Moehammara heet deze saus, wat wil zeggen 'rood gemaakt' of 'geroosterd'. En inderdaad is het een roodachtige notensaus. Maar hij hoort ook zo heet te zijn dat je tong een beetje geroosterd raakt. Inheems in Syrië en Libanon, en zo gewild dat er talloze versies bestaan. Het is een knappe manier om meer te maken van je noten: er gaat gewoon flink wat broodkruim doorheen.
Ik proefde een voorzichtig hete in hotel Zanobia te Latakia toen ik om echt Syrisch eten vroeg. Eerst diende de saus als voorgerecht met ernaast een aubergine-dip en olijven. Daarna deed hij het ook prima bij gebakken vis met een slaatje van witte kool.
Voor circa 2 dl:
25 g droog pitabrood 75 g gepelde walnoten
100 g rode paprika zonder zaad 1 rood pepertje 1-2 eetlepels olijfolie 2 eetlepels citroensap 1/2 theelepel gemalen komijn 1/2 theelepel gemalen piment zout rode paprika handje gepelde walnoten peterselie
1. Eerst het brood in een mengbeker tot fijn kruim malen. Dan de noten erbij fijn malen. Overdoen in een kom. Vervolgens de 100 g paprika en de peper (voor mij zonder de pitjes!) in de blender tot moes malen.
2. Alles mengen. Olijfolie en citroensap erdoor kloppen. Op smaak brengen met kruiderij, zout en water om een soepele saus te krijgen.
3. Deze saus uitstrijken op een platte schotel. Dungeschaafde paprika langs de rand leggen. De saus versieren met walnoten en fijngeknipte peterselie. Koelen tot gebruik.
Wilt u meer maken, doe het dan in etappes van 2 dl.
Echt heet wordt het met twee pepertjes met pit of als u de verse paprika en peper vervangt door 1 eetlepel cayenne-peper gladgeroerd met 1 eetlepel water. Enkel een snufje cayenne mag ook, maar rood ziet het dan niet meer. In dat geval garneert men met olijfolie, bestoven met paprikapoeder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.