Ze lopen in Armani-pakken, op schoenen van Van Lier, hebben een klokje van Rolex en in hun binnenzak zit een Sheaffer-pen. En om al dat lekkers te kunnen betalen, bedriegen ze hun baas, hun familie, ja zelfs hun partner. Op bezoek bij de praatgroep voor oplichters. De namen van de deelnemers zijn om privacy-redenen gefingeerd.
Stuk voor stuk leefden ze met de Grote Leugen, de uiterlijke schijn. Voor elke snip die zij uitgaven, moest gefraudeerd worden en vervolgens een verhaal verzonnen om dat vele geld of die luxe goederen te verklaren. “Hoor 'ns jongens, ik heb een ton in de loterij gewonnen.” “Nee, die jas heb ik van een vriendje gekregen.”
Karel heeft de afgelopen weken niet gelogen, antwoordt hij Elly. “Maar soms verzwijg ik wel 'ns wat. Het is nu al acht jaar geleden dat ik ben gepakt en ik werk hard om op het juiste spoor te blijven, maar mijn vrouw is nog steeds wantrouwend, achterdochtig ook. Dus als ik onderweg een vriendje van vroeger tegenkom, met wie ik streken heb uitgehaald, dan groet ik die, verder niets. Maar zelfs dat vertel ik niet tegen mijn vrouw. Die zoekt er veel meer achter.”
En hoe gaat het met Eric? Perfect, zijn relatie met Marlies is een stuk gegroeid, op zijn werk gaat alles goed, en hij weet: de leugen moet uit zijn leven blijven. Maar Eric beseft ook dat hij altijd met een groot geheim zal blijven rondlopen. “Afgelopen week hadden we op de zaak een teambespreking en voordat we begonnen, zei mijn baas dat ie me na afloop even onder vier ogen wilde spreken. Nou, maar goed dat ik niets had gegeten, want dan had het op tafel gelegen. Mijn maag draaide om, de hele vergadering zat ik met mijn hoofd ergens anders. Dan ben ik gewoon bang dat de baas erachter is gekomen. Wat bleek: hij wilde me gewoon zeggen dat hij vindt dat ik het erg goed doe.”
“Het gaat ook goed, dat weet ik. Ik heb mijn baas als mens erg hoog zitten, zou willen dat ik hem kon vertellen dat ik vier jaar geleden bij mijn vorige werkgever in de fout ben gegaan, heb verduisterd. Maar ik weet tegelijkertijd dat ik hem dit nooit zal kunnen zeggen. Ik moet eerlijk zijn, leren we hier. Maar ons verleden dwingt soms tot zwijgen.”
Hier zit wel voor een paar miljoen, grappen de 'Jongens van Elly' wel eens als ze die ene avond in de zes weken op de reclassering in Utrecht bijeenkomen. Stuk voor stuk konden ze het kopen niet laten, kochten ze als het ware complimentjes, aandacht, waardering. En omdat ze dat van hun eigen salaris niet konden betalen, roomden ze wat van de baas af. Karel (35) kon 200 000 gulden achterover drukken, Eric (34) is goed voor 40 000 en Johnny - met zijn 25 jaar de jongste - wist er 125 000 te bemachtigen. Hij zal 45 jaar oud zijn als hij het laatste bedrag heeft terugbetaald aan een van zijn 22 schuldeisers, heeft hij onlangs berekend.
Voor alle drie geldt dat ze uiteindelijk zijn gesnapt, ontslagen, veroordeeld, en hoewel ze allemaal weer een baan hebben - het blijven goeie praters - en de schuld kan worden ingelost, is er aan hun probleemgedrag nog niets gedaan. Reden voor de reclassering in Utrecht om samen met de nieuwe poli-kliniek van de Van der Hoeven-(TBS)kliniek de fraudeurs te gaan begeleiden. Vooralsnog is de oplichtersgroep van Elly Brok de enige in haar soort.
Samengevat, zegt Brok, zijn deze mannen in hun jeugd materieel verwend en emotioneel verwaarloosd. “Ze zijn gewend anderen en zichzelf op hun uiterlijk, op materiële zaken, af te rekenen. Ze voelen zich bevredigd, als hun hang naar luxe is bevredigd.” En ze zijn bereid daar veel voor te offeren, zelfs iets waardevols als vertrouwen.
