*

 
dossier

Archief

Verpleegkundige grotere, psychiater kleinere rol

MARIANNE DE LEEUW − 17/01/97, 00:00

Minister Borst wil verpleegkundigen kleine operaties laten uitvoeren. Haar voorstel betreft de 'gewone' gezondheidszorg. In de geestelijke gezondheidszorg zijn nog wel ingrijpender veranderingen mogelijk en wenselijk, maar dan zal er gemorreld moeten worden aan de sleutelpositie van artsen. De auteur is kwaliteitsmedewerker verpleegkundige zorg bij de H.C. Rümke Groep, Den Dolder.

Wanneer gesproken wordt over herverdeling van taken in de GGz moeten we eerst bezien wat die taken dan zijn en wat bedoeld wordt met zorg en behandeling in de GGz. Behandeling richt zich primair op de ziekte en de genezing daarvan. Dat is een taak van artsen. Zorg richt zich op het omgaan met de gevolgen van de ziekte en behandeling. Dat is een taak van verpleegkundigen. Het gaat om twee verschillende deskundigheidsgebieden met een eigen verantwoordelijkheid.

De GGz stelt zich ten doel mensen zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren, met zo min mogelijk professionele bemoeienis. Daarvoor is in de eerste plaats zorg nodig. De ziekte moeten we in dit kader beschouwen als een factor die van invloed is op het functioneren en daarmee indirect ook op de zorgbehoefte.

In feite werkt het nu ook al zo. Cliënten komen pas in aanmerking voor GGz-hulpverlening wanneer er sprake is van een situatie waarin de gezondheid van de cliënt bedreigd wordt als gevolg van het afgenomen vermogen zelfstandig te functioneren. Niet het feit dat iemand een psychiatrische stoornis heeft is de reden om hem op te nemen, maar het feit dat hij als gevolg daarvan zorg nodig heeft. Het is ook moeilijk om prioriteiten in het zorgaanbod te stellen op grond van de ernst van de ziekte waar iemand aan lijdt. Schizofrenie is bijvoorbeeld een ernstige ziekte. Toch zijn er vele mensen die prima met die ziekte kunnen leven en zich zonder GGz-bemoeienis staande kunnen houden. Blijkbaar is die pas nodig als iemand als gevolg van die ziekte niet meer zelfstandig kan functioneren.

Gekwalificeerd

Deze werkelijkheid heeft er tot nu toe niet toe geleid dat de zorgbehoefte de indicatie is voor opname. De medische diagnose geldt als toegangsbewijs tot de GGz. Het zijn artsen die beoordelen en besluiten, terwijl verpleegkundigen daar beter toe in staat zijn. Verpleegkundigen zijn gekwalificeerd te beoordelen welke vermogens cliënten hebben om zelfstandig te functioneren, wat mogelijke belemmerende factoren zijn en precies vast te stellen welke zorg van wie nodig is. Op grond daarvan zijn zij de aangewezen beroepsbeoefenaren om vast te stellen wanneer een cliënt moet worden opgenomen of ontslagen kan worden.

Wanneer de zorgbehoefte als indicatie geldt voor GGz-hulpverlening hoeven we geen discussie meer te voeren welk leed of welke ziekte ernstig genoeg is om behandeld te worden door de psychiater. De vermeende overspannen vraag naar psychiatrische hulpverlening kunnen we bijsturen door in de eerste plaats te kijken naar de mate waarin iemands dagelijks functioneren belemmerd wordt, vervolgens vast te stellen of er al dan niet professionele zorg noodzakelijk is en pas daarna na te gaan waardoor de zorgbehoefte veroorzaakt wordt.

Alle verpleegkundigen zijn tegenwoordig breed opgeleid. Dit betekent dat wat voor verpleegkundigen in de GGz geldt ook toepasbaar is voor hun collega's in algemene ziekenhuizen. Keuzes over taakverdeling in de gezondheidszorg moeten niet gemaakt worden op basis van traditie, maar op basis van kunde.

mailIcon print |