan priesters was. Hoe komt dat dan, vroeg Stalin. Als ze toen hadden geantwoord dat Stalin zelf de oorzaak was, dan zouden ze geëxecuteerd zijn en nu als martelaren vereerd. Maar ze ontweken een antwoord en redden zo de kerk.'

De Russische orthodoxe kerk kent in haar verhouding tot de staat een lange traditie van volgzaamheid; ook onder het communisme werd zij als een soort staatskerk gedoogd. Sinds het schisma tussen Rome en Constantinopel in 1054 en de verovering van Byzantium door de Turken in 1453 isoleerde de kerk zich meer en meer van het westen, meedrijvend met de wisselende machthebbers. Die sterke binding aan wereldlijke autoriteiten, of het nu mongolen waren, tartaren, tsaren of communisten, onderscheidt haar van haar westerse zusterkerken.

Dat oude verlangen naar een harmonieus samenleven met een wereldlijk heerser drukt ook Maksim Kozlov weer uit. ,,Zonder staatskerk te zijn willen we de staat bijstaan in onze taak de mensen moreel te onderwijzen. De staat zelf kan niet moreel objectief zijn. Dat zie je aan de Verenigde Staten. Daar werd een wet aangenomen die bepaalde dat op middelbare scholen dertig seconden stilte in acht genomen moest worden om de leerlingen de gelegenheid te geven te bidden tot welke God ze maar wilden. De rechter verklaarde de wet ongeldig: er werd geen rekening gehouden met atheïsten.'

Dat de staat in ruil voor de morele bijstand van de kerk een sfeer waarborgt waarin de kerk kan gedijen, spreekt voor Kozlov bijna vanzelf. Dat geldt ook de omstreden wet die de activiteiten van nieuwe religieuze groeperingen in Rusland aan banden moet leggen. Moeiteloos vertolkt Kozlov hier het 'staatsbelang': ,,Bedreigingen van groepen als Scientology en de Aum-sekte moet het hoofd geboden worden.'

Maar Jehova's getuigen? Evangelisatie-groepen? ,,Het proces tegen de Jehova's getuigen heeft niet met de nieuwe wet te maken; ze staan voor de rechter omdat ouders van bekeerde kinderen, klaagden over de breuken in hun gezinnen. Hier staat de sociale stabiliteit op het spel.'

Destabiliserend werkt volgens Kozlov ook de westerse evangelisatie. ,,De delicate harmonie bijvoorbeeld op de Kaukasus tussen de Russisch orthodoxen en de moslims is het resultaat van eeuwenlang samenwonen. En dan trekken die bewegingen uit het westen een paar weken rond om hun waarheid te verkondigen . . .'

Heeft toch de Russisch-orthodoxe kerk niet het meeste profijt van dat religieus protectionisme van de staat? ,,De Russisch-orthodoxe kerk is traditioneel de grootste kerk van Rusland. Maar er zijn ook andere kerken onbeperkt actief; er zijn protestanten, katholieken, boeddhisten, moslims. Voor kerken die langer dan vijftig jaar in Rusland werken heerst nu volledige godsdienstvrijheid.'

Maar welk moreel gezag vertegenwoordigt de Russisch-orthodoxe kerk in deze tijd van secularisatie? ,,Voor de religieuze situatie geldt niet het vrije markt-denken. We willen net als de staat ons inzetten voor het welzijn van de burgers. Voor ons gaat het om de redding van de ziel. In mijn preken laat ik me inspireren door de veertiende eeuwse geschriften van de Grieks-orthodoxe theoloog Nicolas Cabasilas. We moeten in deze onzekere tijden terug naar het idee van heiligheid.'

In Kozlovs woorden werklinkt een verlangen naar de dagen van het heilige Rusland, de eeuwen dat de kerk onder de mongolen en tartaren, voorzien van machtige landerijen en enorme kloosters, tot hoge mystieke bloei kon komen. Ook hij wil westerse vernieuwingen weren: ,,We moeten niet mee gaan in die moderniseringsgolf. We moeten oude waarden doorgeven. De rooms-katholieke kerk is onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie veel te pluriform geworden: ontdaan van het mystieke is de liturgie te rationeel, te begrijpelijk.'

Uit het westen komt niet veel goeds. ,,Vrijheid van meningsuiting is in Rusland gelukkig geen prioriteit. Wat commerciële televisiezenders aanbieden aan porno en geweld moet aan banden worden gelegd. We hebben de taak onze kinderen te beschermen. De vrijheid van het internet is de vrijheid van de duisternis.'

Kozlov zit weer driftig te knikken bij de opmerking dat de Russisch-orthodoxe kerk zich meer kenmerkt door een zich terugtrekken dan door betrokkenheid. ,,We bekommeren ons nu ook om de sociale noden van de mens, maar het belangrijkste is om hun weer een ruimte te bieden tot bezinning, om even te kunnen ontsnappen aan hun dagelijkse kleine tragedies en beslommeringen.'

mailIcon print |