Bij het wakker worden hoorden we ze, wilde ganzen die zoekend rondvlogen in de dichte mist. En zo bleef het de hele dag. Soms was het een uurtje stil, dan hoorde je weer de schelle roep van de kollen, voor het oog verborgen ergens boven ons. Waren ze de weg kwijt?
Het geluid van de kolgans is zo typerend dat je het onmiddellijk kunt onderscheiden van het nasale gegakker van grauwe- en rietganzen. Het klinkt soms wat meeuwachtig, maar is toch onmiskenbaar een ganzengeluid, dat ze allemaal door elkaar roepen: ''kjau-liauw'' en ''klie-ok''.
Het roepen van de zoekende ganzen bracht me meteen een paar dagen terug in de tijd. Het was toen zeven graden, veertien graden warmer dan een week eerder. Er was geen wolk aan de blauwe hemel; alleen de verte was heiig door dooiend ijs en sneeuw. Onzichtbaar hoog in het blauw riepen veldleeuweriken hun korte trekroep.
We waren in Noordwest-Overijssel op zoek naar de kolganzen, die daar elke winter bij vele duizenden op de weilanden verblijven. De eerste twee zagen we in Genemuiden, in een groot wak bij het veer over het Zwarte Water, tussen wilde- en boereneenden en witte kwakertjes, een paar roodkoppige tafeleenden, een hele troep kuifeenden, minstens vijftig smienten, wat grote zaagbekken en een paartje nonnetjes. De ganzen waren helemaal niet schuw en eerst dachten we met parkganzen te doen te hebben. Maar ze waren niet geleewiekt en ook niet geringd. Het was een jong paar dat de afzondering boven de grote troep verkozen had. En tegelijk ook een gedekte tafel en vrijwaring van de jacht.
ONDERSCHEID De twee boden ons alle gelegenheid ze goed te bekijken. De volwassen kolgans onderscheidt zich van de andere wilde ganzen die veel in ons land voorkomen, door de witte bles of kol aan de snavelwortel. Alleen dwergganzen hebben ook zo'n wit voorhoofd, maar die zijn zo zeldzaam dat je verwisseling kunt verwaarlozen. De dwerggans heeft ook de onregelmatige zwarte dwarsstrepen op de buik die zo kenmerkend zijn voor de kolgans.
We reden urenlang om de Wieden, rond Sint-Jansklooster en Muggebeet. Geen ganzen, wel opvallend veel buizerden, zittend op paaltjes of op de grond, soms dicht bij de weg. Een enkele was in conflict met een paar kraaien, die in een weide om iets donkers hipten, een dode haas misschien. We zagen ook twee ruigpootbuizerden, vliegend en soms zeilend met iets opgewipte vleugeleinden, zoals een kiekendief doet. Kiekendieven verwachtten we helemaal niet na de langdurige vorst. Maar er joeg wel degelijk een blauwe kiekendief, een volwassen mannetje, nevelgrijs met zwarte vleugeleinden, laag boven het riet aan de Beulakerwijde.
ALWEER OP JACHT Tijdens de vorst hadden de jagers het geweer opgeborgen. Maar de dooi was nog maar net ingevallen en er werd alweer gejaagd. We hoorden schoten aan het Vollenhovermeer. In de Uiterdijken bij Moespot stonden houten lokganzen bij uit riet opgetrokken jachtschansen. Er was geen gans te zien.
Dat kwam pas vlak voor Blokzijl, aan de Zuiderzeeweg. Daar waren ze dan, bij honderden, grazend in een weiland vlak naast een boerderij. Ze bewogen zich maar een klein eind van de weg, toen we stopten. Hier werd blijkbaar niet gejaagd, maar de genten bleven waakzaam en stonden voortdurend met hoog gerekte nek te speuren naar onraad. Wij vielen blijkbaar niet in die categorie.
GEZINSVERBAND In de grote troep waren de gezinnen, die tot het volgende broedseizoen bij elkaar blijven, duidelijk te herkennen: een gent, een gans en drie tot vijf jongen. Jonge kolganzen krijgen de witte bles soms al in hun eerste winter, de zwarte buikstrepen pas in hun tweede winter. Ze zijn veel bleker dan hun ouders en worden daarom in Friesland schiere (grijze) kollen genoemd, maar de oranje poten hebben ze al en daaraan zijn ze direct van grauwe ganzen te onderscheiden.