Johnny vertelt dat hij in zijn jeugd met zijn ouders in Afrika heeft gewoond, waar hij alles kreeg wat hij wenste. “En toen ik in mijn puberteit terugkwam in Nederland, ging dat door. Ik ben ontzettend materialistisch, kon me kwaadmaken over het feit dat wij thuis maar één auto hadden, en de buren twee. Ik hield van luxe, dure kleding - ik wilde niks van de HIJ. En om dat te bekostigen klom ik op mijn vijftiende 's avonds uit het slaapkamerraam om in de kroeg te gaan werken.” Maar dat loontje was niet genoeg voor Johnny. Hij ging er vandoor met het pasje èn de auto van zijn vriendin, sloot leningen af (“Twee op één middag, dan heeft het Centraal bureau kredietregistratie het niet in de gaten”) en molk zijn volgende vriendin uit. Nu nog, moet hij per se 50 uur werken: om zijn schuld af te betalen, maar ook om bezig te blijven. “Als ik me verveel ga ik de stad in en dan sta ik weer te zweten met die pinpas in mijn handen. Die directe behoeftenbevrediging is zo sterk bij mij.”
“Vorige week nog, ga ik met een meisje op stap, heb ik op het einde van de avond weer een rekening van het Japans restaurant op zak.” Hij legt 'm op tafel. Totaal: 264 gulden.
Eric herkent zich wel in zo'n verhaal. “Ik ben jarenlang succesvol roeier geweest, ook internationaal, stond altijd in de belangstelling en toen dat wegviel moest ik op zoek naar een nieuwe waardering. Die krijg je als je de snelle jongen bent, met mooie spullen, die rondjes geeft. Je bent als het ware materieel verslaafd. En door die verslaving kun je glashard liegen, zonder schaamte, om je probleem te verbergen.”
Voor Karel geldt het idem dito. “Ik hou gewoon ontzettend van mooie spullen die ik, dat moet ik er bij zeggen, niet kan betalen. Door fraude en afpersing kwam ik aan mijn geld en bij elk artikel dat ik kocht bedacht ik direct een verhaal. Ik leefde met scenario's, met voor iedere 'vriend' een rol. Als ik een nieuwe broek kocht, bedacht ik bij de kassa al hoe ik er aan was gekomen en wie me in dat verhaal moest dekken.”
De oplichters van een paar jaar geleden, hebben een nieuwe start gemaakt. Karel legt duizend gulden per maand opzij voor zijn schulden, Eric heeft zijn portie al afbetaald, Johnny moet eigenlijk nog beginnen. Toch worden ze nog dagelijks met hun misstap geconfronteerd. “Rij je nog steeds in de oude Opel, Karel?”, vraagt Brok. “Ja, nog steeds. Op mijn werk zeuren ze dat ik een representatieve auto van de zaak moet nemen, maar ik wil dat per se niet. Komt er weer zo'n uiterlijkheid om de hoek kijken en ik wil niet dat mijn omgeving zegt: goh, zo'n jongen heeft een paar jaar geleden de zaak voor een gigantisch bedrag getild en nu rijdt hij weer in zo'n slee. Maar ook word ik gepushed om meer verantwoordelijkheid te nemen, om een functie te nemen waar ik ook geldhandelingen moet autoriseren. Jullie begrijpen waarom ik dat niet wil, maar mijn chef legt die weigering negatief uit. Die kent mijn achtergrond niet. Ik heb na mijn arrestatie ooit 'ns overwogen buschauffeur te worden, om weg te zijn uit de branche. Op zulke momenten denk ik dat ik dat had moeten doen.”
Eric zit na zijn delict bij een ander bedrijf weer in de commerciële buitendienst en van hem wordt verwacht dat hij zijn cliënten trakteert op een etentje of een drankje. “Ik kreeg laatst commentaar dat ik mijn budget niet opmaak. Maar dat lukt me gewoon niet. En zie dat maar 'ns uit te leggen.”
Langzaam, heel langzaam komen de 'Jongens van Elly' weer in een normaal leven terecht: Eric is laatst met zijn vrouw, die tegenwoordig de inkomsten beheert en samen met haar man aan het einde van de maand de balans opmaakt, de stad in geweest om een nieuw pak te kopen. “Was best een duur kostuum, maar dat geeft niet: ik had ervoor gespaard. Het pak was bij wijze van spreken al betaald voor dat ik het kocht. En ik moet zeggen: een eerlijk pak zit het lekkerst.”
Door de gesprekken met andere 'daders' - of zijn het 'lotgenoten'? - hoopt Elly Brok op herkenning en wederzijdse hulp en de ervaring laat zien dat die methode werkt. Johnny zit in een dip zegt hij, hij ziet op tegen die enorme schuld. “Heb jij geen schrikbeeld?” vraagt Karel aan zijn buurman. “Als ik het in het verleden niet zag zitten, reed ik altijd met de auto een 'rondje Wolvenplein' (het Utrechtse huis van bewaring) en als dat niet hielp, ging ik ook nog even bij de cellen in het politiebureau kijken. Nou, dan was ik meteen weer gemotiveerd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.