*

 
dossier

Archief

Armstrong droomt na zijn ziekte van regenboogtrui

JOHAN WOLDENDORP − 27/08/98, 00:00

LEEUWARDEN - “Wauw”, reageerde Lance Armstrong oprecht, toen hij hoorde dat er zeker tweehonderdduizend toeschouwers bij het WK wielrennen in Valkenburg worden verwacht. “Wauw”, was de Amerikaan de verbazing nog niet voorbij en droomde enkele ogenblikken weg over wat hij als de vervulling van zijn voorlopig grootste hartenwens ziet: dat hij op 11 oktober in Zuid-Limburg de regenboogtrui over zijn schouders mag trekken.

In de Ronde van Nederland zwemt hij alvast droog voor dat evenement. De Vuelta van de komende maand is evenmin een doel op zich. In zijn eerste grote ronde sinds twee jaar wil Armstrong de noodzakelijke mentale en vooral fysieke hardheid opdoen om het WK tot een geslaagde missie te maken. Maar ook als een ander er onverhoopt met de overwinning vandoor gaat, zal zijn comeback alom bewondering oogsten. Dat doet hij nu al, nadat de Texaan een criteriumzege in de Verenigde Staten, op 22 mei, liet volgen door de eindoverwinning in zowel de Ronde van Luxemburg als die van Rijnland-Palts.

Oktober 1996. De wielerwereld loopt in het Zwitserse Lugano warm voor het WK van dat jaar. Bij de communiqués ligt een uitnodiging om een persconferentie van Lance Armstrong bij te wonen. De wereldkampioen van 1993 is niet lijfelijk aanwezig. Via een satellietverbinding schokt hij zijn omgeving met de mededeling dat hij kanker in een van zijn testikels heeft. In dezelfde adem belooft hij zijn verbijsterde toehoorders dat hij zal vechten voor zijn leven. Hij weet zeker dat we hem ooit terugzien op de fiets. Een chemokuur van drie maanden lijkt de gevreesde ziekte te onderdrukken. De nieuwe Franse ploeg Cofidis, die hem al gecontracteerd had voor het seizoen 1997, belooft die verbintenis te zullen respecteren. Hij meldt zich een paar keer voor publicitaire doeleinden in Europa, maar komt - begrijpelijk - aan fietsen niet toe.

Cofidis blijkt bij nader inzien minder barmhartig dan ze deed voorkomen. “De ploeg was me toch liever kwijt dan rijk. De leiding heeft me alleen maar verwijten gemaakt. Van het beloofde honorarium heb ik hooguit een kwart ontvangen. Maar ik moet eerlijk zijn, ik heb ook weinig voor die ploeg betekend. Ik heb een paar landgenoten (onder wie Tour-revelatie Bobby Julich - red) bij (inmiddels oud-)ploegleider Guimard aanbevolen. Ik bracht het grootste deel van het jaar echter thuis door, in Austin. Ik heb mijn gezicht hooguit een dag of tien laten zien. Het was in alle opzichten een slechte periode.”

In stilte probeerde Armstrong zijn ziekte te overwinnen. Een jaar, nadat bij de nu 26-jarige Texaan kanker werd ontdekt, rijpte op de dagelijkse, uitputtende oefensessies het idee dat hij weer in de subtop van het wielrennen mee zou kunnen draaien. Hij had veel baat bij de therapeutische trainingen van zijn landgenoot, en vroegere bondscoach, Chris Carmichael. Ondanks het feit, dat hij door een jaar inactiviteit al zijn UCI-punten - en dus zijn marktwaarde - moest inleveren, bood US Postal hem een 'sociaal' contract aan. Armstrong wilde geen vast salaris, maar een bonus voor geleverde prestaties. Op 15 februari dit jaar tekende hij de presentielijst van de Ruta del Sol. De hernieuwde kennismaking met het peloton was goed voor de 15e plaats in het eindklassement. In Parijs-Nice hield hij het op de eerste dag al voor gezien - geestelijk teneergeslagen door het slechte hotel en het bijpassende eten - maar in Luxemburg was hij totaal onverwacht primus inter pares. En toen hij begin juli ook de Ronde van Rijnland-Palts won, schreeuwde hij het uit op het erepodium: “I'm the king of the world.”

“Ik was uitgelaten”, zegt hij een kleine twee maanden na dato. “Ik won koersen waarvan ik nooit verwacht had dat ik ze nog zou kunnen winnen. Ik beschouw het als mijlpalen in mijn huidige leven. Ik ben nog steeds bezeten van de wielersport. Daarom probeer ik continu de lat hoger te leggen. Ik spiegel me niet meer aan de erelijst van voor mijn ziekte. Wielrennen is belangrijk voor me, maar het is niet langer het hoogste doel in mijn bestaan. Ik rijd gedoseerd, neem veel dagen rust (het seizoen 1998 is voor Armstrong nog geen vijftig koersdagen oud - red) en probeer op die manier optimale kwaliteit in het bedrijven van sport na te streven. Op termijn wil ik een grote ronde winnen, maar zal dit jaar blij zijn als ik Spanje kan uitrijden. Lukt me dat, dat wil ik volgend jaar in de Tour en nog een andere grote ronde de finish halen.”

“Het wielrennen heb ik nodig voor mijn zelfvertrouwen en om het maximale uit het leven te halen”, benadrukt hij. Toen artsen zijn overlevingskansen in het najaar van 1996 op vijftig procent taxeerden, had hij slechts oog voor de positieve helft van de prognose. Hij hechtte meer aan uiterlijkheden - hij en zijn vrouw Kristin Richards kochten een riant buitenverblijf aan de Franse Cote d'Azur - maar zette zich ook in voor zijn lotgenoten. Vorig jaar richtte de wilskrachtige renner het 'Lance Armstrong-fonds' op, dat zich beijvert geld in te zamelen voor de strijd tegen kanker. In mei organiseerde hij in zijn woonplaats Austin de Ride of the roses, een toertocht waarvan de baten ten goede komen aan het fonds. Zondag wordt in Amsterdam de Nederlandse versie verreden. Bij wijze van voorschot overhandigde oud-coureur Leo van Vliet hem dinsdag bij de start van de Ronde van Nederland in Naaldwijk een cheque van 7500 gulden. “De baten van het fonds zijn deels bestemd voor wetenschappelijk onderzoek”, legt Armstrong uit. “Maar er zijn meer manieren om de ziekte te overwinnen. Ik ben veel te laat naar de arts gegaan; pas toen ik bloed begon te spuwen. Ik verzorg lezingen, bezoek scholen en verschijn in tv-programma's om voorlichting over preventie en vroegtijdig ingrijpen te geven.”

Het fluitje voor de start snerpt. Armstrong verontschuldigt zich. Aan de horizon ziet hij de kleuren van de regenboog opdoemen.

mailIcon print |