Vlak bij de Weerribben zat de hoofdmacht. In het lage tegenlicht zagen de weiden zwart van de kolganzen. Geweldige troepen, misschien wel tienduizend vogels, graasden dicht opeen in de Blokzijler Buitenlanden. Ze waren onrustig en af en toe vlogen er honderden tegelijk op om weer snel in te vallen.
Een troep van een kleine duizend kollen maakte zich los van de grote massa en streek op een paar honderd meter van ons neer in de polder aan de Blokzijlerdijk. Nu hadden we de zon in de rug. In dat lage winterlicht vielen de oranje poten en de witte blessen op.
Er waren twee vreemde ganzen bij, opvallend groter, lichter bruin met sterker overdwars gestreepte rug en donkerder kop zonder witte bles: rietganzen. Onwillekeurig dachten we aan het individualistische kolganzenstel in het wak bij Genemuiden.
Niet bekend
Een F16 van de vliegbasis Leeuwarden kwam gierend over en meteen ging de hele troep op de wieken en zocht zijn heil weer bij de andere troepen in de Blokzijler Buitenlanden. We wachtten tevergeefs op hun terugkeer, maar waren opnieuw getuige van individualistisch ganzengedrag. Een gent, een gans en drie jongen streken na vier verkennende rondjes boven de polder neer en begonnen meteen te grazen. De gent, een heel donkere vogel met een bijna geheel zwarte buik, waarschijnlijk oud en ervaren, bleef ondertussen waakzaam rondkijken. Er kwam een andere gent aan. Voortdurend ''mak...mak...'' roepend vloog hij rond, even later in gezelschap van een gans. ''Ik hoop dat jullie mooie jongen krijgen,'' zei mijn maat Jan ontroerd.
Hij had het mis: de gans landde na een tijdje bij het gezin, waarvan het waarschijnlijk een dochter was, waarna de roepende gent eenzaam terugvloog naar de Buitenlanden.
Eind maart vertrekken de kolganzen naar de toendra's aan de Witte Zee en de moerassen in het uiterste noorden van Rusland en Siberië. Daar begint het broeden pas tegen eind juni, als de zomerzon niet ondergaat.
Natuur deze week
Zelfs de meidoorns zijn bijna helemaal van hun vruchten ontdaan. Als het weer flink gaat vriezen of sneeuwen, is het goed om de vogels in de tuin vervangend voedsel te geven: klokhuizen van appels, doorgesneden rotte appels, krenten en rozijnen. - De merels zingen in de morgen en de avond uit boomtoppen en van daknokken. Ook de eerste zanglijsters laten hun juichende lied horen. Zelfs de gaaien zingen op hun manier en maken zachte kwelende geluidjes. - Pimpel- en koolmezen vullen grote delen van hun dag met het inspecteren van geschikte nestgelegenheden. Ook de spreeuwen hebben al belangstelling voor nestkastjes. De eksters zijn druk bezig met het opknappen van hun oude nest. - Aan de voet van de duinen en op andere plekken aan het strand waar helmzaadjes bijeen zijn gewaaid, zoeken troepen sneeuwgorzen voedsel. Deze vinkachtigen kunnen uitstekend tegen de kou, want ze broeden het noordelijkst van alle zangvogels, tot in Groenland. Omdat ze de mensen nauwelijks kennen, zijn ze niet erg schuw en van tamelijk dichtbij te bekijken. - Er overwinteren veel sperwers in ons land. Ze jagen voornamelijk op zangvogels, de mannetjes op mussen en vinken, de grotere vrouwtjes ook op kramsvogels, koperwieken en merels. Op jacht wagen ze zich in de tuinen tussen de huizen in de stad. - Cultuurvormen van de grauwe of witte els zijn vaak aangeplant als straatboom. Ze bloeien nu al met op de wind heen en weer slingerende meeldraadkatjes. Zeker een maand eerder dan hun wilde ouders. - Op een enkel beschut plekje bloeien de eerste hazelaars, verlaat door de strenge vorstperiode. - De winterrozetten van kleine veldkers, speerdistel en kale jonker hebben zich snel hersteld van de vorst. Ook het al flink grote blad van de hondsdraf is weer frisgroen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.